Zwerfdieren, een gemeente en btw

Zwerfdieren, een gemeente en btw

Volgens sommige dierenbeschermingsinstanties hebben gemeenten de wettelijke taak de opvang en verzorging van zwerfdieren, voor de eerste twee weken nadat een dier is gevonden, voor hun rekening te nemen. Echter, in de praktijk blijkt dit alleen onder bepaalde omstandigheden het geval te zijn, want veelal komt het niet zover dat gemeenten daartoe verplicht zijn.

Een zwerfdier wordt volgens het Burgerlijk Wetboek (Boek 5, titel 2) gekwalificeerd als een aan niemand toebehorende zaak. Zodra iemand het zwerfdier in bezit neemt, verkrijgt hij de eigendom van het zwerfdier. Een vinder kan het zwerfdier in bewaring geven aan een gemeente, maar zolang de vinder dit niet doet en de gemeente dit niet vordert, is de vinder gehouden voor bewaring en onderhoud zorg te dragen. Met andere woorden, als een zwerfdier niet door een gemeente in bewaring wordt genomen, heeft de gemeente geen (wettelijke) onderhoudsverplichting.

In de praktijk blijkt dat dierenbeschermingsinstanties (bijvoorbeeld het plaatselijke dierenasiel) door burgers worden gebeld als zij een dier hebben gevonden. Het dierenasiel neemt het dier in ontvangst, zorgt er goed voor, verricht zo nodig geneeskundige handelingen en probeert na enige tijd een goed thuis te vinden voor het gevonden dier. Op deze wijze treedt de gemeente niet op als bewaarder van het dier en heeft zij geen financiële verplichting tot het onderhouden van het zwerfdier.

Gemeentelijk belang

Als gemeenten toch in deze situatie een factuur met btw ontvangen van het dierenasiel, is de btw ten onrechte in rekening gebracht en komt de btw niet voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds in aanmerking. Het is dan nog niet zo vreemd dat gemeenten hun subsidierelatie in standhouden.

Wilt u meer weten over zwerfdieren in combinatie met compensabele btw, neem dat contact op met Henk Zuidersma of ons secretariaat via 072 53530525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.