Schoolstructuur loopt stuk op de vergoeding

Schoolstructuur loopt stuk op de vergoeding

De gemeente Hardinxveld-Giessendam was jarenlang verwikkeld in een procedure voor een nieuwbouwschool die zij heeft laten bouwen en vervolgens heeft geleverd aan een vereniging. De inzet was een forse btw-besparing. Aan de procedure is nu een einde gekomen. De Hoge Raad heeft een streep gehaald door de teruggaaf van btw waar het allemaal om te doen was.

De Hoge Raad heeft in deze zaak voor de tweede keer uitspraak gedaan <klik hier>. Thans zonder de zaak weer te verwijzen naar een gerechtshof voor feitenonderzoek. De zaak is nu definitief beslecht. En niet in het voordeel van de gemeente Hardinxveld-Giessendam.

Hoe zat het ook al weer?

De gemeente en een vereniging die de school exploiteert zijn overeengekomen dat de gemeente het schoolgebouw op eigen kosten laat bouwen, en vervolgens – met inbegrip van de grond – zal (op)leveren aan de vereniging. De vereniging betaalt ter zake van de (op)levering een bedrag van
€ 326.307,52, inclusief omzetbelasting aan de gemeente.

In de leveringsakte is echter vermeld dat de gemeente afstand doet van haar vordering tot betaling van het vermelde bedrag en dat de vereniging dit bedrag aan de gemeente schuldig blijft. In een nadere overeenkomst is de koopschuld omgezet in een aflossingsvrije rentedragende leenschuld.

De gemeente heeft de btw op de kosten van nieuwbouw verrekend. Bij het gerechtshof was in geschil of de gemeente een vergoeding heeft bedongen in verband met de levering van het perceel grond met het toen nog in aanbouw zijnde schoolgebouw zodat van een belastbare handeling in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 sprake is geweest. Dat was volgens het gerechtshof het geval.

De Hoge Raad heeft nu definitief beslist dat dat anders is. Het volgende is daarbij relevant:

  • De gemeente en de vereniging zijn overeengekomen dat de gemeente de rente op de lening jaarlijks kwijtscheldt.
  • Alleen onder deze voorwaarden was de vereniging bereid in te stemmen met het uitvoeren van de rechtshandelingen.
  • Tevens is de transactie niet in de financiële jaarstukken van de vereniging opgenomen.
  • De gemeente heeft van de vereniging een recht tot terugkoop van het schoolgebouw tegen de overeengekomen koopsom bedongen.
  • Bij verkoop aan een derde moet de vereniging haar schuld aan de gemeente alsnog aflossen en ook het (eventuele) deel van de verkoopopbrengst dat de schuld overtreft aan de gemeente afstaan.

In wezen is geen vergoeding bedongen, aldus de Hoge Raad. Er kan dan ook geen sprake zijn van een btw-belaste levering van een nieuw schoolgebouw aan de vereniging. En daarmee is het recht op verrekening van btw ook van de baan.

Gemeentelijke praktijk

Uit de uitspraak van de Hoge Raad blijkt maar weer dat het met de schoolstructuren geen gelopen race is. Ook dit is weer een punt van aandacht dat partijen zeer serieus in de onderhandelingen moeten meenemen. En zo er al een vergoeding wordt bedongen die, anders dan in casu, wèl als de tegenwaarde van de handeling, de levering van het pand, kan worden aangemerkt, bestaat er ook niet zonder meer recht op verrekening van btw. Want afgezien van de aspecten van misbruik van recht waarmee de Belastingdienst zal blijven schermen, is het van belang dat de handeling tegen vergoeding als een economische activiteit kan worden aangemerkt.

En dat is sinds het arrest van het Hof van Justitie inzake de gemeente Borsele (leerlingenvervoer) ook niet altijd even helder. Kortom, het is weliswaar een begaanbare weg, maar met de nodige obstakels. En daar heeft de Hoge Raad er weer een aan toegevoegd.

Natuurlijk kunnen wij u uitgebreid informeren over de ins en outs. Wilt u meer weten? Neemt u dan contact op met mr. Andrea Joore via e-mail info@EFKBelastingadviseurs.nl of 072-5350525.