Pauzedrankje in theater belast met 21%

Op 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de verstrekking van een drankje in de pauze van een theatervoorstel een zelfstandige prestatie is en dat deze levering op eigen merites dient te worden beoordeeld. Gevolg van dit oordeel is dat de alcoholische versnapering belast is met 21% btw.

Aanleiding
Een theater heeft kaartjes verkocht voor theatervoorstellingen. In de prijs van het kaartje is tevens een drankje tijdens de pauze of na de voorstelling begrepen. De bezoeker heeft geen keuze uit een kaartje in- of exclusief drankje. Het theater is van mening dat de totale vergoeding voor het kaartje is belast met het lage tarief van 9%. De Belastingdienst is van mening dat sprake is van twee zelfstandige prestaties. Namelijk het verlenen van toegang tot een voorstelling, belast met het lage btw-tarief en de verstrekking van een drankje, waarbij de alcoholische versnapering is belast met 21% btw.

Eén of meer prestaties?
Voor de btw geldt dat iedere prestatie in beginsel zelfstandig dient te worden beoordeeld. Dit is anders als:

  • Twee wee of meer handelingen zijn zo nauw met elkaar verbonden dat het kunstmatig zou zijn om deze te splitsen.
  • Eén of meer handelingen de hoofdprestatie vormen, waarbij andere handelingen als bijkomende prestaties worden aangemerkt. Er is sprake van een bijkomende prestatie, wanneer de prestatie geen doel op zich is voor de afnemer, maar bedoeld is optimaal gebruik te kunnen maken van de hoofdprestatie.

De rechter dient daarom te beoordelen of het pauzedrankje voor de gemiddelde theaterbezoeker een doel op zich is, in dat geval is het alcoholische drankje belast met 21%, of dat het drankje slechts bedoeld is het theaterbezoek aantrekkelijker te maken. In de laatste situatie volgt het drankje het btw-tarief van de hoofdprestatie, namelijk het verlenen van toegang tot een theatervoorstelling, belast met 9%.

Hoge Raad
Anders dan het Gerechtshof is de Hoge Raad van mening dat het pauzedrankje een zelfstandige prestatie is. Het drankje wordt verstrekt in de pauze en niet tijdens de voorstelling. Het drankje mag evenmin tijdens de voorstelling worden genuttigd. Om die redenen vindt de Hoge Raad dat het drankje geen bijkomende prestatie is die de hoofdprestatie aantrekkelijker maakt.

De Hoge Raad is daarnaast van oordeel dat het verstrekken van een pauzedrankje een andere prestatie is dan het gebruik kunnen maken van de garderobe. De laatste wordt namelijk wel gezien als een bijkomstige prestatie bij de hoofdprestatie; deze ontlast de bezoeker van het tijdens de voorstelling bij zich moeten houden van kledingstukken en bagage.

En nu?
Theaters en andere podia dienen voortaan 21% btw op aangifte te voldoen over het alcoholische pauzedrankje. Omdat vooraf niet duidelijk is of de bezoeker een alcoholvrij of alcoholisch drankje kiest bij de aankoop van een toegangskaartje, dient achteraf te worden bepaald welk deel van de vergoeding toegerekend dient te worden aan de verstrekking van het alcoholische pauzedrankje.

Fiscaal Beheersysteem
Meer informatie over de exploitatie van een theater (inclusief het pauzedrankje)? Je vindt het artikel hierover tijdelijk terug in jouw kennisbank onder Kennisbank btw/BCF – bijzondere onderwerpen – “Exploitatie van een theater”. Vanaf eind september vind je het artikel terug in de vernieuwde kennisbank onder taakveld 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

Meer informatie?
Vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met jouw EFK-adviseur, ons secretariaat op 072-5350525 of e-mail ons via info@efkbelastingadviseurs.nl.

Scroll naar boven