Vereisten voor btw aftrek

Vereisten voor btw aftrek

Wanneer ontstaat het recht op aftrek van voorbelasting en in welk tijdvak kan een ondernemer dit recht ook daadwerkelijk effectueren? Is het verder vereist dat een ondernemer in het bezit is van een factuur om dit recht te kunnen uitoefenen? In een recent gepubliceerde conclusie heeft Advocaat-generaal Kokott (hierna: de AG) haar kijk rondom deze kwestie gegeven.

De AG heeft zich gebogen <klik hier> over een van de belangrijkste vraagstukken vanuit btw-rechtelijk oogpunt, namelijk: is het vereist dat een ondernemer in het bezit is van een factuur om zijn recht op aftrek van de voorbelasting te kunnen uitoefenen? De beantwoording van deze vraag is van belang voor het belastingtijdvak waarin gebruik moet worden gemaakt van de vooraftrek. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord zou de oorspronkelijke factuur (die door vormgebreken op een latere tijdstip wordt gecorrigeerd, mits de correctie terugwerkende kracht heeft) van doorslaggevend belang zijn voor het uitoefenen van het recht op aftrek. Indien de correctie geen terugwerkende kracht heeft, is het tijdstip waarop de gecorrigeerde factuur is ontvangen doorslaggevend. Echter, in het geval de bovenstaande vraag ontkennend wordt beantwoord, is alleen bepalend het tijdstip waarop de prestatie is verricht.

Tijdstip waarop aftrek ontstaat
De Btw-richtlijn bepaalt dat het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de aftrekbare belasting wordt verschuldigd. Om het recht op aftrek daadwerkelijk te kunnen uitoefenen, is enkel het feit dat de belastingschuld van de leverancier is ontstaan onvoldoende. De afnemer dient namelijk ook in het bezit te zijn van een factuur die bovendien aan bepaalde vormvereisten moet voldoen (zoals bedoeld in artikel 226 van de Btw-richtlijn).
Het in bezit zijn van een (correcte) factuur is van doorslaggevend belang het recht op aftrek te kunnen uitoefenen. Het tijdstip van het bezit van de factuur bepaalt tevens het juiste tijdvak waarin dit recht op aftrek moet worden uitgeoefend.

Onvolledige dan wel onjuiste factuur
De AG maakt onderscheid tussen de materiële en formele voorwaarden voor het recht op aftrek. Een belastingdienst mag derhalve het recht op btw-aftrek niet weigeren enkel en alleen omdat een factuur bijvoorbeeld niet voldoet aan de door artikel 226 btw-richtlijn gestelde voorwaarden terwijl de belastingdienst beschikt over alle gegevens die nodig zijn om na te gaan of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor uitoefening van dat recht. Het Hof staat namelijk terugwerkende kracht toe aan de correcties van een (formeel gebrekkige) factuur, die reeds in het bezit is van de afnemer.

Gevolgen van de creditering van een factuur
Het is van belang om te bepalen of de voorwaarden voor aftrek wat betreft de grondslag (artikel 167 btw-richtlijn) en het bedrag ervan (artikel 178 btw-richtlijn) materiële voorwaarden zijn. In het geval dat voldaan is aan de materiële voorwaarden (uitvoering van de prestatie en bezit van de factuur), is het recht op aftrek op dat tijdstip ontstaan en moet dit recht derhalve worden uitgeoefend in het desbetreffende belastingtijdvak. Eventuele vormgebreken van een factuur kunnen nog met terugwerkende kracht voor dit tijdvak worden rechtgezet. In het geval dat niet is voldaan aan de materiële voorwaarden, staan de creditering en nieuwe uitreiking van de factuur gelijk aan de eerste uitreiking van een factuur die recht geeft op aftrek. De ‘nieuwe factuur’ bepaalt dan het juiste tijdvak waarin de aftrek moet worden uitgeoefend.

Wat is een factuur?
Het is derhalve van belang om na te gaan of de uitgereikte facturen aan te merken zijn als ‘facturen’ volgens de btw-richtlijn. Volgens de AG is een document immers al aan te merken als een factuur ingeval vijf essentiële soorten gegevens vermeld staan op de factuur:

  • identiteit van de dienstverrichter
  • identiteit van en de afnemer;
  • het voorwerp van de prestatie;
  • de prijs;
  • afzonderlijke vermelding van de btw.

Wanneer deze vijf essentiële gegevens bekend zijn, is voldoende recht gedaan aan het doel en de strekking van de factuur en is het recht op aftrek definitief. Het niet vermelden van een of meer van de overige in artikel 226 btw-richtlijn genoemde vormvereisten staan niet aan aftrek in de weg, wanneer deze nog tijdens de administratieve of gerechtelijke procedure worden rechtgezet.

Conclusie
De AG concludeert dat aftrek van voorbelasting reeds ontstaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt. Voor de omvang van de aftrek is het bezit van een factuur van belang. Deze beide voorwaarden zijn ook van belang voor de bepaling van het tijdvak waarin de aftrek kan worden geëffectueerd. Verder geldt dat de factuur niet hoeft te voldoen aan alle vormvereisten, maar dat aftrek niet mogelijk is zonder het bezit van een factuur.

Belang voor de gemeente
Een ondernemer is verplicht voor zijn leveringen en diensten aan andere ondernemers en rechtspersonen niet-ondernemers een factuur uit te reiken die voldoet aan de gestelde eisen. Voldoet een factuur niet aan de eisen, dan is de btw die erop is vermeld in beginsel niet aftrekbaar. Het in bezit zijn van een (correcte) factuur is natuurlijk ook voor het BCF van belang om recht op compensatie te kunnen claimen. Voor het tijdvak waarin de aftrek dan wel de compensatie kan worden uitgeoefend is de oorspronkelijke factuurdatum leidend. Echter, het moet wel gaan om een factuur die voldoet aan de (essentiële) vormvereisten dan wel met terugwerkende kracht nog gecorrigeerd kan worden. In het geval de oorspronkelijke factuur door (essentiële) vormgebreken niet kwalificeert als een factuur, zal de nieuwe gecorrigeerde factuur fungeren als eerste factuur voor de btw. De datum die op de gecorrigeerde factuur staat is dan leidend voor het recht op aftrek dan wel compensatie. In het kader van steekproefonderzoeken zullen facturen worden aangetroffen die in eerste aanleg als fout zullen worden getypeerd. Met de analyse van de AG blijkt het naar onze mening mogelijk te zijn dat deze fout achteraf kan worden hersteld. Een herstelde foute factuur kan dan eigenlijk geen foute factuur meer zijn in het onderzoek.

Geeft de conclusie van de AG u aanleiding vragen te stellen over uw specifieke situatie, neem dan contact op met uw EFK-adviseur, Aimane Guermiti of Henk Zuidersma of ons secretariaat via 072-5350525. Een mailbericht sturen naar info@efkbelastingadviseurs.nl; kan natuurlijk ook.