Vrijstelling voor maatschappelijk werk, hoe ruim is deze?

Vrijstelling voor maatschappelijk werk, hoe ruim is deze?

In een Belgische zaak die bij het Hof van Justitie speelde, Les Jardins de Jouvence SCRL, komt de reikwijdte van de vrijstelling voor de prestaties van instellingen op het gebied van de bejaardenzorg aan de orde in het kader van assistentiewoningen. 

De Vlaamse taal kent prachtige woorden, zoals bijvoorbeeld ‘assistentiewoning’. In Nederland duiden wij een dergelijke woning veelal als aanleunwoning. In de situatie bij het Hof van Justitie kunnen de bewoners van een assistentiewoning tegen betaling verschillende diensten afnemen die ook aan andere personen worden aangeboden, te weten een bar-restaurant, een kap- en een schoonheidssalon, een fysiotherapiezaal, ergotherapeutische activiteiten, een wasserij, een lokaal voor bloedproeven en een artsenpraktijk.

Zowel voor de exploitatie van een bejaardentehuis als voor een assistentiewoning moet in België een erkenning worden verkregen en geldt een aantal voorwaarden en normen, mede voor de aanvullende diensten. Les Jardins de Jouvence (LJJ) heeft een voorlopige exploitatievergunning verkregen en belangrijke bouwwerkzaamheden verricht en installaties laten aanbrengen. Zij claimt de btw op de door haar verrichte investeringen bij de Belastingdienst. De Belastingdienst vindt dat LJJ geen aanspraak kan maken op aftrek van de btw, omdat een vrijstelling geldt. LJJ ontkent dat zij aan de voorwaarden voor een vrijstelling voldoet.

De basis van de vrijstelling ligt in de Europese Btw-richtlijn artikel 132, lid 1, letter g. Hierin is vastgelegd dat een vrijstelling geldt voor diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en met de sociale zekerheid, waartoe ook de prestaties van bejaardentehuizen worden begrepen. Voorwaarde is dat de organisatie door de betrokken lidstaat als instelling van sociale aard wordt erkend. De vrijstelling geldt niet als de dienst of de levering niet onontbeerlijk is voor het verrichten van de vrijgestelde handeling.

Het Hof van Justitie <klik hier> stelt vast dat de lidstaten een beoordelingsmarge hebben bepaalde, andere dan publiekrechtelijke, organisaties als instellingen van sociale aard te erkennen. Hierbij moet met allerlei omstandigheden rekening worden gehouden, waaronder begrepen de omstandigheid dat de exploitant van assistentiewoningen in België prijzen toepassen die worden vastgesteld onder toezicht van het ministerie van Economische Zaken. Wat echter volgens het Hof irrelevant is, is of de exploitant subsidie of enig ander voordeel of financiële steun van de overheid ontvangt.

Die diensten waarbij voor bejaarden aangepaste woonruimten ter beschikking worden gesteld komen in aanmerking voor de vrijstelling. De andere prestaties, zoals het reinigen van de woning en kleding, vallen in beginsel eveneens onder de vrijstelling, in het bijzonder indien deze prestaties strekken tot zorg en bijstand aan bejaarden. De specifieke wijze waarop de exploitant wordt gefinancierd of de vergoedingen die hem worden betaald, zijn irrelevant voor de toepassing van de vrijstelling.

Bepaalde diensten worden facultatief aangeboden aan zowel de bewoners van de assistentiewoning als aan niet-bewoners. Het verstrekken van andere facultatieve diensten, zoals de diensten van een kap- en een schoonheidssalon kunnen niet worden geacht onontbeerlijk te zijn voor het verrichten van de vrijgestelde handelingen. Het staat echter aan de verwijzende rechter om dit te verifiëren.

De Nederlandse situatie

In Nederland geldt een vrijstelling voor de verhuur van woningen. Een prestatie kan door de bijkomende elementen het karakter van verhuur verliezen. Dan is in beginsel btw verschuldigd. Bij de onderhavige diensten komt btw-heffing niet aan de orde, want ook prestaties van instellingen op het gebied van bejaardenzorg die zijn gericht op het handhaven of bevorderen van de mogelijkheden voor ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, zijn vrijgesteld. De vrijstelling geldt eveneens voor het verstrekken van spijzen en dranken. Gelet op het arrest kunnen heel wat aanvullende diensten onder de vrijstelling vallen, mits het maar onontbeerlijke zorg en bijstand aan bejaarden betreft. De vrijstelling geldt in Nederland alleen als het maken van winst niet systematisch wordt beoogd en behaald. Voor wat betreft de erkenning zijn geen bijzondere bepalingen opgenomen. Alle instellingen die voldoen aan de hiervoor gegeven omschrijving, mogen de vrijstelling toepassen.

Wat betekent dit voor gemeenten?

In het kader van het Sociaal Domein zijn veel taken bij de gemeenten gekomen, zoals bijvoorbeeld de Wmo-taak ouderen zolang mogelijk zelfstandig te laten wonen. De gemeenten faciliteren daartoe allerlei voorzieningen zoals bijvoorbeeld dagopvang. Daarvoor worden contracten gesloten of afspraken gemaakt met exploitanten van bejaardenhuizen (met aanleunwoningen) of welzijnsstichtingen. Voor deze handelingen wenst de gemeente natuurlijk geen facturen met berekening van btw te ontvangen. En met de uitspraak van het Hof van Justitie wordt dit voor een deel mogelijk gemaakt. Het adagium van het kabinet inzake de transitie 3D’s blijft over eind: samenwerken zal extra belastingdruk opleveren (tenzij koepelvrijstelling van toepassing), maar in de uitvoering zal zoveel mogelijk sprake zijn van een btw-vrijstelling.

Neemt u voor meer informatie contact op met mr. Andrea Joore via info@efkbelastingadviseurs.nl of ons secretariaat via 072-5350525.