Scholenstructuur afgewezen door Gerechtshof

Scholenstructuur afgewezen door Gerechtshof

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft recent beslist dat de levering van een schoolgebouw door de gemeente Haren aan een schoolbestuur geen economische activiteit is en de gemeente daarom de btw op de bouwkosten niet kan verrekenen als voorbelasting. Is de scholenstructuur nu ten einde?

De afgelopen jaren zijn verschillende varianten van zogenoemde scholenstructuren aan de rechter voorgelegd. In een scholenstructuur treedt de gemeente op als bouwheer en levert het schoolgebouw tegen betaling van een vergoeding verhoogd met btw aan het bevoegde gezag. De gemeente neemt het standpunt in op te treden als btw-ondernemer waarbij de levering van het schoolgebouw een economische activiteit is die is belast met btw waardoor recht op aftrek van voorbelasting ontstaat. Dit laatste is geen gek standpunt gelet op de uitspraak van het HvJ in de zaak Woerden <klik hier>. Omdat de door het bevoegd gezag te betalen vergoeding (veel) lager is dan de werkelijke bouwkosten, ontstaat bij de gemeente een btw-voordeel. Dit voordeel wordt gedeeltelijk teniet gedaan door heffing van 6% overdrachtsbelasting, bekend als de strafheffing overdrachtsbelasting.

Het Hof onderzoekt het hele proces van de bouw en focust op de vraag of sprake is van een economische activiteit. Dat de gemeente btw-ondernemer is staat niet ter discussie. Wel is in geschil of de gemeente een btw-belaste handeling heeft verricht. Het Hof gaat niet in op de hoogte van de vergoeding omdat het bestaan van een rechtstreeks verband tussen levering en vergoeding niet voldoende is om te kunnen spreken van een economische activiteit. Hiervoor moeten alle omstandigheden waaronder de levering wordt verricht, worden onderzocht, en deze omstandigheden moeten worden vergeleken met de omstandigheden waaronder dit type economische activiteit in de regel wordt verricht.

Het Hof komt gelet op alle relevante omstandigheden tot het oordeel dat de gemeente geen prestaties aanbiedt op de algemene markt van projectontwikkeling, bouw en aanneming, maar op basis van de op haar rustende verplichting uit de Wet voortgezet onderwijs een schoolgebouw heeft gebouwd voor een in haar gemeente gevestigde instelling voor voortgezet onderwijs. Aan een dergelijke instelling dient zij ten behoeve van dit onderwijs huisvesting te verstrekken. De gemeente is slechts ter uitvoering van deze wettelijke verplichting opgetreden als bouwheer en dus niet, onder voorwaarden die in de hiervoor genoemde markt gebruikelijk zijn, als deelnemer aan het economische verkeer. De gemeente was in dit geval niet gericht op het verkrijgen van een opbrengst, maar heeft uitsluitend kosten doorbelast die volgens de wettelijke normering niet voor haar rekening komen. Volgens het Hof kan geen enkele onderneming een gezonde bedrijfsvoering realiseren onder de voorwaarden en in de omstandigheden waaronder belanghebbende het schoolgebouw heeft opgericht. Daarom is van optreden in een markt geen sprake en is de levering van het schoolgebouw geen economische activiteit. De aan de levering toe te rekenen voorbelasting is daarom niet aftrekbaar.

De termijn voor het indienen van cassatie bij de Hoge Raad is nog niet voorbij, dus deze zaak kan mogelijk nog een vervolg krijgen. Als ook de Hoge Raad beslist dat geen sprake is van een economische activiteit valt waarschijnlijk het doek voor de scholenstructuren.

Wilt u meer weten over scholenstructuren neem dan contact op met uw EFK-belastingadviseur, het secretariaat of mr. Frans van den Eijnden via 072-5350525 of stuur een email naar info@efkbelastingadviseurs.nl.