Opnieuw de koepelvrijstelling

In het kader van ambtelijke fusies komt de koepelvrijstelling per definitie aan de orde. Ook op andere terreinen is dat het geval en soms biedt dat interessante aanknopingspunten.

De bedoeling van de koepelvrijstelling is te voorkomen dat (rechts)personen die bepaalde diensten verrichten die gewoonlijk niet btw-belast zijn, aan btw worden onderworpen wanneer zij samen gaan werken met andere partijen in een gemeenschappelijke structuur. De gemeenschappelijke structuur, bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling, neemt bepaalde activiteiten voor haar rekening die de deelnemende partijen nodig hebben voor hun eigen dienstverlening. Met deze doelstelling in het achterhoofd heeft de rechtbank Gelderland een geschil tussen een vereniging van artsen en de Belastingdienst beslecht <klik hier>.

De vereniging heeft beroepsorganisaties van artsen als lid, maar ook individuele leden. De leden van de beroepsorganisaties zijn artsen en zijn indirect, via de beroepsorganisatie, ook weer lid van de vereniging. Het ‘getrapte’ lid betaalt indirect ook contributie aan de vereniging. De vraag is of de bijdragen die deze ‘indirecte’ leden betalen voor bijvoorbeeld een registratie als arts ook onder de koepelvrijstelling kunnen vallen. De rechtbank leidt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie af dat niet een louter civielrechtelijk ledenbegrip dient te worden gehanteerd. Het is in overeenstemming met het doel dat met de vrijstelling wordt nagestreefd om de prestaties van de vereniging aan de getrapte leden onder de koepelvrijstelling te rangschikken.

Voor toepassing van de vrijstelling is vereist dat de koepel van de leden slechts terugbetaling vordert van hun aandeel in de gezamenlijke uitgaven. De rechtbank denkt ruimhartig mee met de vereniging en beslist dat een beperkte buffer om onverwachte uitgaven te kunnen opvangen geen reden is te oordelen dat hieraan niet is voldaan. Er wordt namelijk geen winst uitgekeerd en overschotten in de begroting kunnen leiden tot een lagere bijdrage in het volgende jaar.

De diensten die zij verricht aan rechtstreekse leden en getrapte leden zijn vrijgesteld, behalve voor zover het de ledenadministratie van de beroepsorganisaties betreft. De ledenadministratie is naar het oordeel van de rechtbank onderdeel van de financiële administratie en het verrichten van de financiële administratie valt niet onder de koepelvrijstelling.

Waarom is deze zaak interessant voor gemeenten?

Allereerst vanwege het feit dat de rechtbank in deze zaak oordeelt dat een beperkte buffer niet aan toepassing van de vrijstelling in de weg staat. Bijvoorbeeld afschrijvingen zijn kosten die geen uitgaven zijn. Dat deze onder de werking van de vrijstelling vallen, kunnen wij ons voorstellen. Maar in casu lijkt de rechtbank toch wat ruimer te denken dan dat. Tevens is in deze zaak van belang dat één en dezelfde organisatie meerdere prestaties afneemt waarvan een deel onder de vrijstelling valt en een deel met btw wordt belast. In het kader van de ambtelijke fusies bij gemeenten heeft de staatssecretaris van Financiën een beleidsbesluit toegezegd. Wij hebben u daarover geïnformeerd in onze nieuwsbrief van 11 januari 2016 <klik hier>, maar ook in het stuk ‘Ambtelijke fusies en de koepelvrijstelling’ eerder in deze Nieuwsbrief. Uitgangspunt is één totaaldienst waarop de vrijstelling wordt toegepast. Dit is niet per definitie gunstig voor gemeenten. Splitsing van de dienstverlening in een vrijgesteld deel en een belast deel is in onze visie mogelijk en voor gemeenten waarschijnlijk financieel aantrekkelijk. En de uitspraak van de rechtbank ondersteunt onze visie hierin.

Wilt u weten of de samenwerkingsverbanden waaraan uw organisatie deelneemt de koepelvrijstelling mogen toepassen? Neemt u contact op met mr. Andrea Joore via info@efkbelastingadviseurs.nl of op 072-5350525.