Verruiming sportvrijstelling: let op uw zwembad!

Verruiming sportvrijstelling: let op uw zwembad!

Het kabinet Rutte III heeft kenbaar gemaakt dat per 1 januari 2019 de verruiming van de sportvrijstelling wordt doorgevoerd. Sportminnend Nederland is in afwachting van de wijze waarop de aangekondigde compensatie wordt vormgegeven. Maar als de sportvrijstelling in de Wet op de omzetbelasting 1968 in overeenstemming wordt gebracht met de Btw-richtlijn, zal het (gemeentelijk) zwembad niet buiten schot blijven. Of anders gezegd: kopje onder gaan.

Verleden

Historisch gezien heeft het zwembad in Nederland een btw-ontwikkeling doorgemaakt die losstaat van het gelegenheid geven tot sportbeoefening. Tot aan het einde van de jaren ’90 van de vorige eeuw, is voor het zwembad een vrijstelling beschikbaar. Alleen als met de zwembadactiviteiten winst wordt gemaakt, kan de vrijstelling buitenspel worden gezet. Dit heeft ertoe geleid dat voor sommige zwembadexploitanten een gemeentelijke prijssubsidie is ingezet om winst te maken en zo gebruik te kunnen maken van het lage btw-tarief met verrekening van de btw op investeringen en kosten. Aan het einde van de vorige eeuw is een einde gekomen aan deze btw-vrijstelling, die alleen in een overgangssituatie nog mag worden gebruikt door de exploitant die voorheen ook al gebruik maakte van de btw-vrijstelling. Wij verwachten dat in de praktijk de vrijstelling alleen nog van toepassing zal zijn op natuurzwembaden, gelet op het lage kostenniveau dat aan een dergelijke exploitatie is verbonden.

Vanaf 2002 is het gelegenheid geven tot sportbeoefening opgenomen in Tabel I post b3 behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968. Als toelichting is vervolgens in 2005 het zogenoemde Sportbesluit verschenen, welke toelichting inmiddels onderdeel is van de officiële Toelichting op Tabel I.

Heden

Vanwege het fiscaal gescheiden behandelen van zwembaden en overige sportaccommodaties, kan in het kader van de aangekondigde verruiming van de sportvrijstelling de gedachte leven dat hier de zwembaden niet onder vallen. Als de wetgever de Wet OB gaat aanpassen aan de Btw-richtlijn dan zal hij er niet aan ontkomen ook de zwembaden onder de verruiming te brengen. De reden daarvoor is de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak London Borough of Ealing (zaaknummer, C633/15 van 13 juli 2017 <klik hier>).

De Londense gemeente Ealing is een lokale overheid die een aantal sportfaciliteiten, zoals sportzalen en zwembaden, beheert (r.o. 10). Het HvJ stelt vervolgens in r.o. 16 vast dat:

Om te beginnen moet worden opgemerkt dat uit het verzoek om een prejudiciële beslissing blijkt dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde diensten ratione temporis onder richtlijn 2006/112 vallen, moeten worden beschouwd als diensten die voldoen aan de voorwaarden voor de in artikel 132, lid 1, onder m), van deze richtlijn bedoelde vrijstelling, en werden verricht door een publiekrechtelijke instelling zonder winstoogmerk in de zin van deze bepaling.

Uit deze vaststelling volgt dat zowel de exploitatie van zwembaden als van sportzalen door gemeenten uitgevoerd, valt onder de vrijstelling van artikel 132, lid 1 letter m van de Btw-richtlijn: “sommige diensten welke nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding en welke door instellingen zonder winstoogmerk worden verricht aan personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen”.

Toekomst

De gemeenten die zelf sportaccommodaties exploiteren of deze verhuren aan een instelling die geen winst beoogt zullen, volgens de aankondigingen van het kabinet Rutte III vanaf 1 januari 2019 een labelwijziging doorvoeren (van aangifte naar kostprijsverhogend). Deze wijziging heeft een behoorlijke financiële impact maar het kabinet wil de meeropbrengsten inzetten om de ‘gedupeerden’ te compenseren. Het is dan van belang dat de gemeente in haar afwegingen (compensatie, moment van ingebruikneming, verhuren aan een winstbeogende commerciële exploitant et cetera) het zwembad wèl meeneemt, want anders doet zij zichzelf zeer te kort.

Wilt u meer weten wat de verruiming van de sportvrijstelling per 1 januari 2019 voor uw gemeente of sportaccommodatie/zwembad betekent, neemt u contact op met mr. F.P. van den Eijnden, uw adviseur of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.