Vergoeding opleiding: Gericht vrijgesteld of ten laste van de vrije ruimte?

Veel gemeenten bieden hun medewerkers de mogelijkheid het IKB in te zetten voor een opleiding. Realiseren gemeenten in voldoende mate wat hiervan de gevolgen kunnen zijn?

Algemeen

Werkgevers kunnen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen (hierna: kortweg vergoedingen) aanwijzen als eindheffingsloon. Het voordeel hiervan is dat voor zover de vergoeding onder de gerichte vrijstelling of de nihil waardering valt, deze onbelast is. Ook als de vergoeding ten laste van de vrije ruimte komt, is deze ‘onbelast’, indien de vrije ruimte niet wordt overschreden. Bij overschrijding van de vrije ruimte is de werkgever  80% eindheffing verschuldigd.

Voorwaarden gerichte vrijstelling

Met ingang van 1 januari 2017 is het voorheen geldende cafetariasysteem verruimd door de invoering het “Individueel Keuze Budget”, het IKB. Een van de doelen binnen het IKB is de vergoeding van de kosten van een opleiding. Dit valt onder de gerichte vrijstelling indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. De opleiding is gericht op het vervullen van een beroep in de toekomst of het verbeteren of op peil houden van vaardigheden of vakkennis voor het verwerven of behouden van een dienstbetrekking;
  2. De kosten worden niet door een ander vergoed; en
  3. De vergoeding is verleend of toegezegd vóór het einde van het kalenderjaar waarin de kosten worden gemaakt.

Zeker de onder 1 genoemde voorwaarde kan een discussie opleveren met de Belastingdienst. Als werkgever is de gemeente verplicht het zakelijke karakter van de opleiding te onderbouwen. Slaagt zij hierin niet, dan komt de vergoeding ten laste van de vrije ruimte met alle gevolgen van dien. Zo kan de extrapolatie van de correctie die aan het licht is gekomen tijdens een steekproefsgewijs uitgevoerde looncontrole enorme financiële consequenties hebben. Het is dus zaak dat de gemeente duidelijk aangeeft voor welke opleidingen het IKB kan worden ingezet.

Praktijkvoorbeelden

Recent heeft het Gerechtshof Amsterdam <klik hier> bevestigd dat rijlessen voor het rijbewijs B (personenauto) niet in aanmerking komen. Het door het Hof gehanteerde criterium is dat het behalen van een regulier rijbewijs strekt tot algemene en duurzame verbetering van de persoonlijke uitrusting van de werknemer. Dit geldt niet voor het behalen van een groot rijbewijs als de werknemer beroepschauffeur wordt.

Het volgen van een taalcursus is zakelijk, indien de werknemer tolk of vertaler wordt. Dit geldt ook indien een medewerker van de gemeente inwoners te woord dient te staan die de Nederlandse taal niet machtig zijn en dienen te worden aangesproken in een andere taal. Wordt de taalcursus echter gevolgd met als doel om zich tijdens de vakantie (of toekomstig permanent verblijf) in het buitenland beter verstaanbaar te maken voor de lokale bevolking, dan ontbreekt het zakelijke karakter.

Belang voor gemeenten 

Zonder een toetsing van het zakelijke karakter van de opleiding of de cursus kan het zijn dat de vergoeding ten onrechte onder de gerichte vrijstelling is gerangschikt. Een eventuele correctie door de Belastingdienst kan grote financiële gevolgen hebben.

Wilt u meer weten over opleidingen en de gerichte vrijstelling, neemt u dan contact op met Ton van der Fits, of met ons secretariaat via 072-5350525 of per e-mail aan info@efkbelastingadviseurs.nl.