Prinsjesdag 2021 – belangrijke wijzigingen voor de loonbelasting per 1 januari 2022

Prinsjesdag 2021 – belangrijke wijzigingen voor de loonbelasting per 1 januari 2022

Prinsjesdag 2021 heeft voor gemeenten geen noemenswaardig nieuws gebracht op het gebied van btw en vennootschapsbelasting. Voor de loonbelasting zijn wel een aantal maatregelen aangekondigd die wij graag onder uw aandacht brengen.

Belangrijke wijzigingen voor de loonbelasting per 1 januari 2022

Werkkostenregeling

Gerichte vrijstelling thuiswerkkosten

Als gevolg van COVID-19 worden werknemers die hun werkzaamheden vanuit huis kunnen verrichten, geacht daadwerkelijk thuis te werken. De verwachting is dat ook na een versoepeling van deze maatregel een substantieel deel van de werknemers een deel van de week thuis zal blijven werken. Bij veel werkgevers is het deels thuiswerken al nieuw beleid. In verschillende (collectieve) arbeidsvoorwaarden (o.a. cao Werken voor waterschappen en cao Woondiensten) zijn al afspraken gemaakt om de werknemer middels een thuiswerkvergoeding tegemoet te komen in de extra kosten verbonden aan het thuiswerken.

Het kabinet introduceert een gerichte vrijstelling (artikel 31a, tweede lid, onderdeel K, Wet op de loonbelasting 1964) in de werkkostenregeling voor de vergoeding van bepaalde thuiswerkkosten van maximaal € 2 per thuisgewerkte dag of deel daarvan. De hoogte hiervan  is gebaseerd op een door Nibud in augustus 2021 uitgevoerd onderzoek naar de gemiddelde extra kosten per thuisgewerkte dag.[1] De kosten die in het onderzoek zijn meegenomen – de specifieke kosten waarop de gerichte vrijstelling thuiswerkkosten ziet –  betreffen extra water- en elektriciteitsverbruik, verwarming, koffie, thee en toiletpapier.

Voor eenzelfde werkdag kan niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding en de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer naar de vaste werkplek van toepassing zijn. Het is wel mogelijk dat op een dag waarop deels wordt thuisgewerkt en ook wordt gereisd naar een andere plek dan de vaste werkplek – dus een zakelijke reis niet zijnde woon-werkverkeer – zowel de vrijstelling voor een thuiswerkvergoeding als de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding wordt toegepast.

Om eenvoudig een vaste thuiswerkkostenvergoeding te kunnen geven, wordt voorgesteld een met de vaste reiskostenvergoeding overeenkomende methode te hanteren (artikel 31a, zevende lid, Wet op de loonbelasting 1964). De bestaande regeling voor reiskostenvergoeding houdt kort gezegd in dat als een werknemer ten minste 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste werkplek reist (woon-werkverkeer), de werkgever een vaste onbelaste reiskostenvergoeding mag geven alsof de werknemer 214 dagen per kalenderjaar naar die vaste werkplek reist. Voorgesteld wordt de 128 dagenregeling, zowel ten aanzien van de vaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer als voor de thuiswerkkostenvergoeding, pro rata toe te passen als structureel (gedeeltelijk) wordt thuisgewerkt.

Voorbeeld: Een werknemer met een vierdaagse werkweek is met zijn werkgever overeengekomen twee dagen per week naar dezelfde werkplek te reizen (woon-werkverkeer) en de andere twee dagen thuis te werken. De enkele reisafstand woon-werk bedraagt 20 kilometer.

Op basis van de afspraak die de werkgever en de werknemer hebben gemaakt zal de werknemer uit het voorbeeld een maximale vaste reiskostenvergoeding kunnen ontvangen van afgerond € 54 per maand en een maximale vaste thuiswerkkostenvergoeding van afgerond € 14 per maand en dus een totale vaste gecombineerde vergoeding van afgerond € 68 per maand. Deze wordt als volgt berekend: 2/5 van 214 werkdagen is 86 dagen, voor de reiskostenvergoeding betekent dit: (86 dagen x 40 kilometer x € 0,19)/12 maanden = afgerond € 54 per maand; voor de thuiswerkkostenvergoeding betekent dit: (86 dagen x € 2)/12 maanden = afgerond € 14 per maand.

Opmerkingen:

  • Voor werknemers die op een vast aantal dagen thuiswerken en op een vast aantal dagen naar een vaste plaats van werkzaamheden reizen, wordt het mogelijk een gecombineerde voor de loonheffingen vrijgestelde vaste vergoeding te geven voor reiskosten woon-werkverkeer en thuiswerken.
  • De (extra) kosten voor internetabonnement thuis zijn niet opgenomen in de gerichte vrijstelling thuiswerkkosten. Dit biedt ruimte om deze naast de thuiswerkkosten gericht vrijgesteld te mogen vergoeden.
  • Het kabinet wijst erop dat voor de kosten verbonden aan het inrichten van een werkplek thuis al zogenoemde gerichte vrijstellingen (arbovoorzieningen, gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur) bestaan.

Tijdelijke verruiming vrije ruimte 2021 (COVID-19)

 Sinds 1 januari 2020 geldt een nieuwe wijze van het berekenen van de vrije ruimte. De vrije ruimte  bedraagt per werkgever 1,7% van – kort gezegd – de fiscale loonsom tot en met

€ 400.000 plus 1,18% van het restant van die loonsom. In het Belastingplan 2021 is met terugwerkende kracht de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom voor het kalenderjaar 2020 verhoogd tot 3%.

In de Kamerbrief Uitbreiding economisch steun- en herstelpakket is toegezegd dat ook voor het kalenderjaar 2021 de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom 3% van dat deel van die fiscale loonsom zal bedragen. Dat biedt mogelijkheden werknemers ook in de moeilijke coronatijd in 2021 extra tegemoet te komen. In het Belastingplan 2022 wordt het genoemde besluit voor 2021 gecodificeerd.

Aanpassing cap in de bijtelling voor emissievrije personenauto’s

De bijtelling wegens privégebruik voor emissievrije auto’s wordt geleidelijk verhoogd door minder korting op de standaardbijtelling van 22% toe te staan. In het Belastingplan wordt voorgesteld de cap in de bijtelling (de catalogusprijs waarover de maximale korting op de bijtelling voor emissievrije personenauto’s van toepassing is) vanaf 2022 in twee stappen te verlagen. De korting op de bijtelling die is vastgelegd in de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord wordt niet aangepast. Dit betekent dat de vanaf 1 januari 2022 geldende korting van 6% op de bijtelling wordt toegepast op een cap van € 35.000 en vanaf 2023 op een cap van € 30.000. Door het verlagen van de cap wordt de vraag in de zakelijke markt meer gestuurd naar goedkopere emissievrije automodellen uit de lagere marktsegmenten.

Heeft u nog vragen, neem dan gerust contact op met onze loonheffingenspecialisten Ilse Coorengel via icoorengel@efkbelastingadviseurs.nl / 06-18903565 of Ton van der Fits via  tvanderfits@efkbelastingadviseurs.nl / 06-36118572.

[1] Nibud, Thuiswerkkosten. Berekening van de thuiswerkkosten t.b.v. een thuiswerkkostenvergoeding, augustus 2021.