Sportstructuren, soms even niet…

Sportstructuren, soms even niet…

In editie 9 van 2015 hebben wij gemeld dat de Hoge Raad al twee keer uitspraak heeft gedaan over btw-vriendelijke structuren voor schoolgebouwen waarbij het gelijk aan de gemeente is. Het gerechtshof Den Haag stelt een gemeente in het ongelijk voor het toepassen van een soortgelijke structuur voor een sportcomplex. Dit is een vergelijking waard.

De casus

Een gemeente verhuurt btw-vrijgesteld sportvelden aan twee verenigingen voor € 170 per jaar. De gemeente besluit de grond te bestemmen voor woningbouw en biedt de verenigingen een nieuwe locatie aan. Uitgangspunt is dat de verenigingen in de nieuwe situatie niet méér betalen dan in de oude situatie. Hoewel de gemeente de aanleg van een nieuw sportcomplex wil financieren uit de opbrengsten van de huidige velden, blijft een tekort aanwezig. Uit een ingewonnen advies volgt dat een btw-belaste levering van het sportcomplex tegen een maatschappelijk aanvaarbare koopsom een btw-voordeel oplevert dat het tekort voor een substantieel deel kan dekken. De gemeente levert het sportcomplex btw-belast voor ongeveer 15% van de kosten en claimt alle btw op de aanleg- en bouwkosten. De gemeente verstrekt de verenigingen leningen om de koopsommen te kunnen betalen en verleent subsidies voor aflossing en te betalen rente, zodat de jaarlijkse kosten niet meer dan € 170 bedragen.

Het gerechtshof oordeelt <klik hier> dat de handelingen in deze structuur weliswaar een reële betekenis hebben, maar speciaal zijn opgezet met het oog op btw-besparing waardoor sprake is van misbruik van recht. Door de afspraken met de verenigingen dat voor hen de kosten niet hoger worden dan in de oude situatie, beogen gemeente en verenigingen eigenlijk een soortgelijke, btw-vrijgestelde verhuur situatie. Aftrek van btw hoort daar niet bij.

Voor de huisvesting van scholen hebben gemeenten op grond van de regelgeving rond onderwijshuisvesting de keuze het schoolgebouw ter beschikking te stellen of in eigendom over te dragen. Als voor de eigendomsoverdracht van een nieuw schoolgebouw een meer dan symbolische vergoeding in rekening wordt gebracht, is volgens de Hoge Raad geen sprake van misbruik van recht. De gemeente kan niet worden verweten dat zij bij de keuze tussen ter beschikking stellen (geen aftrek van btw op kosten) en leveren (levering btw belast, aftrek van btw op alle kosten) de voor haar meest gunstige mogelijkheid kiest. Volgens het Hof van Justitie heeft zij het recht om haar activiteit zodanig te structureren dat de omvang van de belastingschuld beperkt blijft. Dat de opbrengst van de schoolgebouwen (veel) lager is dan de kosten doet daar niet aan af, omdat de prijsvorming berust op de wijze waarop de bekostiging is geregeld. Bij de schoolstructuren is dus geen sprake van een structuur die enkel is opgezet om een btw-voordeel te behalen.

En daar zit nu net het verschil. Bij schoolstructuren pakt de samenloop van de omstandigheden positief uit, bij het sportcomplex is er geen alternatief voor de opgezette structuur en leidt deze tot misbruik van recht.

Wat betekent dit voor de gemeentelijke praktijk? Btw-besparende structuren op het gebied van sport zijn nog steeds mogelijk, tenzij uitsluitend en alleen de belastingsparing reden is. Bij schoolstructuren heeft de Belastingdienst echter nog geen passend antwoord.

Wilt u hierover meer weten, neem contact op met Frans van den Eijnden of ons secretariaat via 072 5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.