Gerechtshof Amsterdam beslist dat koepelvrijstelling kan worden toegepast bij ambtelijke fusie!

Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) heeft op 30 april 2026 een voor koepelorganisaties in het algemeen en voor ambtelijke fusieorganisaties in het bijzonder een zeer belangrijke uitspraak gedaan.

In de door ons voor Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie BUCH gevoerde procedure over toepassing van de zogenoemde koepelvrijstelling heeft het Hof geoordeeld dat de ambtelijke fusieorganisatie weliswaar één ondeelbare prestatie aan haar deelnemers verricht, maar ook dat zij de koepelvrijstelling daarop “voor zover” mag toepassen.

Koepelvrijstelling “voor zover” van toepassing ook op één ondeelbare dienst
Het standpunt dat de koepelvrijstelling kan worden toegepast op één dienst hebben wij gebaseerd op het arrest Commissie/Luxemburg van het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ). Daar is geoordeeld over de regelgeving voor toepassing van de koepelvrijstelling.  Met name uit rechtsoverweging 53 van dit arrest hebben wij afgeleid dat het HvJ in gevallen waarin een prestatie van een koepel door de deelnemers mede wordt gebruikt voor btw-belaste activiteiten, de koepelvrijstelling ook van toepassing is voor zover de dienst van een koepel door de deelnemers wordt gebruikt voor niet-ondernemersdoeleinden of voor btw-vrijgestelde ondernemersdoeleinden.

De door de Belastingdienst voorgestane lezing van genoemde rechtsoverweging 53 is dat als de dienst van een koepel door de deelnemers mede wordt gebruikt voor btw-belaste prestaties, hoe gering ook, de koepelvrijstelling in het geheel niet op de dienst van toepassing kan zijn.

Wij hebben het Hof ervan kunnen overtuigen dat onze lezing van rechtsoverweging 53 wel aansluit bij het doel van de (Europese) koepelvrijstelling en die van de Belastingdienst niet.

Gevolgen voor de praktijk
Als de uitspraak standhoudt (lees: de Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof), dan zal dit in de praktijk grote gevolgen hebben voor koepels, vooral voor ambtelijke fusieorganisaties.

Het fiscale voordeel dat ontstaat door de uitspraak van het Hof is dat de bij de koepelorganisatie opgekomen personeelskosten niet langer met btw hoeven te worden doorbelast aan de deelnemende gemeenten. De doorbelasting met btw leidt immers tot een kostprijsverhogend effect, doordat deze deels niet aftrekbaar is. Het forfaitair percentage bevat namelijk een kostprijsverhogend component.

De koepelorganisatie die de vrijstelling toepast, is geen btw verschuldigd over de vergoedingen die zij in rekening brengt aan de deelnemende gemeenten. De deelnemers zullen alleen nog de op grond van de transparantieregeling ‘doorgeschoven’ btw terugvragen uit het BTW-compensatiefonds (BCF).  Bijkomend voordeel van toepassing van de koepelvrijstellig is dat de druk op het BCF dus afneemt.

Meer weten?
Vragen over de procedure of de koepelvrijstelling en de gevolgen voor jouw organisatie? Neem dan gerust contact op met jouw EFK-adviseur, ons secretariaat op 072-5350525 of e-mail ons via info@efkbelastingadviseurs.nl.

Scroll naar boven