Verhuur van squash- en padelbanen is btw-vrijgesteld

In een door EFK Belastingadviseurs gevoerde procedure heeft rechtbank Den Haag geoordeeld dat de verhuur van squash- en padelbanen een btw-vrijgestelde prestatie is. De rechtbank stelt daarmee belanghebbende in het gelijk.

Achtergrond: sport en btw
In 2003 is de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) gewijzigd en wordt het op commerciële wijze gelegenheid geven tot sportbeoefening voortaan aangemerkt als een dienst die is belast met het verlaagde tarief. Hiervoor was de prestatie belast met het algemene tarief. Een uitzondering hierop vormde de verhuur van tennis- en squashbanen. De commerciële verhuur van tennis- en squashbanen was tot 2003 btw-vrijgesteld en dat blijft ook na deze datum, zo blijkt uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. Voorwaarde hierbij is dat sprake dient te zijn van passieve verhuur. In de nadien verschenen beleidsbesluiten en toelichtingen op Tabel I worden enkele voorbeelden van activiteiten genoemd die als het btw-belast gelegenheid geven tot sportbeoefening dienen te worden aangemerkt. Het betreft dan het verlenen van toegang tot ijs-, ski-, kart-, bowling- en golfbaan, een manege, een sporthal, een atletiekbaan en een fitnesscentrum. Daarentegen wordt in het beleidsbesluit van 11 oktober 2007 als voorbeeld van een btw-vrijgestelde verhuurprestatie het volgende voorbeeld gegeven: Een particulier huurt een tennisbaan van de exploitant. Hij spreekt met een tennisleraar (een derde) af dat deze hem les zal geven. De verhuur van de baan is vrijgesteld (artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet). Het lesgeven is belast naar het algemene tarief, omdat de tennisleraar niet tevens de tennisbaan ter beschikking stelt. 

Standpunt van partijen
Belanghebbende is van mening dat de door hem verrichte prestatie dient te worden aangemerkt als de passieve verhuur van de banen. Sprake is van passieve verhuur als de sporter gedurende een bepaalde periode tegen vergoeding het exclusieve gebruiksrecht voor de baan verkrijgt, zonder dat sprake is van significant aanvullend dienstbetoon jegens de sporter. De Belastingdienst is echter van mening dat de verhuur van de banen dient te worden aangemerkt als het btw-belast gelegenheid geven tot sportbeoefening. Volgens de Belastingdienst worden aan de sporters naast de verhuur van de baan ook aanvullende (sport)diensten verstrekt, zoals de mogelijkheid tot het gebruik maken van sanitaire voorzieningen en de horeca alsmede het voortdurend onderhoud en beheer van de banen.  

Oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot de conclusie dat sprake is van passieve verhuur en niet van een meer omvattende prestatie zoals aan de orde was in de zaak Stockholm Lindöpark AB. Belanghebbende verricht namelijk geen aanvullende (sport)diensten, houdt geen toezicht en het onderhoud aan de banen is tot het minimum beperkt. Belanghebbende stelt geen sportmaterialen zoals ballen en rackets beschikbaar aan de sporters. Dat de huurders de gehuurde banen gebruiken om te sporten, dan wel van belanghebbende ballen en rackets kunnen huren of kopen, maakt de prestatie van belanghebbende nog niet tot een andere prestatie dan de passieve verhuur van de banen. 

Meer informatie? 
Vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met jouw EFK-adviseur, ons secretariaat op 072-5350525 of e-mail ons via info@efkbelastingadviseurs.nl. 

Scroll naar boven