Re-integratiekosten compensabel, outplacement-kosten niet?

Rechtbank Den Haag beslist dat de gemeente Barendrecht de btw op re-integratiekosten kan compenseren via het bcf, outplacement kosten voor een wethouder zijn echter niet compensabel.

Waar gaat het om? De gemeente heeft facturen van een re- integratiebedrijf als compensabel aangemerkt omdat zij van mening is dat zij de afnemer is van de diensten. Het is immers haar belang dat het aantal uitkeringsgerechtigden daalt. De re-integratiediensten komen daarmee ten goede aan de collectiviteit van de inwoners van de gemeente. Volgens de gemeente zal een uitkeringsgerechtigde dergelijke uitgaven nooit zelf doen. De Belastingdienst is van mening dat sprake is van individuele verstrekkingen.

Bij de beoordeling van het geschil kijkt de rechtbank <klik hier> eerst naar de wetsgeschiedenis van artikel 4, lid 1, onderdeel a van de wet bcf waarin de uitsluiting is geregeld. Het moet gaan om uitgaven van de gemeente die niet zijn bestemd voor haar eigen gebruik of verbruik maar als subsidie of gift ten goede komen aan derden die de btw niet of voor minder dan 70% kunnen verrekenen als voorbelasting op de btw-aangifte. Het moet voorts gaan om situaties waarin de gemeente optreedt als intermediair tussen een leverancier of dienstverlener en de uiteindelijke gebruiker of verbruiker. Gerechtshof Den Haag besliste in 2013 dat de uitvoering van de Wwb waarbij de gemeente handelt als overheid, een haar opgelegde taak omvat waardoor de uitgevoerde re-integratietrajecten aan de collectiviteit van inwoners ten goede komen en niet aan individuele derden. Er is sprake van bevordering van arbeidsinschakeling van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt, gericht op duurzame inzetbaarheid en op betere werking van de arbeidsmarkt.

Volgens de rechtbank kan een re-integratietraject niet worden gerealiseerd zonder dat de desbetreffende uitkeringsgerechtigde wordt getraind en begeleid. Natuurlijk kan de individuele uitkeringsgerechtigde ook los van de eventuele re-integratie baat hebben bij de desbetreffende activiteiten, maar dat maakt nog niet dat de re-integratiediensten niet zijn bestemd voor de gemeente. Doel is immers de uitgaven voor uitkeringen te verlagen en dat komt ten goede aan de collectiviteit van de inwoners.

Voor de outplacementkosten is het oordeel anders. Volgens de rechtbank zijn een aantal verschillen met re-integratietrajecten te benoemen. De begeleiding bij outplacement is gericht op de persoonlijke ontwikkeling en daarmee op de persoonlijke belangen van de wethouder. Van belang is dat voor de gemeente geen wettelijke verplichting bestaat deze kosten te maken. Dat de wachtgelduitkering lager wordt als de wethouder eerder een andere baan vindt, betekent niet dat daarmee het karakter van individuele verstrekking verdwijnt. Volgens de rechtbank is ook nog van belang dat een wachtgelduitkering beperkt is in de tijd en een bijstandsuitkering niet. Daarmee is de outplacement een individuele verstrekking aan de wethouder.

Gemeentelijke praktijk

De uitspraak van de rechtbank biedt gemeenten de mogelijkheid voor de afgelopen 5 jaar aanvullende verzoeken om uitkering uit het bcf te doen. Daarmee worden de rechten veilig gesteld. Het is op dit moment nog niet bekend of de Belastingdienst hoger beroep zal instellen, maar gelet op de financiële belangen ligt dat in de lijn der verwachtingen. Gerechtshof Den Haag zal de uitspraak mogelijk bevestigen, waarna het woord is aan de Hoge Raad.

Heeft u vragen over btw-compensatie bij re-integratietrajecten, neem dan contact op met info@efkbelastingadviseurs.nl of bel ons via 072 535 0 525.