Schoolstructuren: is sprake van een economische activiteit?

Schoolstructuren: is sprake van een economische activiteit?

Recent heeft rechtbank Den Haag twee uitspraken gedaan over schoolstructuren en geconstateerd dat bij de levering van een schoolgebouw tegen een relatief lage prijs, geen sprake is van een economische activiteit. Gevolg is dat de leverende gemeenten (Strijen en Hellevoetsluis) geen recht hebben op verrekening als voorbelasting van de btw op de stichtingskosten.

De afgelopen jaren zijn diverse rechterlijke uitspraken gepubliceerd over schoolstructuren. Voor de leverende gemeenten was dit met wisselend fiscaal succes. De Hoge Raad heeft in de zaak van de gemeente Woerden, na een arrest van het Hof van Justitie <klik hier>, de gemeente in het gelijk gesteld. Na de zaak van de gemeente Woerden heeft het Hof van Justitie in de zaak van de gemeente Borsele <<klik hier>> over leerlingenvervoer tegen een zeer lage vergoeding (ongeveer 3% van de werkelijke kosten) beslist dat voor een antwoord op de vraag of sprake is van een economische activiteit, gekeken moet worden naar alle omstandigheden waaronder de aan de orde zijnde prestatie wordt verricht. Eén van de manieren is te vergelijken of de omstandigheden waaronder de prestatie is verricht overeenkomen met die waarop dit type economische activiteit in de regel wordt verricht.

En met Borsele begint het te wringen, of anders gezegd heeft de Belastingdienst een nieuw bestrijdingsmiddel gekregen. In beide onderhavige zaken, Hellevoetsluis <klik hier> en Strijen <klik hier> hebben de gemeenten de schoolgebouwen niet aangeboden met toepassing van verkooptechnieken zoals marketing. Er is niet actief gezocht naar een koper (in de markt) en is de uiteindelijk betaalde prijs niet bereikt door onderhandelingen. De gemeenten hebben zich van meet af aan beperkt tot de feitelijke en beoogde kopers/afnemers. Gelet op de overeengekomen prijs acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de gemeenten de schoolgebouwen tegen een dergelijke prijs zouden hebben geleverd aan een willekeurige derde. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een economische activiteit.

In beide zaken is door de gemeente bij de levering vastgesteld dat sprake is van levering beneden kostprijs. Door de gemeenten is daarom de zogenoemde strafheffing overdrachtsbelasting aangegeven en voldaan. In beide zaken wordt de btw-levering teruggedraaid en komt alle btw op de stichtingskosten uiteindelijk voor rekening van de betreffende gemeente.

Achteraf bezien is ten onrechte overdrachtsbelasting voldaan ter zake van de verkrijgingen in 2003 respectievelijk 2009. In beide zaken blijkt niet dat de gemeenten ter behoud van rechten bezwaar hebben aangetekend tegen de heffing van overdrachtsbelasting of dat (ambtshalve) teruggaaf wordt verleend.

In de zaak van de gemeente Hellevoetsluis is bij de naheffing een verzuimboete opgelegd. Volgens de rechtbank heeft de gemeente niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van een pleitbaar standpunt. Dat pas na het moment van levering de rechtspraak is gewijzigd is onvoldoende reden de boete te schrappen.

Gemeentelijke praktijk

Wat betekent dit voor gemeenten die een lage prijsstructuur overwegen of hebben toegepast? Wij verwachten dat de uitleg door het Hof van Justitie over de omstandigheden waaronder economische activiteiten worden verricht ook in hoger beroep en in cassatie door de Hoge Raad zal worden toegepast. De Belastingdienst zal doorgaan met bestrijden. Daarmee komt naar alle waarschijnlijkheid een einde aan deze structuren.

Hebt u vragen over (de afwikkeling van) schoolstructuren, neem contact op met info@efkbelastingadviseurs.nl of bel 072 5350525.