Outplacementkosten: niet gericht vrijgesteld

Onder de werkkostenregeling kunnen, indien sprake is van loon uit vroegere dienstbetrekking, kosten van outplacement, studie en/of opleiding niet worden aangewezen als eindheffingsloon. Deze vergoedingen en verstrekkingen gedaan aan bijvoorbeeld oud-wethouders behoren tot het loon.

Recent heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken de tweede druk gepubliceerd van de brochure ‘Sollicitatieplicht en outplacement voor politieke ambtsdragers’ <klik hier>. Even als in de eerste druk (2010) is in de brochure geen fiscale paragraaf opgenomen. Jammer, omdat het voor de bestuursorganen grote gevolgen kan hebben voor de loonheffing als de arbeidsrelatie met bijvoorbeeld een wethouder tussentijds, dan wel in 2018 na de verkiezingen wordt ontbonden. In onze nieuwsbrief van 14 maart 2016 hebben wij u er reeds op gewezen dat de gevolgen door de invoering van de werkkostenregeling niet gering zijn. Hoe werkt dit?

Onder de werkkostenregeling is loon al hetgeen uit (vroegere) dienstbetrekking wordt genoten, inclusief hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking. Dit is anders als de vergoeding of de verstrekking wordt aangewezen als eindheffingsloon. Dan zijn deze vergoedingen en verstrekkingen effectief onbelast als zij kwalificeren als gerichte vrijstelling (outplacement), dan wel op nihil worden gewaardeerd. Overige vergoedingen en verstrekkingen vallen onder de vrije ruimte (1,2% van de loonsom kolom 14). Bij het overschrijden hiervan is de werkgever een eindheffing verschuldigd van 80%.

Probleem is dat voor het loon uit vroegere dienstbetrekking slechts een tweetal vergoedingen en verstrekkingen kunnen worden aangewezen als eindheffingsloon. Kosten van outplacement, studie en/of opleiding vallen hier in beginsel niet onder. Het gevolg is dat dergelijke vergoedingen en verstrekkingen – waartoe bestuursorganen verplicht zijn op basis van het sollicitatiebesluit uit 2010 (bijlage 1 in de brochure) – tot het loon behoren. Nu het niet de bedoeling zal zijn dat de belastingheffing hierover voor rekening komt van de ex-werknemer, dienen de kosten te worden gebruteerd. Indien hierdoor het loon uit vroegere dienstbetrekking meer gaat bedragen dan 10% van de loonsom, heeft dit ook gevolgen voor het berekenen van de vrije ruimte.

Bovengenoemd probleem is onderkend en eind 2015 aan de orde gesteld in de Memorie van Antwoord van 4 december 2015. De Staatssecretaris merkt op dat outplacement strekt tot het begeleiden van een werknemer van zijn huidige naar een andere baan. Outplacement wordt in de regel dus vergoed of verstrekt op het moment dat de werknemer nog in dienst is. Een aanpassing van de wet werd niet nodig geacht. Bewust is dus gekozen de vergoeding of verstrekking gedaan na het beëindigen van de dienstbetrekking niet onder de werkkostenregeling te brengen en dus te belasten als loon. Wel is op de site van de Belastingdienst hierna de volgende tekst vermeld:

“Loon uit vroegere dienstbetrekking valt niet onder de werkkostenregeling. In 1 uitzonderingssituatie kunt u loon uit vroegere dienstbetrekking toch aanwijzen als eindheffingsloon: als u de werknemer naast het loon uit vroegere dienstbetrekking ook nog loon uitbetaalt waarop de arbeidskorting van toepassing is en als aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan”

Dit houdt in dat het laatste moment waarop de vergoeding of verstrekking van outplacement, studie of opleiding kan worden aangewezen als eindheffingsloon het moment is dat nog loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt betaald, waarop de arbeidskorting van toepassing is. Bijvoorbeeld de nabetaling van vakantiegeld. Overigens biedt het door een derde laten betalen van de APPA uitkeringen en van de kosten van de outplacement geen soelaas. Ook voor de derde is het loon uit vroegere dienstbetrekking.

Voor gemeenten en provincies betekent dit dat als de arbeidsrelatie met een politieke ambtsdrager wordt ontbonden, het belangrijk is dit goed te monitoren. Hierdoor kan worden voorkomen dat de kosten van outplacement en dergelijke kwalificeren als loon uit vroegere dienstbetrekking waarop de werkkostenregeling niet van toepassing is.

De sollicitatieplicht geldt niet alleen voor politieke ambtsdragers binnen gemeenten en provincies, maar ook voor leden van de Tweede Kamer, ministers en staatssecretarissen. Wellicht dat de politiek zich na de komende Tweede Kamerverkiezingen bewust wordt van de gevolgen van het een en ander, met een wetswijziging vóór de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 tot gevolg.

Wilt u hier meer over weten, neemt u dan contact op met Ton van der Fits of met ons secretariaat via 072-5350525 of per e-mail aan info@efkbelastingadviseurs.nl.