Tijdelijk minder energiebelasting voor gemeenten?

Tijdelijk minder energiebelasting voor gemeenten?

Tijdelijk minder energiebelasting voor gemeenten?

Als gevolg van maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis kunnen energiebedrijven energiebelasting later in rekening brengen. Een extra reden om alert te zijn op de facturering door uw energieleverancier.

Het kabinet heeft op 17 maart 2020 in een brief aan de Tweede Kamer <klik hier> een aantal maatregelen gepresenteerd ter bestrijding van de economische gevolgen van de coronacrisis (Noodpakket banen en economie). Eén van de maatregelen die het kabinet neemt is de heffing van energiebelasting (EB) en de heffing van Opslag Duurzame Energie (ODE) voor bedrijven in de tweede, derde en vierde belastingschijf voor de maanden april, mei en juni 2020 uit te stellen. Deze maatregel kan ook gevolgen hebben voor gemeenten.

EB en ODE wordt geheven ter zake van de levering van elektriciteit (en aardgas) via een aansluiting. Doorgaans wordt de EB en ODE door het energiebedrijf dat de levering verricht in rekening gebracht. In een recente kamerbrief heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven dat hij zal goedkeuren dat energieleveranciers de EB en ODE over april, mei en juni op een later tijdstip verschuldigd worden. De belasting zal dus in eerste instantie ook niet aan afnemers in rekening worden gebracht. De EB en ODE zal, vermeerderd met de btw hierover, door het energiebedrijf via een aanvullende factuur in oktober 2020 alsnog in rekening worden gebracht. Energiebedrijven zijn niet verplicht om gebruik te maken van de goedkeuring. Het is dus van belang de komende tijd extra alert te zijn op de facturering door uw energieleverancier.

Los van het voorgaande is het sowieso van belang om periodiek na te gaan of de energiebelasting op een juiste wijze wordt berekend en of optimaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om aansluitingen die betrekking hebben op infrastructurele voorzieningen (bijvoorbeeld openbare verlichting, rioolpompen en verkeersregelinstallaties) voor de energiebelasting samen te voegen.

De energiebelasting kent een degressief schijventarief. Dit betekent dat naarmate het verbruik hoger wordt, het tarief lager wordt. Momenteel gelden voor elektriciteit de hierna volgende tariefschijven.

  • Eerste schijf : verbruik niet hoger dan 10.000 kWh, per kWh (€ 0,09770)
  • Tweede schijf: verbruik hoger dan 10.000 kWh, maar niet hoger dan 50.000 kWh, per kWh (€ 0,05083)
  • Derde schijf: verbruik hoger is dan 50.000 kWh, maar niet hoger dan 10.000.000 kWh, per kWh (€ 0,01353)
  • Vierde schijf: verbruik dan 10.000.000 kWh, per kWh € 0,00111 voor niet-zakelijk gebruik en per kWh € 0,00055 voor zakelijk verbruik.
    De ODE-tarieven bedragen respectievelijk  € 0,0273 per kWh, € 0,0375 per kWh, € 0,0205 per kWh, € 0,0004 per kWh voor de eerste tot en met de vierde schijf.

De belastingschijven gelden per verbruiksperiode van twaalf maanden, per aansluiting.  Een aansluiting is een aansluiting van een in Nederland gelegen onroerende zaak op een distributienet van waaruit elektriciteit wordt geleverd. Voor de uitleg van het begrip onroerende zaak, wordt in beginsel aangesloten bij artikel 16 a tot en met e van de Wet waardering onroerende zaken. Voor openbare infrastructurele voorzieningen, bijvoorbeeld de openbare verlichting, geldt een afzonderlijke regeling. Hierbij kan voor de heffing van de energiebelasting worden aangesloten bij de facturering per gemeente of elektriciteitsleverancier. Dit betekent dat het elektriciteitsverbruik per voorziening (bijvoorbeeld openbare verlichting, rioolpompen, verkeersregelinstallaties) bij elkaar mag worden opgeteld en het schijventarief maar één keer hoeft te worden doorlopen. Hierdoor kan doorgaans een tariefvoordeel worden gerealiseerd.

Wilt u meer informatie of hierover nader worden geadviseerd, neemt u dan contact op met Patrick Donders via 072 5350525 of per e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl