Straatparkeren en slagboomparkeren, voor u hetzelfde?

Straatparkeren en slagboomparkeren worden voor de btw en de vennootschapsbelasting verschillend behandeld. Maar is dat wel terecht? Zo’n vraag hoort thuis bij de rechter, en daar ligt hij op dit moment voor zover het de btw betreft.

Er is een uitspraak van rechtbank Gelderland <klik hier> over een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 59,75 (€ 1,75 belasting en € 58,00 kosten). Het gaat om het parkeren van een auto op de straat. De naheffingsaanslag is door de gemeente uitgereikt aan een ondernemer in de zin van de btw-wetgeving. Deze ondernemer heeft recht op verrekening van btw. Hij heeft de gemeente verzocht om uitreiking van een factuur met btw, zodat hij de btw kan verrekenen. De gemeente  heeft dat echter niet gedaan, stellende dat zij voor wat betreft het straatparkeren handelt als overheid, en dus helemaal niet met btw mag factureren. In de gemeente zijn echter diverse parkeergarages, waarbij de exploitant als btw-ondernemer is aangemerkt. Ook de gemeente is ondernemer voor het zogenoemde slagboomparkeren. De vraag is nu: leidt het ongelijk behandelen van straatparkeren en  slagboomparkeren tot concurrentieverstoring?

Dezelfde handelingen

Dat de gemeente heeft gehandeld op basis van een wettelijke bepaling (artikel 225 Gemeentewet) en dus als overheid, staat niet ter discussie. Echter, op grond van de Europese wetgeving ( de BTW-richtlijn) moet de gemeente toch als belastingplichtige worden aangemerkt, als een behandeling als niet-belastingplichtige tot een verstoring van de mededinging van enige betekenis zou leiden. De fiscale neutraliteit is daarbij zoals altijd de leidraad. Als particuliere marktdeelnemers en publiekrechtelijke lichamen die dezelfde handelingen verrichten verschillend worden behandeld, wordt afbreuk gedaan aan dit beginsel. Het gaat dus om de vraag of sprake is van dezelfde handelingen. Dit de vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in de uitspraak van 18 mei 2016 <klik hier> in een soortgelijke zaak geoordeeld dat gelet op de verschillen tussen straatparkeren en slagboomparkeren, géén sprake is van soortgelijke diensten die met elkaar concurreren.

Bezien vanuit de consument

Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk dat de gemiddelde consument slechts zijn auto zo dicht mogelijk bij zijn bestemming wenst te parkeren. Andere zaken, zoals controle en bewaking en de bescherming tegen weersinvloeden zijn daarbij van ondergeschikt belang. Dit geldt ook voor het feit dat de gemeente handhavend kan optreden. Het feit dat de gemeente in het kader van parkeerregulering het parkeren op bepaalde plaatsen en/of gedurende bepaalde tijden toestaat en op andere plaatsen en/of tijden verbiedt, is in overwegende mate van belang voor de gemeente en niet voor degene die zijn auto wil parkeren. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat straatparkeren en slagboomparkeren voor de modale consument dezelfde handelingen zijn.

Concurrentieverstoring

Het staat vast dat slagboomparkeren is belast met btw. Behandeling van de gemeente als niet-belastingplichtige bij straatparkeren leidt dan ook tot concurrentieverstoring, en deze is van beduidende omvang. Om de concurrentieverstoring op te heffen moet de gemeente naar het oordeel van de rechtbank voor het gelegenheid geven tot straatparkeren als ondernemer worden aangemerkt en een factuur met btw uitreiken.

Vennootschapsbelasting

Hoewel de zaken die onder de rechter zijn slechts de btw betreffen, speelt  eveneens een interessant punt voor de vennootschapsbelasting. Bij de behandeling in het parlement van het wetsontwerp dat een vennootschapsbelastingplicht voor gemeenten heeft bewerkstelligd, heeft de staatssecretaris van Financiën zich uitgelaten over dit onderwerp. Hij heeft het volgende gemeld:

“……..Activiteiten in verband met het parkeren op wegen van de gemeente zijn voor de vennootschapsbelasting, net als voor de toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968, aan te merken als handelen als overheid. Concurrentie van private partijen is er voor parkeren op openbare gemeentewegen niet. Voor parkeren op straat kan in beginsel dan ook een beroep op de overheidstakenvrijstelling worden gedaan, als – ervan uitgaande dat de activiteit wordt verricht vanuit de publiekrechtelijke rechtspersoon, stichting of vereniging – met die activiteit al sprake is van het drijven van een onderneming.

Het exploiteren van een parkeergarage daarentegen is in beginsel geen overheidstaak. Met deze exploitatie kan bovendien in concurrentie worden getreden. Het is dus zeer wel mogelijk dat deze activiteiten wel een onderneming vormen……”

De uitspraak van de rechtbank Gelderland staat haaks op het standpunt dat de staatssecretaris als wetgever heeft ingenomen. Als het standpunt van de rechtbank door de Hoge Raad wordt overgenomen, zal ook voor de vennootschapsbelasting de kwestie onder de loep worden gehouden. Maar zover is het nu nog niet en het is de vraag of het ooit zover komt.

Gemeentelijke praktijk

Een interessante uitspraak met mogelijk grote gevolgen voor gemeenten. Er ligt inmiddels een zaak bij de Hoge Raad en het is raadzaam de uitspraak af te wachten. En deze zou, gelet op de Europeesrechtelijke dimensie, nog wel even op zich kunnen laten wachten. Denkbaar is dat de Hoge Raad vragen gaat stellen aan het Hof van Justitie, en dan zijn wij al snel een paar jaar verder. Ook in de onderhavige zaak laat de gemeente het er niet bij zitten en worden vervolgstappen gezet. Wij zullen de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden en u informeren zodra in deze zaken iets nieuws is te melden.

Wilt u hierover nader geïnformeerd worden? Neemt u contact op met  mr. Andrea. Joore via ons secretariaat op 072-5350525 of per e-mail info@efkbelastingadviseurs.nl.