Schoolstructuur Woerden, einduitspraak

Schoolstructuur Woerden, einduitspraak

De Hoge Raad heeft het eindoordeel gegeven in de scholenstructuur bij de gemeente Woerden.

In onze nieuwsbrief 2017, nr 4, zijn wij ingegaan op de conclusie van Advocaat-Generaal Ettema inzake de schoolstructuur bij de gemeente Woerden. Zij gaf in haar conclusie aan dat het arrest inzake leerlingenvervoer (gemeente Borsele) een nieuw licht kan werpen op de zaak.

De Hoge Raad heeft in de zaak van de gemeente Woerden echter eveneens préjudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Op basis van dat arrest zijn de fiscale gevolgen voor de gemeente Woerden bijzonder gunstig. De gemeente heeft de onroerende zaken als ondernemer geleverd. Na de beantwoording van de vragen door het Hof van Justitie is het arrest inzake leerlingenvervoer verschenen. De Hoge Raad heeft daaraan in de zaak voor de gemeente Woerden, in tegenstelling tot wat de Advocaat-Generaal heeft geadviseerd, geen gevolgen verbonden <klik hier>.

De beslissing luidt:
“…Uit het hiervoor in onderdeel 1 vermelde arrest van het Hof van Justitie volgt dat belanghebbende recht heeft op volledige aftrek van de ter zake van de bouw van de panden aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting, en niet slechts op gedeeltelijke aftrek naar evenredigheid van de gedeelten van de panden die de koper van de panden voor verhuur tegen een vergoeding gebruikt……”.
De kwestie Woerden is daarmee definitief ten einde. Of de zaak Borsele daarmee ook niet meer aan bod komt bij andere schoolstructuren, is nog niet volledig uitgemaakt. De Hoge Raad zal in de toekomst ongetwijfeld een keer worden uitgenodigd daarover een oordeel te vellen (zie de zaak hierna). Voor de twee onroerende zaken van de gemeente Woerden heeft dat echter geen gevolgen meer.

Recent heeft gerechtshof Den haag <klik hier> geoordeeld over de vraag of in het kader van een schoolstructuur een markt voor dergelijke onroerende zaken bestaat. Na vragen over misbruik van recht, de hoogte van de vergoeding, of er wel echt een vergoeding is bedongen, doet zich weer een andere rechtsvraag voor: gaat het om een prestatie op de algemene markt? En ook nu weer gaat het om een lastig te nemen hobbel. Waar gaat het om?

Een gemeente besluit een lokaal onderwijs centrum met sporthal te realiseren. Dit schoolgebouw is bestemd om te worden gebruikt voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Het onderwijsgebouw is na voltooiing geleverd aan twee VO-scholen. In geschil is of de gemeente de omzetbelasting die haar ter zake van de bouw van het gebouw in rekening is gebracht, als voorbelasting in aftrek kan brengen. Dat kan als de school wordt aangewend voor een economische activiteit en daarvan is alleen sprake als een prestatie onder bezwarende titel wordt verricht.

De scholen betalen een eenmalige bijdrage in de extra kosten die verband houden met de door de scholen expliciet gewenste duurzaamheidsinvesteringen in het gebouw zoals hoogwaardig glas, Warmte Koude Opslag en zonwering. Het gaat om voorzieningen die de gemeente niet verplicht is te bekostigen op basis van de Wet op het voortgezet onderwijs. De wetgeving staat er niet aan in de weg een dergelijke vergoeding te vragen. Omdat de gemeente tegenover de levering van het schoolgebouw en het meerwerk een geldbedrag heeft bedongen, is sprake van een prestatie verricht tegen een vergoeding.

Maar dan zijn wij er nog niet, aldus het gerechtshof. Gelet op het arrest van het Hof van Justitie inzake leerlingenvervoer (Gemeente Borsele <klik hier>) brengt de enkele omstandigheid dat sprake is van een prestatie tegen vergoeding nog niet mee dat de aan de VO-scholen verrichte levering een prestatie in het economisch verkeer vormt.

De omstandigheden waaronder de diensten worden verricht zijn relevant en dan in het bijzonder de vraag of het gaat om prestaties aangeboden op de algemene markt. Zo niet, dan vindt geen prestatie plaats in het economisch verkeer.

Er is geen sprake van een situatie waarbij vraag en aanbod tegenover elkaar worden gesteld en er vervolgens een prijs wordt bepaald. Het Hof concludeert dat de levering van een dergelijk schoolgebouw door onafhankelijk van elkaar optredende marktpartijen niet onder dezelfde omstandigheden zal plaatsvinden. Het vereiste rechtstreeks verband tussen de levering van het schoolgebouw als zodanig en de vergoeding (de bezwarende titel) ontbreekt om die reden.
Ergo: geen levering verricht op de algemene markt voor onroerende zaken, dus geen prestatie in het economische verkeer.

Redactioneel commentaar

Het bevreemdt ons niet dat het gerechtshof het arrest van het Hof van Justitie inzake leerlingenvervoer te berde brengt. De gemeente heeft nu eenmaal de wettelijke plicht schoolgebouwen te bekostigen. De vraag is echter of de uitspraak nog wel relevant is. In de zaak van de gemeente Woerden (zie hiervoor) heeft de Hoge Raad een enkele overweging gewijd aan het arrest inzake leerlingenvervoer. Reeds eerder had de Hoge Raad in deze zaak beslist dat de gemeente als ondernemer heeft gehandeld en niet als overheid. Het arrest inzake leerlingenvervoer brengt geen verandering in het eerder ingenomen standpunt. Wij sluiten niet uit dat de casus waar het hier om gaat ook weer wordt voorgelegd aan de Hoge Raad en zijn benieuwd naar de verdere ontwikkelingen. Vanzelfsprekend houden wij u op de hoogte .

Overweegt u onder fiscaal aantrekkelijke condities een schoolgebouw te realiseren en wilt u advies over de ins en outs, neemt u contact op met EFK Belastingadviseurs via e-mail info@efkbelastingadviseurs.nl of telefoon 072 5350525.