Uitstel handhaving Wet DBA tot 1 januari 2018

De staatssecretaris van Financiën heeft 18 november 2016 een tweede voortgangsrapportage DBA gezonden aan de Tweede Kamer. Belangrijkste mededeling in het rapport is dat de handhaving van de Wet DBA is uitgesteld van 1 mei 2017 tot 1 januari 2018. Het doel hiervan is om het ongewenste effect van de Wet DBA, namelijk dat zzp’ers moeizaam nieuwe contracten kunnen afsluiten, te neutraliseren.

Voor zzp’ers die kwalificeren als ondernemers gold en geldt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking ook al worden er afspraken gemaakt over het werk en worden aanwijzingen gegeven. Vanwege de vrijwarende werking van de VAR werd door opdrachtgevers vaak ook aan deze ondernemers gevraagd om overlegging van een geldige VAR. Anderen die onder de vrijwarende werking van de VAR ten onrechte buiten dienstbetrekking werkten, verrichten hun werkzaamheden thans in dienstbetrekking. In die gevallen heeft de Wet DBA haar werking gedaan.

Het probleem is echter dat, juist door het vervallen van de vrijwarende werking van de VAR, in de praktijk blijkt dat ook de echte ondernemer (zzp’er) niet meer wordt ingehuurd vanwege de volgens de staatssecretaris van Financiën onterechte angst bij de opdrachtgever voor naheffingen en boetes. Als voornaamste reden voor hun angst noemen opdrachtgevers het feit dat het onderscheid tussen ondernemerschap en dienstbetrekking niet meer aansluit bij de praktijk.

Om deze angst weg te nemen is de handhaving van de Wet DBA uitgesteld tot 1 januari 2018. In de tussentijd zal de wetgever de criteria ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’ herijken, zodat deze meer zullen aansluiten bij de huidige praktijk. Uitstel van handhaving betekent dat in het geval de overeenkomst van opdracht (opdrachtgever-opdrachtnemer) achteraf een arbeidsovereenkomst (werkgever-werknemer) blijkt te zijn dit niet met terugwerkende kracht gevolgen heeft voor de opdrachtgever, kwaadwillenden uitgesloten. In de visie van de staatssecretaris is kwaadwillend de opdrachtgever of de opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking.

Wat betekent dit voor de praktijk

Voor de praktijk betekent dit dat evenals voorheen opdrachtgevers ondernemers kunnen contracteren zonder dat dit met terugwerkende kracht gevolgen heeft. Uitsluitend kwaadwillenden zullen kunnen worden geconfronteerd met naheffingsaanslagen loonheffingen en boetes.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Ton van der Fits via het secretariaat op 072 5350525 of per e-mail info@efkbelastingadviseurs.nl.