Wet Markt en Overheid en slagboomparkeren

Recent is een gemeente door de Autoriteit Consument en Markt (hierna: de ACM) op de vingers getikt omdat zij een aantal slagboomparkeergelegenheden beneden de kostprijs exploiteert.

De casus

De ACM heeft een handhavingsverzoek ontvangen van Q-Park. Q-Park exploiteert zelf twee parkeergarages in de gemeente. Q-Park stelt in het handhavingsverzoek in haar concurrentiepositie te worden benadeeld doordat de gemeente parkeergelegenheid aanbiedt beneden kostprijs en deze dienst dus deels uit publieke middelen financiert. De ACM stelt Q-Park in het gelijk waardoor de desbetreffende gemeente haar parkeertarieven moet aanpassen. Wij zetten de feiten en de wetenswaardigheden nog even op een rij.

Btw

Ter herinnering: het slagboomparkeren is sinds enkele jaren een btw-belaste activiteit, ook als de gemeente achter de slagboom parkeerbelasting zou heffen. Het slagboomparkeren komt qua vorm en inhoud zozeer overeen met het geven van gelegenheid tot parkeren door particuliere aanbieders, zoals Q-Park, dat sprake is van concurrentievervalsing van (minimaal) enige betekenis. Btw-plicht is het gevolg.

Markt en Overheid

De Wet Markt en Overheid (hierna: Wet M&O) handelt over mededingingsrecht. Wat in de wandelgangen de Wet M&O wordt genoemd, is in feite het nieuw ingevoegde hoofdstuk 4B van de Mededingingswet. Het doel van de Wet M&O is het creëren van een gelijk speelveld op dezelfde markt tussen privaatrechtelijke en publiekrechtelijke subjecten. De belangrijkste gedragsregel is in dit verband dat de publiekrechtelijke subjecten zoals gemeenten minimaal de integrale kostprijs van hun economische activiteiten aan hun klanten in rekening moeten brengen. Daarmee wordt zeker gesteld dat de economische activiteit niet deels bekostigd wordt uit publieke middelen. Dat zou immers oneerlijke concurrentie opleveren. De onderhavige zaak geeft meer duidelijkheid over welke kosten volgens de ACM tot de integrale kostprijs moeten worden gerekend en welke niet.

Voor een goed begrip van de materie merken wij op dat de desbetreffende gemeente voor het doordeweeks parkeren geen algemeen belang besluit had genomen.

De gemeente in kwestie had voor de bepaling van de hoogte van de integrale kostprijs de kosten van het slagboomparkeren en van het parkeren op en langs de openbare weg ‘op één hoop gegooid’ en van daaruit een iets lagere integrale kostprijs berekend. De ACM verwerpt deze totaalbenadering en bakent de relevante markt en dus ook de daaraan toerekenbare kosten af tot het slagboomparkeren ‘sec’. Het parkeren op en langs de openbare weg is volgens de ACM geen economische activiteit maar een exclusieve overheidsactiviteit bij uitstek nu alleen de gemeente gelegenheid kan geven tot parkeren op en langs de openbare weg.

De ACM is het eens met de gemeente dat de gemeentelijke kosten die worden gemaakt om een gemeentelijk parkeerbeleid te ontwikkelen, niet (deels) behoren tot de integrale kostprijs van de slagboomparkeergelegenheden. Verder mag de gemeente ook de kosten van bepaalde infrastructurele voorzieningen (een hellingbaan) om de parkeergarage te bereiken elimineren uit haar kosten.

De gemeente meent verder dat de kapitaallasten van een drietal parkeergarages voor 30% moeten worden geëlimineerd omdat het nabij gelegen winkeloppervlak, waarop het aantal gerealiseerde parkeerplaatsen oorspronkelijk was afgestemd, nog niet geheel was verwezenlijkt. De ACM vindt dit geen relevant argument en rekent 100% van de kapitaallasten tot de integrale kosten.

Na de gecorrigeerde kosten te hebben gerelateerd aan de parkeertarieven komt de ACM tot de conclusie dat de gemeente niet voldoet aan de eis dat de integrale kosten moeten worden doorberekend en dat het college van B&W van de gemeente van 1 juli 2014 tot in ieder geval 31 december 2016 bij de exploitatie van gemeentelijke parkeergarages en parkeerterreinen de Mededingingswet overtreedt.

Gemeentelijke praktijk

Zodra het besluit van de ACM onherroepelijk vaststaat, kan Q-Park de daarin vervatte vaststelling gebruiken voor het indienen van een (schadevergoedings)vordering uit onrechtmatige daad bij de gemeente in kwestie. De gemeente had dit kunnen voorkomen door de integrale kostprijs vanaf het begin juist te bepalen en bij twijfel daarover overleg te voeren met potentiële concurrenten.

Indien u vragen hebt over de procedure bij de ACM en/of de situatie in uw gemeente, neemt u dan contact op met mr. M.G,D. Pot via info@efkbelastingadviseurs.nl of bel 072 5350525.