Prinsjesdag en sport

Prinsjesdag en sport

Omdat de Nederlandse sportvrijstelling niet voldoet aan de Europese regelgeving is op Prinsjesdag 2018 een wetsvoorstel verschenen met verstrekkende gevolgen.

De huidige sportvrijstelling is in de Nederlandse Wet op de Omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) te eng geformuleerd en wordt daarom per 1 januari 2019 verruimd. In het Belastingplan 2019 (<klik hier> wettekst,<klik hier> artikelsgewijs commentaar en <klik hier> memorie van toelichting) is een nieuwe wettekst van artikel 11, lid 1, letter e (de sportvrijstelling) opgenomen. Geruststellend is het achterwege blijven van herzieningsmaateregelen. Zorgelijk is de nieuwe tekst met betrekking tot het begrip ‘winst beogend’. Hieronder zetten wij de belangrijkste punten op een rij.

Sport en lichamelijke opvoeding

In de nieuwe wettekst wordt de term ‘lichamelijke opvoeding’ toegevoegd. Voorheen was de sportvrijstelling alleen van toepassing op organisaties die het beoefenen van sport mogelijk maakten, maar nu zal de sportvrijstelling ook gaan gelden voor activiteiten met betrekking tot lichamelijke opvoeding.

Overgangsregelingen

In het Belastingplan zijn een drietal overgangsregelingen opgenomen:

1. Indien de bouw van een sportaccommodatie/onroerende zaak op basis van een overeenkomst al is aangevangen in 2018, blijft het recht op aftrek van btw bestaan na 2018;
2. Geen herziening vindt plaats indien de ingebruikneming plaatsvindt in 2019 en in 2018 aftrek van btw heeft plaatsgevonden;
3. Geen herziening wordt toegepast voor investeringen die voor 2018 in gebruik zijn genomen en waarvan de herzieningsperiode zich uitstrekt tot na 2018.

Niet winst-beogend

Niet-winstbeogende exploitaties van sportaccommodaties worden per 1 januari 2019 (verplicht) vrijgesteld van btw. Commerciële sportactiviteiten dienen buiten de vrijstelling te vallen en gewoon met btw te worden belast (vanaf 2019: 9%). Semi-commerciële activiteiten dienen onder de vrijstelling te komen. Lid 4 van artikel 11 van de nieuwe wettekst gaat hier nader op in.

Er is geen sprake van ‘winst beogen’ ondanks een rekenkundig exploitatieoverschot in de navolgende situaties:

  • Als sprake is van subsidiëring of een vergoeding die hoger ligt dan de normale waarde; en/of
  • wanneer een publiekrechtelijk lichaam een sportaccommodatie ter beschikking stelt tegen een vergoeding die lager ligt dan de integrale kostprijs (aansluiting bij de Wet Markt en Overheid).

Het lijkt erop dat het gelegenheid geven tot sportbeoefening op Prinsjesdag (grotendeels) is uitgezwaaid…

De situatie waarin een gemeente een sportaccommodatie (bijvoorbeeld: een zwembad!) btw-belast verhuurt aan een BV/NV die de accommodatie exploiteert en hiervoor een exploitatiesubsidie ontvangt, zal geen ‘winst beogende’ situatie zijn. Gevolg hiervan is dat deze situatie toch onder de vrijstelling gaat vallen.

In 2018 snel actie ondernemen

De wetswijziging zal zorgen voor een grote toename van situaties waarin de btw niet kan worden verrekend. Gemeenten kunnen subsidie aanvragen voor deze ‘btw-schade’ door het indienen van de zogenoemde SPUK vóór 1 december 2018. Hiervoor is een aangepaste begroting nodig waarin de bedragen inclusief btw vermeld staan. Voor het wijzigen van de begroting zal goedkeuring van de Gemeenteraad noodzakelijk zijn. Om in november de SPUK aan te kunnen vragen is het nodig dat de Gemeenteraad in november instemt met de begrotingswijzigingen. Nu sport en lichamelijk opvoeding (bewegingsonderwijs) onder één noemer zijn gebracht, lijkt de aanvraag ook hierop betrekking te kunnen hebben.

Flankerende aspecten

Met het indienen van de SPUK-aanvraag zijn mogelijk de financiën zo goed mogelijk geregeld, maar de gemeente doet het allemaal voor de sportende inwoners al dan niet in georganiseerd verband. En op dat vlak spelen de flankerende aspecten zich af, zoals:

  1. gaat de gemeente invulling geven aan de zorgplicht richting sportorganisaties, zodat zij tijdig en juist de subsidieaanvraag kunnen indienen?
  2. verdient de onderliggende verhouding gemeente en sportorganisaties een verfijning vanwege de wetswijziging?
  3. wat betekent de wetswijziging voor de bestaande gemeentelijke subsidiestromen en is daar in de begroting 2019 al rekening mee gehouden?
  4. in welke mate heeft de wijziging invloed op het gemeentelijk minimabeleid?
  5. moeten tarieven die in overeenkomsten zijn opgenomen worden aangepast?

Veel activiteiten, inspanningen en vragen van sportbestuurders kunnen op u afkomen. Naast de trainingen die wij in dit kader verzorgen (zie agenda) kunnen wij u hierbij met fiscaal-juridische en fiscaal-administratieve adviseurs ondersteunen. Voor meer informatie of fiscale hulp kunt u contact opnemen met uw EFK-adviseur, een e-mail sturen naar info@efkbelastingadviseurs.nl of bellen naar 072 535 025.