Ontwikkelingen rond de koepelvrijstelling

Ontwikkelingen rond de koepelvrijstelling

Dit jaar zijn er bij het Hof van Justitie opvallend veel zaken over de toepassing van de koepelvrijstelling. Voor de Nederlandse praktijk van de samenwerkingsverbanden lijken de uitspraken van het Hof gunstig uit te pakken. De koepelvrijstelling krijgt een wat ruimere werkingssfeer.

Veel gemeenten willen samengaan, maar een bestuurlijke fusie is vaak net even een stap te ver. Als gemeenten ambtelijk fuseren, wordt daartoe een gemeenschappelijke regeling (GR) ingevoerd waarbij vrijwel alle ambtenaren in dienst komen van de GR. De GR verricht alle taken van de deelnemende gemeenten en ontvangt daarvoor het beschikbare budget. De werkzaamheden omvatten zowel de overheidstaken als de ondernemersactiviteiten van de gemeenten. En daar wringt de schoen. De Belastingdienst neemt het standpunt in dat de GR 21% btw in rekening moet brengen over de vergoeding die zij ontvangt voor het uitvoeren van de werkzaamheden. In de btw-wetgeving is een vrijstelling (de koepelvrijstelling) opgenomen voor samenwerkingsverbanden die diensten verlenen aan deelnemende gemeenten, mits de deelnemers de diensten gebruiken voor activiteiten waarvoor zij geen btw-ondernemer zijn (de overheidstaken) of waarvoor een vrijstelling geldt. Als deelnemende gemeenten echter ook btw-belaste ondernemersactiviteiten verrichten, kan volgens de Belastingdienst de koepelvrijstelling niet worden toegepast. Gevolg is dat de btw die de GR in rekening moet brengen bij de deelnemende gemeenten tot een extra kostenpost leidt, omdat een deel van de btw kostenverhogend is. Dit effect treedt met name op bij de salariskosten van het personeel. Op salariskosten van ambtenaren in dienst van de gemeente drukt immers geen btw, op salariskosten die de GR doorberekent drukt wèl btw. Hoewel de koepelvrijstelling is bedoeld om samenwerken niet te belemmeren, leidt het standpunt van de Belastingdienst tot extra belastingdruk.

Van de zaken die spelen of gespeeld hebben bij het Hof van Justitie, is de zaak van de Europese Commissie tegen Groothertogdom Luxemburg <klik hier> de meest interessante voor samenwerkingsverbanden van gemeenten. Volgens het Hof geldt de koepelvrijstelling niet alleen als de leden uitsluitend overheidsactiviteiten of vrijgestelde prestaties verrichten, maar ook als zij btw-belaste prestaties verrichten, echter alleen ‘voor zover’ de diensten nodig zijn voor de overheidsactiviteiten en vrijgestelde prestaties. Het begrip ‘voor zover’ is voor gemeenten niet nieuw. Voor het claimen van btw via het BTW-compensatiefonds wordt de btw die aan samenwerkingsverbanden in rekening wordt gebracht middels toepassing van de transparantiemethode doorgeschoven naar de deelnemende gemeenten “voor zover” de btw compensabel is als deze rechtstreeks aan de deelnemende gemeente in rekening zou zijn gebracht. Als deze methode ook wordt toegepast bij de koepelvrijstelling, ontstaat bij samenwerkingsverbanden een goed werkbare situatie waardoor bij deelnemende gemeenten geen extra btw-druk ontstaat en het BTW-compensatiefonds niet onnodig wordt aangesproken. En de schatkist komt geen Euro tekort. Wij zijn benieuwd of de staatssecretaris op deze wijze de uitspraak van het Hof van Justitie zal uitleggen. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Wilt u meer weten over de toepassing van de koepelvrijstelling bij samenwerkingsverbanden? Neemt u dan contact op met uw adviseur of e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl. Bellen kan ook via 072 5350525.