Afgelopen vrijdag heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de belastingrente van 8% die voor de vennootschapsbelasting is gehanteerd over het belastingjaar 2021.
De belangrijkste conclusie van dit arrest is dat de Hoge Raad oordeelt dat de belastingrente van 8% in strijd is met zowel het evenredigheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel. Volgens de Hoge Raad zijn belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting en belastingplichtigen voor andere belastingen met het oog op de berekening van belastingrente te beschouwen als gelijke gevallen. De gehanteerde rechtvaardigingsgronden kwalificeren volgens de Hoge Raad als onvoldoende voor de conclusie dat de verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting heeft geleid tot een lastenverzwaring die zonder goede gronden bij slechts één groep belastingplichtigen wordt gelegd. Omdat de hoogte van het toe te passen percentage niet in geschil is, wordt dit op 4% gezet. Dit is hetzelfde tarief als wordt gehanteerd bij de overige belastingen.
Voor wat betreft het punt dat geen overeenstemming bestaat over de hoogte van de dan te hanteren belastingrente of welk percentage dat moet worden gehanteerd bij andere jaren (bijvoorbeeld 2022, 2023 of 2024) overweegt de Hoge Raad voor de vennootschapsbelasting aan te sluiten bij de belastingrente van de andere belastingmiddelen.
Voor de praktijk is dit goed nieuws! Bezwaren tegen de belastingrente zullen worden gehonoreerd waarbij de lagere belastingrente van de andere middelen wordt gevolgd. De suggestie van de Advocaat-Generaal voor alternatieve rentpercentages wordt niet gevolgd.
Meer informatie?
Vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met jouw EFK-adviseur, ons secretariaat op 072-5350525 of e-mail ons via info@efkbelastingadviseurs.nl.
