Vergoedingen aan stembureauleden

Vergoedingen aan stembureauleden

Op 17 maart 2021 worden Tweede Kamerverkiezingen gehouden. In dit artikel wordt ingegaan op de mogelijkheden voor en de gevolgen van de aan de stembureauleden betaalde vergoedingen.

Stemmen tijdens de Coronacrisis

In een beperkt aantal stembureaus per gemeente kunnen kiezers al op maandag 15 maart 2021 en op dinsdag 16 maart 2021 stemmen. Dit betekent dat meer stembureauleden dienen te worden ingezet dan normaal het geval is. Het werven van de stembureauleden is voor veel gemeenten een uitdaging. Hierbij speelt fiscaliteit ook een rol.

Geen loonheffingen vanwege het ontbreken van de gezagsverhouding

De stembureaus zullen worden bemenst door zowel burgers als medewerkers van de gemeenten. De stembureauleden staan niet in een gezagsverhouding tot de gemeente. Reeds in 1991 heeft het Gerechtshof Den Bosch <klik hier> bepaald dat geen loonbelasting hoeft te worden ingehouden op de door de gemeente aan leden van een stembureau betaalde vergoeding. In de casus had de Belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd voor uitbetaalde vergoedingen aan stembureauleden die tevens ambtenaar zijn van de gemeente. Het Gerechtshof oordeelde dat alle (plaatsvervangende) stembureauleden een zelfstandige functie vervullen en als zodanig niet in een gezagsverhouding staan tot de gemeente. Over de vergoeding aan leden/ambtenaren en leden/niet-ambtenaren is derhalve geen loonbelasting verschuldigd.

De vergoeding die de stembureauleden voor hun werkzaamheden ontvangen hoeft dan ook niet in de salarisadministratie van de gemeente te worden verwerkt. Dit betekent niet dat geen belasting is verschuldigd. In beginsel vormt de vergoeding voor de stembureauleden overige inkomsten uit arbeid en dienen zij de vergoeding in beginsel zelf aan te geven in hun aangifte inkomstenbelasting. Hierop is een aantal varianten van toepassing welke kort worden toegelicht.

Opting in

Desgewenst kunnen partijen kiezen voor opting in (artikel 4 letter f van de Wet op de loonbelasting 1964). In dat geval maken partijen vooraf met een gezamenlijk verzoek aan de Belastingdienst kenbaar dat zij ervoor kiezen dat de arbeidsverhouding voor de loonbelasting dient te worden beschouwd als een dienstbetrekking. De vergoeding wordt dan in de salarisadministratie van de gemeente verwerkt. Bijkomend voordeel is dat de werkkostenregeling kan worden toegepast. De vergoeding kan in dat geval bijna volledig worden aangewezen als eindheffingsloon. Indien de vergoeding de vrije ruimte niet overschrijdt, kan deze effectief onbelast worden uitbetaald.Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding kan rekening worden gehouden met het feit dat over de vergoeding enerzijds door het stembureaulid geen loonheffing verschuldigd is en anderzijds dat bij overschrijding van de vrije ruimte de gemeente 80% eindheffing verschuldigd is.

Vrijwilligersvergoeding

De gemeente is van rechtswege een ANBI. De stembureauleden verrichten hun werkzaamheden op vrijwillige basis. Deze combinatie betekent dat de vrijwilligersregeling van toepassing is indien de vergoeding in 2021 maximaal € 1.800 per jaar, maximaal € 180 per maand en maximaal € 5 per uur bedraagt. In een procedure was vanwege de vergoeding van € 11 per uur de vrijwilligersregeling niet van toepassing. Overwogen kan worden de totale vergoeding zodanig te berekenen dat deze minder bedraagt dan € 5,00 per uur. De vergoeding kan worden betaald voor de voorbereidingstijd, zoals de instructie op het gemeentehuis, de reistijd en de tijd dat de vrijwilliger aanwezig op het stembureau. Het voordeel van de toepassing van de vrijwilligersregeling is dat de vergoeding dan onbelast is en ook niet aan de Belastingdienst hoeft te worden gemeld.

Betalingen aan verenigingen

In de praktijk komt het voor dat stembureauleden worden gerekruteerd onder de leden van een vereniging. De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat de vergoeding ten goede komt aan de leden en deze door middel van een  IB 47 dient te worden gemeld aan de Belastingdienst.

De vraag doet zich voor of dit standpunt juist is, indien

  • een overeenkomst wordt gesloten tussen de gemeente en de vereniging om tegen een x bedrag een aantal leden ter beschikking te stellen aan de gemeente;
  • gemeente bepaalt dat aan de leden van de vereniging geen vergoeding zal worden betaald;
  • de leden van de vereniging zelfs expliciet afzien van een recht op een vergoeding.

Resultaat overige werkzaamheden

De vergoeding is voor de stembureauleden, die niet vallen onder een van de drie bovengenoemde varianten, een bron van inkomen. Zij dienen de vergoeding in hun aangifte inkomstenbelasting aan te geven als resultaat uit overige werkzaamheden. Op basis van artikel 47 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen heeft de gemeente de verplichting de betalingen die zij aan derden doet aan de Belastingdienst door te geven. De gemeente levert de gegevens over de aan derden uitbetaalde bedragen digitaal aan vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarin de bedragen zijn betaald. De vergoedingen aan de stembureauleden betaald in 2021 dienen dus vóór 1 februari 2022 aan de Belastingdienst te zijn aangeleverd.

Gevolgen niet alleen voor de loonbelasting, maar ook voor de btw

Naast de consequenties voor de loonbelasting heeft de keuze ook gevolgen voor de btw. Zie de lezersvraag inzake lunchpakketten en maaltijdverstrekking.

Wilt u meer weten over vergoedingen aan stembureauleden neemt u dan contact op met Ton van der Fits of Henk Zuidersma dan wel met ons secretariaat, zij zijn bereikbaar via 072- 5350525 dan wel via info@efkbelastingadviseurs.nl.