Zonnepanelen: “Form over substance”?

Zonnepanelen: “Form over substance”?

Zonnepanelen: “Form over substance”?

Zonnepanelen zijn in trek. In de ene situatie kan de aanschaf-btw volledig worden verrekend als voorbelasting, in een andere situatie is het verrekenen beperkt tot het deel dat wordt gebruikt energie tegen vergoeding en met btw te leveren.

“Substance over form” is een van de beginselen bij het opmaken van de jaarrekening van ondernemingen. Dit beginsel komt erop neer dat bij de verwerking van gebeurtenissen en transacties de economische realiteit voorrang heeft boven het juridische karakter. Rechtbank Noord-Nederland heeft op 8 augustus 2019 beslist <klik hier> dat de aftrek van btw met betrekking tot de aanschaf van zonnepalen wordt gebaseerd op de contractverhouding tussen partijen en niet op de economische realiteit.

De casus

Een organisatie voor het verzorgen van basisonderwijs (naar wij aannemen een rechtspersoon zoals een stichting) heeft zonnepanelen aangebracht op haar schoollocaties. Met haar energiemaatschappij heeft zij afgesproken de overtollige zelf opgewekte energie te leveren aan het net. Omdat de organisatie hiervoor een vergoeding ontvangt kwalificeert de teruglevering als een btw-belaste prestatie waardoor in beginsel recht bestaat op teruggaaf van btw met betrekking tot daaraan toe te rekenen investeringen en  kosten. De organisatie bepleit dat zij eerst alle opgewekte energie aan het net levert en daarna energie afneemt voor eigen gebruik. Gevolg van die visie is dat de btw met betrekking tot de zonnepanelen volledig kan worden verrekend als voorbelasting. Volgens de rechtbank moet echter worden gekeken naar de overeenkomst met de energiemaatschappij. In dit geval is overeengekomen dat slechts voor de levering van overtollige elektriciteit sprake is van een belaste levering, de precieze techniek die schuil gaat achter de leveringen en de werking van de slimme meter zijn niet meer relevant. Volgens de rechtbank ontbreekt in de overeenkomst een bepaling die zegt dat de opgewekte elektriciteit ook daadwerkelijk wordt geleverd en – nog belangrijker – dat voor die kilowatt-uren ook betaald moet worden door de energiemaatschappij.

Volgens de scholenorganisatie is het volgens de Energiewet 1998 voor kleinverbruikers niet mogelijk met een energiemaatschappij een overeenkomst te sluiten waarin de verplichte salderingsmethode wordt voorkomen. Volgens de rechtbank bevat de Energiewet 1998 alleen bepalingen over de berekening van het verbruik van de leveringskosten ten behoeve van de facturering en inning, een soort gedwongen verrekeningssysteem. Kennelijk is het niet verboden af te spreken dat enerzijds eerst alle opgewekte elektriciteit tegen betaling aan het net wordt geleverd en anderzijds het werkelijke verbruik tegen betaling wordt afgenomen. Zowel met de huidige overeenkomst als met een aangepaste overeenkomst naar de visie van de rechtbank, is de overeenkomst maatgevend en niet de economische realiteit: form over substance, zogezegd.

Gemeentelijke praktijk

Uit de uitspraak blijkt dat het systeem van verrekening van btw, zoals dat is vormgegeven voor particulieren (alle aanschaf btw terugontvangen onder inhouding van een verondersteld privégebruik gekoppeld aan het piekvermogen van de installatie), voor gemeenten niet zo werkt. De daadwerkelijk levering tegen vergoeding van energie aan het net is een btw-belaste prestatie en het eigen gemeentelijke gebruik valt (veelal) onder het forfaitaire percentage. Deze twee factoren bepalen vervolgens hoeveel btw op de aanschaf van de installatie kan worden verrekend. Dit maakt het rekenkundig allemaal wat lastiger, mede omdat de btw-herzieningsbepalingen op de installatie van toepassing zijn.

Mocht u meer willen weten, neem dan contact op met uw EFK-adviseur, mr. F.E. van den Eijnden of ons secretariaat via info@efkbelastingadviseurs.nl  of bel 072 5350525.