Wel of geen aanvullend dienstbetoon vereist?

Wel of geen aanvullend dienstbetoon vereist?

De verhuur van een onroerende zaak valt in beginsel onder een btw-vrijstelling. Als er aanvullend dienstbetoon wordt verricht kan de vrijgestelde prestatie weleens omslaan naar een btw-belaste prestatie. Dit is voor een sportaccommodatie niet anders!

Hoewel per 1 januari 2019 de niet-winstbeogende exploitatie van sportaccommodaties zijn vrijgesteld van btw, wordt met betrekking tot vóór deze datum gelegen tijdvakken nog steeds geprocedeerd over de vraag of de exploitatie als een vrijgestelde verhuurprestatie moet worden aangemerkt of als het btw belast geven van gelegenheid tot sportbeoefening. Recent heeft de Hoge Raad een uitspraak gepubliceerd <klik hier> waaruit blijkt dat het aanvullend dienstbetoon een belangrijke rol speelt om te kunnen komen tot kwalificatie van de prestatie tot het (btw-belast) geven van gelegenheid tot sportbeoefening.

Een gemeente heeft twee sportparken die zij elk ter beschikking stelt aan een hoofdgebruiker, te weten een voetbalvereniging. Beide verenigingen krijgen bij de gebruiksovereenkomst het exclusieve gebruiksrecht op het sportpark. De gemeente heeft zich (vóór 1 januari 2019) bij het doen van aangifte op het standpunt gesteld dat sprake is van het btw belast geven van gelegenheid tot sportbeoefening. De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat de gemeente zich bezighoudt met van btw vrijgestelde verhuur en corrigeert de als voorbelasting verwerkte inkoop-btw op beheer en onderhoud. Een beroepsprocedure volgt. De Hoge Raad heeft kort geleden de uitspraak gepubliceerd gewezen en de zaak voor verdere behandeling verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.

De reden voor de verwijzing is dat de rechtbank heeft geoordeeld dat allerlei als bijkomend dienstbetoon aan te merken prestaties eigenlijk niet waren aan te merken als zijnde door of vanwege de exploitant, in dit geval de gemeente, te zijn verricht. Onderhoud en schoonmaak, beheer en  toezicht, beveiliging en bewaking zijn feitelijk uitgevoerd door de voetbalverenigingen die het exclusieve gebruik van “hun” sportpark hadden. De rechtbank stelt de Belastingdienst in het gelijk.

In hoger beroep meent het hof Den Haag daarentegen dat het uitgangspunt is dat uit wet en richtlijn volgt dat het enkel gerechtigd zijn tot het gebruik van een sportaccommodatie voor de beoefening van sport leidt tot een dienst die belast is naar het verlaagde tarief. Bovendien meent het hof dat geen sprake is van verhuur omdat uit de feiten zou blijken dat de gemeente voldoende aanvullend dienstbetoon verricht.

De Hoge Raad neemt het hof de maat en beslist dat het uitgangspunt van het hof berust op een onjuiste rechtsopvatting. Er is wel degelijk aanvullend dienstbetoon vereist om een verhuurprestatie te transformeren in een andersoortige – meer complexe – dienst van geheel eigen aard. De inspecteur heeft gemotiveerd gesteld dat de activiteiten van de gemeente in feite niet meer behelzen dan passieve verhuur van sportaccommodaties. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd hoe zij aan die stelling voorbij kon gaan. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof Den Haag en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam om de prestatie van de gemeente alsnog juist te duiden.

Gemeentelijke praktijk

De voorlopige conclusie is dat aanvullend dienstbetoon wel degelijk een belangrijke rol speelt vrijgestelde verhuurprestaties tot een btw-belaste – andersoortige – prestatie te laten verworden. Dit blijf niet beperkt tot alleen sportaccommodaties (tot en met 2018) maar geldt voor alle gemeentelijke exploitaties van maatschappelijk vastgoed. Daarom is het raadzaam bij investeringsvraagstukken (kredietaanvraag) de toekomstige exploitatiewijze in ogenschouw te nemen. Onder voorwaarden kan de investering zomaar 21% goedkoper worden.

Staat u voor een dergelijk investeringsvraagstuk, neem contact op met Mike Pot of uw EFK-belastingadviseur via 072-5350525 of stuur een mailbericht naar info@efkbelastingadviseurs.nl.