VPB zet de DVO onder druk, maar is niet onbruikbaar

VPB zet de DVO onder druk, maar is niet onbruikbaar

Zowel in landelijke politieke kringen als binnen gemeenten zien wij dat met regelmaat verwarring bestaat over de mogelijkheden van het samenwerken op basis van dienstverleningsovereenkomsten (DVO). Veelal is het geloof dat dit volstrekt niet meer mogelijk is. Die conclusie is op zich onjuist. Wel is het zo dat de introductie van de VPB de mogelijkheden danig heeft beperkt, of anders gezegd: de risico’s aanzienlijk heeft vergroot.

Op 14 januari 2016 heeft de staatssecretaris van Financiën antwoorden gegeven op Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) <klik hier>. Het is dit Kamerlid geweest dat met een amendement heeft gerealiseerd dat de samenwerkingsvrijstelling voor overheden op een laat moment nog is gewijzigd. De wetgever stelde zich aanvankelijk op het standpunt dat samenwerking tussen overheden vrijgesteld moet blijven, doch dat een samenwerking gebaseerd op een DVO als (commerciële) dienstverlening kwalificeert en niet voor de vrijstelling in aanmerking komt. Het ‘amendement Dijkgraaf’ heeft bewerkstelligd dat het laatste niet geldt voor samenwerking op het gebied voor overheidstaken waarmee overigens niet in concurrentie wordt getreden.

De antwoorden op de Kamervragen van Dijkgraaf hebben op zich geen nieuwe inzichten opgeleverd. De staatssecretaris van Financiën heeft de facto nogmaals herhaald hoe het wettelijke regime in elkaar steekt.

Hoe ziet dat regime er op hoofdlijnen thans uit bij onderlinge samenwerking tussen gemeenten?

Samenwerking op basis van een DVO – of meer algemeen: een civielrechtelijke overeenkomst – leidt niet tot VPB-heffing als het gaat om samenwerking bij overheidstaken. Denk bijvoorbeeld aan samenwerking op het gebied van belastingheffing of het sociaal domein.

De hierboven genoemde vrijstelling mist desondanks toepassing in het geval van samenwerking bij overheidstaken als met de betreffende activiteit in concurrentie wordt getreden. Denk bijvoorbeeld aan leerlingenvervoer.

De samenwerkingsvrijstelling mist ook toepassing als het gaat om samenwerking op basis van een DVO bij niet-overheidstaken. Denk bijvoorbeeld aan samenwerking op het gebied van ICT of stafdiensten. Het is van belang daarbij te beseffen dat ondersteunende diensten ten behoeve van de overheidstaak van een ander, evenmin vallen onder de vrijstelling. Denk aan ICT-ondersteuning ten behoeve van de belastingheffing van een andere gemeente.

Samenwerking via een rechtspersoon valt buiten dit bestek. Samenwerking op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen is namelijk vrijgesteld. Dit is slechts anders als sprake is van verkapte dienstverlening (een verkapte DVO).

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met mr. Bas de Mik via info@efkbelastingadviseurs.nl of ons secretariaat via 072-5350525.