Scholen en misbruik van recht

Gemeenten die zich bedienen van btw-structuren met scholen, mogen zich verheugen in een grote fiscale belangstelling. Dit blijkt maar weer uit recente rechtspraak.

Casus

Over deze zaak van de gemeente Aalten hebben wij al diverse keren een artikel gepubliceerd (zie onder andere Nieuwsbrief 2015, nr. 9). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat sprake is van misbruik van recht. De Hoge Raad heeft de uitspraak gecasseerd (vernietigd) en verwezen naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch met de opdracht bepaalde feiten verder uit te zoeken en te beslissen. Tegen dat oordeel heeft de staatssecretaris van Financiën cassatie ingesteld. En met succes. De Hoge Raad heeft beslist dat het gerechtshof Amsterdam nu aan zet is <klik hier>. De schoolgebouwen waar het om gaat zijn inmiddels bijna 10 jaar in gebruik, maar de zaak is nog niet ten einde. Voor de tweede keer heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan en de zaak verwezen. En de uitkomst blijft onzeker.

Wij kunnen ons voorstellen dat u door de bomen het bos niet meer ziet. Wat is er in het kort aan de hand?

Oordeel Hoge Raad

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad geoordeeld dat geen sprake is van misbruik van recht. De gemeente heeft aldus het hof het recht te besluiten tot de overdracht van de nieuwe schoolgebouwen aan een tussengeschoven stichting. Daaraan doet niet af dat de gemeente een verkoopprijs heeft bedongen en ontvangen die lager is dan de kostprijs van de nieuwe schoolgebouwen.

De staatssecretaris is het daar niet mee eens en stelt bij de Hoge Raad dat het betoog van de Inspecteur iets anders inhield dan wat het Hof daaruit heeft afgeleid. De essentie is dat het samenstel van (rechts)handelingen en de daarmee gemoeide geldstromen neerkomen op een ‘kasrondje’ waardoor het economische resultaat uiteindelijk gelijk is aan de situatie waarin het bekostigingsbedrag direct, dat wil zeggen zonder de tussenliggende transacties, aan het bevoegde gezag van de scholen ter beschikking zou zijn gesteld. Het tweede cassatiemiddel is dat het Hof de verwijzingsopdracht van de Hoge Raad kennelijk verkeerd heeft opgevat en daarom ten onrechte, dan wel onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat geen sprake is van misbruik van recht.

Met beide cassatiemiddelen heeft de staatssecretaris succes. De Hoge Raad is van mening dat het Hof niet uitsluitend een onderzoek naar de toelaatbaarheid van het ‘tussenschuiven’ van de stichting had moeten instellen, maar ook opnieuw dient te onderzoeken of de gemeente heeft gehandeld in strijd met doel en strekking van de Wet.

Tevens is de Hoge Raad van mening dat de stelling van de Inspecteur – die inhield dat het samenstel van (rechts)handelingen tussen de gemeente, de stichting en de schoolbesturen, en de daarmee gemoeide geldstromen neerkomen op een ‘kasrondje’ – diende ter motivering van zijn stelling dat zich misbruik van recht voordoet. Het Hof heeft die stelling op onjuiste gronden verworpen. De cassatiemiddelen slagen en de Hoge Raad geeft opnieuw een gerechtshof (Amsterdam) een opdracht mee. Het gerechtshof moet bij zijn oordeel in ieder geval meewegen dat vaststaat dat het wezenlijke doel van de betrokken (rechts)handelingen erin heeft bestaan een belastingvoordeel te verkrijgen.

Als het verwijzingshof vervolgens tot het oordeel komt dat in dit geval het samenstel van transacties leidt tot een belastingvoordeel dat in strijd met doel en strekking van de wet is verkregen, moet dit hof in het kader van de herdefiniëring van transacties vaststellen welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden.

Conclusie

De kans is aanwezig dat toch sprake is van misbruik van recht. Dat partijen handelen met het wezenlijke doel een belastingvoordeel te verkrijgen, is op zich niet bijzonder. Iedereen mag de weg bewandelen waarop hij de belastingdruk tot een minimum beperkt. Wat voor het leerstuk misbruik van recht essentieel is, is of het belastingvoordeel in strijd met doel en strekking van de wet is verkregen. De reeds jarenlange procedure heeft ons veel inzicht gegeven in het leerstuk ‘misbruik van recht’ binnen de non-profit sfeer.

Gemeentelijke praktijk

Voor gemeenten is het zaak de procedure nauwlettend te volgen en mee te nemen in de beslissingen. Al met al een langdurige procedure, waarvan de uitkomst nog steeds niet definitief vaststaat. Staat u als gemeente voor de keuze nieuwe onderwijshuisvesting te realiseren en wilt u weten of deze procedure van belang is voor een te nemen beslissing wel of geen btw-vriendelijke structuur toe te passen, neem contact op met Andrea Joore of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.