Thuiswerken en grensarbeiders

Thuiswerken en grensarbeiders

Tijdens de Covid-19 crisis werken veel werknemers thuis. Bent u als werkgever zich bewust van de fiscale en sociaal verzekeringstechnische gevolgen indien de medewerkers van een in Nederland gevestigde werkgever buiten Nederland woonachtig zijn en zowel in Nederland als in het buitenland werkzaam zijn?

 Algemeen 

Voor de Covid-19 crisis kwam het met enige regelmaat voor dat medewerkers van bijvoorbeeld een (Nederlandse) gemeente in het buitenland woonachtig zijn en in Nederland hun werkzaamheden verrichten. Voor de per 1 januari 2020 ingevoerde Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) was de ambtenaar die woont in het ene land en werkt in het andere land op basis van de OESO conforme belastingverdragen voor de inkomsten van een Nederlandse overheidsinstelling onderworpen aan de Nederlandse loonbelasting. Op basis van de EU Verordening 883/2004 inhoudend de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving was de ambtenaar ook onderworpen aan de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving. De in Nederland gevestigde gemeente dient dus Nederlandse loonheffingen in te houden en af te dragen.

Gevolgen Covid-19 crisis

Tijdens de Covid-19 crisis zijn veel werknemers thuis gaan werken. Dit geldt ook voor medewerkers van overheidsinstellingen. Sindsdien ontstaat dus de situatie dat medewerkers uitsluitend dan wel nagenoeg uitsluitend werken in hun woonland.  Het komt steeds vaker voor dat medewerkers een aantal dagen op kantoor (Nederland) werken en een aantal thuis (buitenland).  De toename van het hybride vormt een reden om na te gaan of een werknemer onderworpen is aan de Nederlandse loonbelasting en de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving. Een andere reden is dat per 1 januari 2020 de Wnra is ingevoerd. Als gevolg van de invoering van de Wnra heeft niet iedere voorheen ambtenaar de status van ambtenaar behouden. Dit betekent dus dat opnieuw dient te worden beoordeeld of de medewerker van bijvoorbeeld de gemeente met betrekking tot de werkzaamheden verricht voor zijn in Nederland gevestigde werkgever onderworpen is aan de Nederlandse loonbelasting en de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving. Wij onderscheiden de volgende varianten:

  • De ambtenaar:
    • werkt in Nederland en woont in het buitenland;
    • werkt en woont in het buitenland;
    • werkt in Nederland en in het buitenland en woont in het buitenland
  • De niet ambtenaar:
    • werkt in Nederland en woont in het buitenland;
    • werkt en woont in het buitenland;
    • werkt in Nederland en in het buitenland en woont in het buitenland

Het mag duidelijk zijn dat het te ver gaat in deze nieuwsbrief uitgebreid in te gaan op alle varianten. We zullen een tipje van de sluier oplichten door in het kort toe te lichten wat is vermeld in OESO conforme belastingverdragen en de EU Verordening. De gevolgen van de invoering van de Wnra laten we in dit stadium buiten beschouwing.

Belastingverdragen

Belastingverdragen kennen een algemene bepaling voor inkomsten uit een reguliere dienstbetrekking en een specifieke bepaling inkomsten verkregen uit overheidsfuncties. Beide bepalingen kennen een andere verdeling van het heffingsrecht. De bepaling inzake overheidsfuncties gaat voor op de algemene bepaling inzake inkomsten uit dienstbetrekking. In belastingverdragen waarbij de bepaling inkomsten verkregen uit overheidsfuncties OESO conform is, is het heffingsrecht over salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een natuurlijk persoon voor het verrichten van overheidsfuncties toegewezen aan het verdragsland waar het publiekrechtelijk lichaam is gevestigd. Als uitzondering geldt dat het verdragsland waar de natuurlijk persoon woont het heffingsrecht heeft over het salaris indien de diensten worden bewezen in de woonstaat en:

  1. De natuurlijk persoon onderdaan is van woonstaat; of
  2. De natuurlijk persoon niet uitsluitend met het oog op het bewijzen van de diensten inwoner van de woonstaat is geworden.

Deze uitzondering ziet bijvoorbeeld op de Nederlandse ambassade en consulaten. De diensten van bijvoorbeeld een gemeente worden bewezen aan de Nederlandse gemeente en komt op grond van bovenstaande het heffingsrecht volledig toe aan Nederland. Het is niet noodzakelijk dat de diensten in publiekrechtelijke dienstbetrekking worden vervuld, wel dient sprake te zijn van het uitoefenen van een overheidsfunctie.

Volledigheidshalve merken wij op dat de in het buitenland wonende medewerkers wel voor hun wereldinkomen belast zijn in het buitenland, maar ter zake van de aan de Nederlandse belastingheffing toegewezen inkomsten een aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing krijgen.

EU verordening

In de Europese Verordening voor sociale zekerheid 883/2004 (hierna: EU verordening) is bepaald dat ambtenaren aan de sociale zekerheidswetgeving zijn onderworpen van de lidstaat waarvoor zij als ambtenaar werkzaam zijn. Voor de definitie van ‘ambtenaar’ is het nationaal recht de basis, dus Nederland bepaalt wie voor de toepassing van de EU verordening kwalificeert als ambtenaar. De EU verordening wijst het heffingsbevoegdheid toe aan slechts één staat, derhalve is het van essentieel belang dat de medewerker uitsluitend werkzaamheden verricht voor de in Nederland gevestigde overheidsinstelling.

Wat betekent een en ander voor overheidsinstellingen

Beoordeeld zal dienen te worden of Nederland ten aanzien van de beloning verkregen door medewerkers van de overheid in bovengenoemde varianten heffingsbevoegd is.

Wil je weten wat dit voor jouw gemeente betekent, of wil je ondersteuning bij het afstemmen van een regeling met de Belastingdienst, neem dan contact op met Ilse Coorengel (Icoorengel@efkbelastingadviseurs.nl / 06‑18903565) of Ton van der Fits (tvanderfits@efkbelastingadviseurs.nl / 06-36118572).