Prinsjesdag 2019 – Vennootschapsbelasting

Prinsjesdag 2019 – Vennootschapsbelasting

In het belastingplan 2020 zitten geen grote wijzigingen voor wat betreft de positie van overheidsbedrijven. Wel zijn er een aantal kleinere specifieke aanpassingen voor overheidsbedrijven en generieke aanpassingen die betrekking hebben op alle belastingplichtigen. 

Specifiek overheidsbedrijven

Specifieke aanpassingen voor overheidsbedrijven zijn opgenomen in de (subjectieve) onderwijsvrijstelling (artikel 6b Wet op de vennootschapsbelasting 1969) en de vrijstelling voor interne activiteiten en quasi-inbesteding (artikel 8e Wet op de vennootschapsbelasting 1969).

Het betreft hier een tweetal verruimingen van de vrijstelling die van beperkt belang zijn voor lagere overheden. Bij de onderwijsvrijstelling wordt de verplichte ouderbijdrage in het kader van internationaal georiënteerd onderwijs beschouwd als toegestane bijdrage in het kader van de bekostigingseis.

De verruiming bij de interne activiteiten en quasi-inbesteding heeft betrekking op de positie van de Staat. Met de verruiming wordt bereikt dat publiekrechtelijke rechtspersonen van de Staat voor deze vrijstellingen hetzelfde wordt behandeld als privaatrechtelijke overheidslichamen van de Staat.

Algemeen

Tarief

Het hoge belastingtarief (bij winsten boven de € 200.000) blijft voor 2020 op 25% staan. Het lage tarief wordt verlaagd naar 16,5% in 2020. Voor 2021 wordt het hoge tarief wel verlaagd naar 21,7% en het lage tarief naar 15%.

Per 2021 vervalt de betalingskorting bij het in één keer betalen van de verschuldigde vennootschapsbelasting.

Indien een aangifte tijdig wordt ingediend tussen 1 april en 1 juni volgend op het kalenderjaar en de aanslag wordt vastgesteld conform aangifte is geen belastingrente verschuldigd. Als tussen 1 april en 1 juni 2020 de aangifte over het belastingjaar 2019 wordt ingediend en de aanslag wordt opgelegd conform deze aangifte dan is geen belastingrente verschuldigd. De systematiek van het vermijden/beperken van belastingrente via het aanvragen van een voorlopige aanslag blijft bestaan. De verruiming geldt voor tijdig ingediende aangiften waar geen uitstel voor is aangevraagd.

Een belastingplichtige kan spontaan aangifte vennootschapsbelasting (bijvoorbeeld een nihil aangifte) doen zonder dat een aangifte is uitgereikt of een uitnodiging tot het doen van aangifte is verstuurd. De inspecteur kan de gegevens uit de spontane aangifte gebruiken als hulpmiddel voor het vaststellen van de aangifte. Bij een spontane aangifte kan de inspecteur diverse wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden niet inzetten. Bijvoorbeeld omkering van de bewijslast wegens het niet doen van de vereiste aangifte of navordering wegens kwade trouw. Een kwaadwillende die een onjuiste spontane aangifte indiende kon hierdoor op de grond van de huidige wet niet (voldoende) worden aangepakt. Via wetswijziging gelden nu bij een spontane aangifte vennootschapsbelasting dezelfde correctie- en sanctievoorwaarden als in de situatie van een uitgereikte aangifte of uitnodiging tot het doen van aangifte.

Gemeentelijke praktijk

Zoals u zult constateren, zijn er geen specifieke wijzigingen voor de lagere overheden. Heeft u toch een vraag op het gebied van de vennootschapsbelasting dan kunt u contact opnemen met Bas de Mik, Jan Batterink of Jits Berns of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een mailbericht naar info@efkbelastingadviseurs.nl

Belastingplan 2020, Memorie van Toelichting  <klik hier>
Overige Fiscale Maatregelen 2020, Memorie van Toelichting <klik hier>