Verrekening van btw bij prestaties om niet

Een ondernemer komt in aanmerking voor verrekening van btw op aan te kopen goederen en diensten, voor zover hij deze gebruikt voor belaste handelingen. Het komt echter regelmatig voor dat deze daarnaast worden gebruikt voor activiteiten waar helemaal geen vergoeding tegenover staat. Ook dan is de btw onder omstandigheden verrekenbaar.

Verrekening van btw bij prestaties om niet (algemeen)

Goederen of diensten die geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor andere handelingen dan de prestaties die de ondernemer tegen vergoeding verricht, kunnen in bepaalde gevallen worden aangemerkt als ‘gebruikt voor belaste handelingen’. Dat heeft niet uitsluitend het Hof van Justitie meer dan eens beslist (bijvoorbeeld in het arrest Sveda), maar dat is ook vaste rechtspraak van de Hoge Raad. En dan bestaat geen aanleiding voor een beperking van het recht op aftrek. De vraag is wanneer dat dan geldt. Van ‘gebruik voor belaste handelingen’ is volgens de Hoge Raad onder meer sprake als de handelingen om niet en de tegen vergoeding verrichte prestaties onderling zodanig van elkaar afhankelijk zijn dat zij als één geheel moeten worden beschouwd. In dat geval bestaat een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen de belaste handelingen en de ingekochte goederen of diensten, ook al worden deze mede gebruikt voor prestaties om niet.

Aan de hand van een tweetal recente beslissingen in zeer uiteenlopende zaken zal het recht op aftrek bij prestaties om niet nader worden besproken.

Handelingen ten behoeve van dochterondernemingen

Het Hof van Justitie heeft bij beschikking een beslissing genomen in de Hongaarse zaak MVM Magyar Villamos M?vek Zrt. (hierna MVM) <klik hier>. Wat is het geval? MVM is een energiebedrijf in eigendom van de Staat. Het verhuurt elektriciteitscentrales en optische vezelnetwerken en heeft talrijke ondernemingen die zich hoofdzakelijk bezighouden met het opwekken of de distributie van elektriciteit. Voor dat gedeelte verricht MVM zonder enige twijfel ondernemersactiviteiten.

MVM houdt zich daarnaast echter bezig met een groep dochterondernemingen die haar dividend uitkeren. Zij brengt geen bedragen in rekening voor het centrale beheer dat zij voor deze dochterondernemingen uitvoert. Overigens maakt zij voor het beheer van deze dochterondernemingen wèl kosten en de vraag is of MVM de btw op die kosten als ondernemer mag verrekenen.

Het is niet de eerste keer dat het Hof van Justitie zich buigt over een dergelijke vraag en het antwoord bestaat uit een aaneenschakeling van verwijzingen naar eerdere arresten. De vraag is of de inmenging in het beheer van dochterondernemingen zonder dat daar een directe vergoeding tegenover staat (dividend is geen vergoeding voor een prestatie) een economische activiteit vormt in de zin van de Btw-richtlijn. Zoals al eerder beslist door het Hof van Justitie is dat niet het geval. De inmenging van een holding in het beheer van de vennootschappen waarin zij deelnemingen heeft genomen, is uitsluitend een economische activiteit (en dus belastbaar) voor zover handelingen worden verricht die wèl aan de btw zijn onderworpen, zoals de verlening van administratieve, financiële, commerciële en technische diensten.

En dat heeft voor het recht op aftrek het volgende tot gevolg. Het recht op aftrek van de btw die op de aankoop van goederen of diensten drukt, vooronderstelt dat de daarmee verband houdende kosten zijn opgenomen in de prijs van de later te verrichten belaste leveringen of diensten. Er bestaat een recht op verrekening van btw als weliswaar een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen gemaakte kosten en latere belaste handelingen ontbreekt, maar de kosten niettemin algemene kosten zijn en als zodanig zijn opgenomen in de prijs van de geleverde goederen of verrichte diensten. En dat is iets wat de Hongaarse rechter verder mag onderzoeken.

Exploitatie van een park

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een oordeel gegeven over de activiteiten van een exploitant van een park < klik hier>. Dat park is in eigendom bij de gemeente, maar de exploitant ontvangt een vergoeding voor het onderhoud en beheer. Daarnaast bestaan de inkomsten uit bijdragen van particulieren en bedrijven, sponsorinkomsten, donaties en subsidies. Er vinden diverse activiteiten op het gebied van kunst, cultuur en natuur plaats, al dan niet tegen vergoeding.
Het gebied bestaat uit een historisch park, een beeldenbos met theehuis en een bosgebied met stuifzandvlakte. Het verdienmodel is erop gericht met kunst, cultuur en natuur zo veel mogelijk bezoekers aan te trekken om daarmee inkomsten te genereren. De toegang tot het park is gratis en zo ook bepaalde kunstevenementen.

De rechtbank is van mening dat de exploitant vanwege de nauwe onderlinge samenhang al sinds haar oprichting één totaalpakket aan activiteiten verricht dat erop is gericht zoveel mogelijk bezoekers aan te trekken om daarmee voldoende inkomsten te genereren voor het herstel, de instandhouding en het onderhoud van het park en voor haar activiteiten in het park. Mede gelet op dit verdienmodel heeft de exploitatie van het park een overwegend commercieel karakter. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom sprake van een exploitatie van het park als één geheel en daarmee van uitsluitend economische activiteiten. Dat betekent dat er geen reden is voor een aftrekbeperking.

De gemeentelijke praktijk

Het voorgaande wordt bijvoorbeeld opportuun als een gemeente als ondernemer een bedrijventerrein aanlegt en daarbij in verband met mogelijke geluidsoverlast woningen van particulieren van isolatieglas voorziet zonder daarvoor aan die particulieren een vergoeding te vragen.Voor gemeenten is de vraag of de btw bij prestaties om niet mag worden verrekend op aangifte in bepaalde gevallen dus eveneens van belang. Daaraan doet niet af dat de btw bij een negatieve beantwoording in beginsel – uitzonderingen daargelaten- compensabel is. En gelet op het feit dat het BTW-compensatiefonds de facto is opgeheven, is het goed altijd te onderzoeken of een koppeling met btw-belaste prestatiesmogelijk is.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met mr. Andrea Joore via ons secretariaat op 072 5350525 of info@efkbelastingadviseurs.nl.