Sportaccommodaties en bewegingsonderwijs (btw en SPUK)

Sportaccommodaties en bewegingsonderwijs (btw en SPUK)

Menig gemeente worstelt met de vraag hoe de btw op kosten en investeringen dient te worden verdeeld als een sportaccommodatie zowel tegen vergoeding ter beschikking wordt gesteld aan sportverenigingen (economische activiteit) als zonder vergoeding aan scholen (niet-economische activiteit). Recent heeft de Hoge Raad hierover een oordeel gegeven en in bijzonderheid hoe moet worden omgegaan met leegstand.

De casus

Aanvankelijk heeft de gemeente een verdeling opgesteld waarbij zij de uren bestemd voor het bewegingsonderwijs in verhouding heeft gezet tot de uren bestemd voor het gebruik tegen vergoeding. Nadat het gerechtshof heeft geoordeeld dat de uren van het werkelijk gebruik bepalend zijn, zijn de uren voor het bewegingsonderwijs afgezet tegen de werkelijke uren gebruik tegen vergoeding door derden. Hierdoor wordt de leegstand genegeerd.

De gemeente diende in dit kader wel beroep in cassatie aan te tekenen, want de uren bewegingsonderwijs waren immers vastgesteld op de uren bestemd voor het bewegingsonderwijs en niet op de uren die daadwerkelijk zijn gebruikt voor het bewegingsonderwijs. Hierdoor dienen de vervallen uren bewegingsonderwijs vanwege ziekte, staking, lerarenvergadering of anderszins alsnog in mindering te worden gebracht op de uren bestemd voor bewegingsonderwijs. Uiteraard dient de Hoge Raad dan te concluderen dat voor het vaststellen van deze uren een verwijzing dient te volgen naar een feitenrechter.

Uitgangspunt

Met de uitspraak van de Hoge Raad <klik hier> is, voor zover daarover nog twijfel heeft kunnen bestaan vanwege deze procedure, duidelijkheid gecreëerd voor de praktijk. Of het nu gaat om een verdeling tussen (i) de niet-ondernemerssfeer en de ondernemerssfeer en (ii) de verdeling belast versus vrijgesteld, uitgangspunt is het werkelijk gebruik. Leegstand is geen gebruik en wordt fiscaal genegeerd. Dit impliceert dat het actief bijhouden van een agenda (inclusief de vastlegging als iets niet is doorgegaan) gemeenten helpt een juiste verdeling tot stand te brengen. Want zoals de onderhavige procedure laat zien, worden gereserveerde tijden voor het bewegingsonderwijs niet altijd ingevuld.

Gemeentelijke praktijk

Deze procedure ziet weliswaar op december 2014, maar heeft ook in 2020 betekenis. Vanwege de wetswijziging voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening door niet winstbeogende instellingen, blijft de verhouding bewegingsonderwijs (om niet) versus gebruik tegen vergoeding van de sportaccommodatie relevant en met name voor het indienen van de SPUK-aanvraag <klik hier>. De SPUK-aanvraag wordt ingediend (vóór 1 maart 2020) voor de laatste categorie op basis van begroot gebruik. Voor de afrekening zal echter het werkelijk gebruik relevant zijn. Dan leert ons de uitspraak dat niet het bestemde gebruik, maar het daadwerkelijk gebruik voor het bewegingsonderwijs (mede) de uiteindelijke hoogte van de subsidiabele uitgaven voor het btw-vrijgestelde gebruik bepaalt. Dit laatste is vervolgens van belang voor de uiteindelijke hoogte van de subsidiabele SPUK-uitgaven.

Dat niet alle uren voor het bestemde gebruik worden benut door het onderwijsveld mag ondertussen wel blijken uit onder andere de aangekondigde landelijke staking in het onderwijs op 30 en 31 januari 2020. Een fenomeen dat zich ook al in 2019 heeft voorgedaan.

Maar dan de praktijk: Wie legt administratief het ‘niet-gebruiken’ vast als het geen directe opbrengst genereert? Wij vermoeden dat menig lezer daar nu al een antwoord op kan geven.

Wilt u meer weten over de SPUK 2020 en in welke mate EFK Belastingadviseurs u daarbij behulpzaam kan zijn, neem contact op met Kelly Visser, Bert Nienhuis, Wilko Zuidersma of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een mailbericht naar info@efkbelastingadviseurs.nl