Zakelijk handelen binnen de publieke sector

Afgelopen vrijdag heeft de Samenwerking Vennootschapsbelasting Lokale Overheden (SVLO) een notitie over verrekenprijzen (‘transfer pricing’) gepubliceerd. In de notitie staat een algemene toelichting op transacties tussen gelieerde partijen en het zogenoemde zakelijkheidsbeginsel.

De in de notitie <klik hier> weergegeven principes zijn niet nieuw en wijken niet specifiek af voor de publieke sector, het zijn de heersende principes binnen het VPB-werkveld. Al in 1995 zijn de OESO Richtlijnen voor verrekenprijzen voor multinationale ondernemingen rechtstreeks van toepassing verklaard op de in Nederland gevestigde belastingplichtigen en is de verplichting om zakelijke verrekenprijzen te hanteren per 1 januari 2002 opgenomen in de Wet op de Vennootschapsbelasting.

Voor een ieder die binnen de gemeente betrokken is bij het dossier Vennootschapsbelasting is het verstandig kennis van de principes te hebben. Onderstaand een korte samenvatting en een aandachtspuntenlijst. In onze begeleiding, adviezen en bij het opstellen van de rapportages hebben wij de genoemde principes vanaf het begin zo toegepast.

Gelieerdheid, verbonden partijen en de fiscale correctie

Partijen worden als gelieerde lichamen beschouwd als een lichaam onmiddellijk of middellijk deelneemt in het kapitaal, management of toezicht van een ander lichaam. Bij de zogenoemde verbonden partijen moet worden getoetst of sprake is van gelieerdheid. In het geval van een Gemeenschappelijk Regeling kan hiervan sprake zijn.

Bij transacties tussen gelieerde partijen/ondernemingen kan voor belastingdoeleinden een correctie van voorwaarden en prijsstelling plaatsvinden tot voorwaarden of prijzen die onafhankelijke partijen in vergelijkbare omstandigheden zouden zijn overeengekomen (verrekenprijzen of transfer pricing). De fiscale correctie dient te worden toegepast als ‘onzakelijk’ is gehandeld.

Zakelijkheidsbeginsel / at arm’s lenghtbeginsel

Het uitgangspunt van zakelijk handelen of het at arm’s lengthbeginsel is dat gelieerde partijen voor fiscale doeleinden worden verondersteld onderling te handelen zoals onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden zouden doen. Dat betekent dat een resultaat dient te worden bereikt waarin de fiscale winst die gelieerde partijen behalen op hun onderlinge transacties, vergelijkbaar is met de winst die onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden met vergelijkbare transacties zouden behalen. Als zo niet wordt gehandeld kan de inspecteur besluiten dat ‘onzakelijk’ is gehandeld en dat fiscaal moet worden gecorrigeerd.

Uitvoering in de praktijk

  1. Het bepalen van de winst moet worden gedaan na het toerekenen van de indirecte kosten;
  2. Het toerekenen gaat op basis van een eenvoudige methode (eenvoudsbeginsel);
  3. Voorkom een winstopslag op het intern toerekenen, bereken alleen de integrale kostprijs;
  4. Blijf consistent over de jaren heen;
  5. Sluit aan op de bedrijfseconomische methode, voor overheidsorganisaties de BBV methodiek;
  6. Let op met de btw, deze moet zijn opgenomen in de kosten;
  7. Adequate dossiervorming en onderbouwing van de keuzes en gegevens zijn vereist.

Zoals in de inleiding opgemerkt, hebben wij bovenstaande principes vanaf het begin meegenomen in onze adviezen en rapportages. In het begeleiden van de aangifte, het beoordelen van de actuele cijfers en bij het maken van de aansluiting tussen commerciële en fiscale resultaten, passen wij deze dan ook uiteraard toe. Mocht u vragen over het bovenstaande hebben, neem dan contact op via telefoonnummer 072 535 05 25 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.