Toepassen koepelvrijstelling verder weg dan ooit?

Toepassen koepelvrijstelling verder weg dan ooit?

Recent heeft de Hoge Raad een uitspraak gepubliceerd waarin is geoordeeld dat de koepelvrijstelling niet van toepassing is, omdat niet exact kan worden vastgesteld wat ieders aandeel is in de gezamenlijke uitgaven. Is deze situatie ook van toepassing op ambtelijke fusies van gemeenten en hun doorberekening van hun kosten aan de deelnemende gemeenten?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden dient in eerste aanleg de situatie waarover de Hoge Raad een oordeel heeft geveld te worden vergeleken met een samenwerkingsverband van deelnemende gemeenten en de daarbij gehanteerde kostenverdeling.

De beslissing van de Hoge Raad <klik hier> heeft betrekking op een stichting (opgericht in 1849) die onder andere kosten in rekening brengt voor het registreren van artsen in het BIG-register. Daarnaast worden kosten van herregistratie in rekening gebracht. Deze registratiediensten worden volgens een vast tarief aan de medici in rekening gebracht.

Daarnaast worden vaste bedragen in rekening gebracht voor erkenningsdiensten op aanvraag voor opleidingen. Voor de erkenning en de hernieuwing van de erkenning worden eveneens vaste bedragen in rekening gebracht.

Kenmerkend voor een vast tarief is, dat hoe nauwkeurig het vooraf is begroot aan de hand van de verwachte kosten zonder het toepassen van een winstopslag, de werkelijkheid de stichting parten zal spelen. Immers er zijn te veel variabelen. De kosten kunnen afwijken als ook het aantal registraties en erkenningen. Het gevolg zal zijn dat altijd een overschot of een tekort zal ontstaan. Hieruit kan dan ook geen andere conclusie worden getrokken dat niet ieder zijn aandeel betaalt in de gezamenlijke uitgaven; ieder betaalt meer (of minder). In een dergelijke situatie is de koepelvrijstelling niet van toepassing.

Het gerechtshof heeft geconcludeerd hierdoor de koepelvrijstelling toepassing mist omdat niet per medicus het precieze aandeel in de gezamenlijke uitgaven kan worden vastgesteld. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel.

Wat opvalt in de conclusie van het gerechtshof is  het woord ‘precieze’. Dit woord staat niet in de wettekst opgenomen en dat zou tot de conclusie kunnen leiden dat het hof aan de tekst van de vrijstelling iets toevoegt waardoor het in het algemeen nog moeilijker wordt te voldoen aan de voorwaarden van de vrijstelling. Het woord precieze als extra zelfstandige voorwaarde kan echter niet worden gehanteerd, zonder de context te kennen. Op dit punt is de conclusie van de Advocaat-generaal mevrouw Ettema bijzonder nuttig <klik hier>. In onderdeel 5 van haar conclusie laat zij alle rechtspraak over de koepelvrijstelling de revue passeren, waaronder ook het arrest van het Hof van Justitie (HvJ) in de zaak Stichting Centraal begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing (zaak C-407/07 , <klik hier>. In die uitspraak stelt het Hof van Justitie (r.o. 38): (..) waarbij wordt aangetekend dat via de methodes van analytisch boekhouden zonder meer het exacte aandeel in de gezamenlijke uitgaven voor elke afzonderlijke dienst die werd verricht, kan worden vastgesteld.

Het Hof van Justitie is dus van mening dat via de methode van analytisch boekhouden (zonder meer) altijd het exacte aandeel van een lid in de gezamenlijke kosten kan worden bepaald. Binnen deze context is het vervangen door het gerechtshof van het woord ‘exacte’ door ‘precieze’ geen extra voorwaarde omdat het ligt opgesloten in de benadering van het HvJ.

Maar wat is analytisch boekhouden?

Het analytisch boekhouden is een extra-comptabele verfijning bij het boeken van kosten en/of opbrengsten. Het voegt informatie toe aan de boekingen in termen van kostenplaatsen en kostensoorten. Het is extra-comptabel omdat het analytisch uitsplitsen de juistheid en de volledigheid van de boekhouding niet beïnvloedt. Het genereert alleen meer gedetailleerde informatie over de inhoud van de boekingen. Dit betekent dat het mogelijk is dat het exact vaststellen van ieders aandeel in eens uit de reguliere boekhouding niet behoeft te blijken, maar dat buiten de boekhouding om (extra-comptabel) deze vaststelling wel kan plaatsvinden.

Gemeentelijke praktijk

Wij concluderen dat met de uitspraak van de Hoge Raad van 12 juli 2019 het toepassen van de koepelvrijstelling mogelijk is, mits maar geen vaste tarieven worden gehanteerd. Het gebruik van het woord precieze is geen aanvullende en stringentere voorwaarde maar een synoniem van het woord exact, welke een exponent is van het gedachtegoed van het HvJ dat met analytisch boekhouden ieders aandeel altijd kan worden vastgesteld en waardoor wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarde.

Eigenlijk is sinds 2014 toen de staatssecretaris van Financiën de koepelvrijstelling ontzegde aan verzelfstandigde ambtelijke fusies, door de ontwikkelingen in de rechtspraak de toepassing van de koepelvrijstelling dichterbij dan ooit. Het gevolg van de uitspraak van de HR kan niet zijn dat door het gebruik van het woord ‘precieze’ aan u  de toepassing van de koepelvrijstelling wordt ontzegd.

Wilt u meer weten over de koepelvrijstelling, neem contact op met Henk Zuidersma of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een mailbericht naar info@efkbelastingadviseurs.nl