Wet Markt en Overheid en personeelskantines

Wet Markt en Overheid en personeelskantines

Sinds 1 juli 2012 is de Wet Markt en Overheid van kracht. Deze wet eist onder meer dat publiekrechtelijke lichamen bij het verrichten van economische activiteiten de integrale kostprijs in rekening brengen. Hiermee beoogt deze wetgeving te voorkomen dat publiekrechtelijke lichamen hun economische activiteiten deels bekostigen uit overheidsmiddelen. Betekent dit nu dat gemeenten in hun personeelskantines voor spijzen en dranken de integrale kostprijs in rekening moeten brengen?

Veel gemeenten in Nederland exploiteren een personeelskantine waarin aan medewerkers spijzen en dranken tegen betaling worden aangeboden. De vraag is of sprake is van een economische activiteit die onder de Wet Markt en Overheid valt. In dat geval dient de gemeente minimaal de integrale kostprijs in rekening te brengen (afschrijving inventaris, keukeninrichting en apparatuur, gebouw, personeel, exploitatielasten en dergelijke).

Deze vraag hebben wij voorgelegd aan de ACM. De ACM liet ons weten dat het exploiteren van personeelskantines onder het criterium ‘zelfvoorziening’ kan worden geschaard en derhalve niet onder de werking van de Wet Markt en Overheid valt. Dat betekent dat de praktijk van relatief lage prijzen voor spijzen en dranken kan worden voortgezet. In het verlengde daarvan doen zich weer nieuwe vraagstukken voor. Hoe moeten gemeenten handelen die in betekenende mate ook derden toelaten tot hun personeelskantine? Geldt het criterium van de zelfvoorziening ook voor parkeergarages waarin werknemers tegen een lage vergoeding of ‘om niet’ hun auto (in het kader van woon-werkverkeer) kunnen stallen?

Gemeentelijke praktijk

Zoals uit het antwoord van de ACM voor de personeelskantine valt af te leiden kent de Wet Markt en Overheid haar eigen rechtskarakter. In rechtskarakter is niet te vergelijken met de Wet op de omzetbelasting 1968, want deze bepaalt dat – mits prestaties tegen vergoeding worden verricht – wel degelijk sprake is van economische activiteiten. En deze fiscale behandeling staat in zekere zin weer haaks op de Wet Loonbelasting die beoordeelt of bij de werknemers een besparing optreedt waardoor mogelijk sprake is van loon in natura.

Het blijft daarom zorgvuldig koersen binnen de rechtskarakters van de afzonderlijke (fiscale) wetten. Zodra de rechtskarakters in elkaar gaan overlopen ontstaan beslissingen die op verkeerde gronden worden genomen. Daarom blijft het van belang beslissingen over bijvoorbeeld een personeelskantine steeds vanuit de afzonderlijke wetgevingen te benaderen.

Voor vragen over de toepassing van de Wet Markt en Overheid kunt u contact opnemen met Mike Pot via info@efkbelastingadviseurs.nl of ons secretariaat via 072-5350525.