Sportaccommodaties, waaraan moeten deze voldoen?

Sportaccommodaties, waaraan moeten deze voldoen?

Het verlaagde tarief voor de btw is van toepassing op het verlenen van het recht gebruik te maken van sportaccommodaties. Daarvan is sprake bij het gelegenheid bieden een sport te beoefenen onder terbeschikkingstelling van een accommodatie. Maar aan welke eisen moet zo’n accommodatie voldoen?

Hieronder valt niet uitsluitend de accommodatie die is ingericht op het beoefenen van de sport zelf, maar ook de accommodatie voor gebruik door deelnemers met het oog op het zich gereed maken voor het beoefenen van de sport en/of het beëindigen daarvan. Het maakt niet uit of het eigenlijke sporten geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op een openbare weg, als daarbij maar sprake is van terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie. Dit is overigens slechts het geval als de ondernemer die ter beschikking stelt zelf het exclusieve  gebruiksrecht  heeft  van  die accommodatie.

Er is al heel wat jurisprudentie gewezen over de vraag of aan de vereisten voor het verlaagde tarief wordt voldaan. Hieronder gaan wij in op een tweetal uitspraken waarbij aan de orde komt of sprake is van een sportaccommodatie en of de ondernemer zelf het exclusieve gebruiksrecht heeft. Beide zijn noodzakelijk om aan het verlaagde tarief toe te komen.

Exclusief gebruiksrecht exploitant

De zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden <klik hier> betreft de vraag of de partij die gelegenheid geeft tot sportbeoefening zelf een exclusief gebruiksrecht heeft op de accommodatie. Het gaat om een activiteiten- en evenementenbureau, dat diverse buitenactiviteiten organiseert. De activiteiten vinden voornamelijk plaats op zee, op het strand en in de duinen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om coast raften, branding kanoën, beachgolf, beachvolleybal en dergelijke.

De Hoge Raad heeft al eerder beslist dat het niet uitmaakt of het eigenlijke sporten geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op een openbare weg of een openbaar terrein, mits daarbij sprake is van terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie. Toch mist het verlaagde tarief volgens Het Hof in deze zaak toepassing, omdat alle locaties waarop de evenementen plaatsvinden, behoren tot de openbare ruimte waar de ondernemer derden niet kan weren. Geen exclusief gebruiksrecht dus. Het strand, de zee, het bos en de duinen verliezen tijdens het gebruik ervan voor de sportieve activiteiten niet hun algemene gebruiksmogelijkheden en functie. Ook een trailer die slechts wordt gebruikt voor het zich verkleden van de deelnemers en het bewaren van persoonlijke bezittingen, is niet ingericht voor het sporten of de voorbereiding daarop. Daarom mist in deze zaak toepassing van het verlaagde tarief, en dat is in de visie van EFK Belastingadviseurs in lijn met eerder gewezen jurisprudentie.

Jachthaven

Bij de rechtbank Gelderland <klik hier> is de vraag aan de orde gekomen of een recreatiecentrum, bestaande uit een kampeerterrein, twee jachthavens, een speeltuin, natuurbad met ligweide, supermarkt, restaurant en wasserette, voor de jachthavens kwalificeert als sportaccommodatie. De jachthavens hebben ligplaatsen die in hoofdzaak aan particulieren ter beschikking worden gesteld tegen betaling van liggelden. De steigers zijn voorzien van elektriciteit, verlichting en wateraansluitingen.

Het begrip ‘het geven van gelegenheid tot sportbeoefening’ veronderstelt dat een dienst wordt verleend aan iemand die zonder dat die dienst wordt verleend, niet dezelfde gelegenheid zou hebben tot de sportbeoefening. Te denken valt hierbij aan het gelegenheid geven tot sportbeoefening in een gebouw dat, of een locatie die voor de sportbeoefening is ingericht. Naar het oordeel van de rechtbank is bij de jachthavens hiervan geen sprake. De jachthavens zijn ingericht voor het afmeren en laten liggen van boten. In het liggeld is geen vergoeding voor diensten begrepen, welke op watersport zijn gericht. De prestatie bestaat in dit geval uitsluitend uit het ter beschikking stellen van een ligplaats. En daarop ziet het verlaagde tarief niet.

Ligplaatsen en vrijstelling

In Nederland kan de btw-vrijstellingsbepaling voor sportorganisaties in bepaalde situaties worden toegepast bij de verhuur van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen. Dit is zelfs het geval als er geen direct verband bestaat met sportbeoefening. Het Hof van Justitie vindt de toepassing van de vrijstelling in deze situatie te ruim. Zolang de Nederlandse wet niet is aangepast, kan de vrijstelling, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan, worden benut. Mogelijk kan dit nog soelaas bieden in een situatie dat het verlaagde tarief niet kan worden toegepast.

Wilt u weten of in uw situatie gebruik mag worden gemaakt van het verlaagde tarief sportbeoefening of een vrijstelling? Neemt u dan contact op met mr. Andrea Joore, of met ons secretariaat via 072 5350525 of per e-mail info@efkbelastingadviseurs.nl.