Ondersteuning taxibedrijven in Corona-tijd

Ondersteuning taxibedrijven in Corona-tijd

Door de intelligente lock-down is het doelgroepenvervoer nagenoeg tot stilstand gekomen. Mede om de bedrijfstak te ondersteunen betalen gemeenten 80% van de overeengekomen vergoeding, ondanks dat (vrijwel) geen vervoersprestatie wordt verricht. Vraag is of de vergoeding is belast met btw.

De werkgeversorganisatie KNV Taxi heeft aan de voor haar bevoegde inspecteur de vraag voorgelegd wat de btw-gevolgen zijn voor de gemeenten die als gevolg van de Corona-crisis de vergoedingen aan taxivervoerders blijven doorbetalen <klik hier>.

De inspecteur beschrijft in een analyse hoe de btw verhouding tussen de gemeente en de vervoerder kan zijn, maar geeft ook aan dat een uiteindelijk oordeel ligt bij de inspecteur die bevoegd is voor de vervoerder. Het is immers de vervoerder die al dan niet een btw-belaste prestatie verricht voor de van de gemeente ontvangen vergoeding. Dat neemt niet weg dat het feitelijke financiële belang bij de gemeente ligt: als btw is verschuldigd kan dat bij de gemeente leiden tot hogere kosten indien de btw niet aftrekbaar is op aangifte.

Doelgroepenvervoer is een verzamelbegrip voor meerdere vormen van vervoer. Voor WVG-vervoer heeft de Hoge Raad in 2005 bepaald <klik hier> dat sprake is van het handelen als een btw-ondernemer. Voor leerlingenvervoer heeft het Hof van Justitie in de zaak Gemeente Borsele beslist <klik hier> dat de gemeente niet optreedt als btw-ondernemer. De Hoge Raad heeft daarna geoordeeld <klik hier> dat leerlingenvervoer kwalificeert als een individuele verstrekking. De laatste twee zaken hebben tot gevolg dat de btw in die situaties een kostenpost vormt. Bij WMO-vervoer worden tarieven (eigen bijdrage) gehanteerd die afhankelijk zijn van duur/lengte van de vervoersprestatie waardoor sprake is van btw-belaste prestaties door de gemeente. De btw die de vervoerder in rekening brengt is daarom verrekenbaar als voorbelasting.

In de analyse gaat de inspecteur in op een tweetal uitspraken van het Hof van Justitie waarin een betaling door de overheid plaatsvond maar waar geen sprake was van verbruik omdat de overheid handelde in het algemeen belang. De betaling heeft dan het karakter van een subsidie en is niet belast met btw. Of btw is verschuldigd is dus afhankelijk van de contractuele verhouding tussen de gemeente en de vervoerder. Als niets is geregeld en de gemeente betaalt vrijwillig, heeft de betaling het karakter van een subsidie en brengt de vervoerder geen btw in rekening aan de gemeente. De contractuele verhouding met de vervoerder kan echter ook zo zijn dat de gemeente contractueel verplicht is te blijven betalen, ook in de situatie dat minder of geen gebruik wordt gemaakt van de vervoersdiensten. In dat geval is sprake van een afdwingbare betaling voor het recht op een vervoersprestatie. Dat geen gebruik wordt gemaakt van vervoer doet daar niet aan af. De vervoerder zal aan de gemeente een factuur dienen uit te reiken en 9% btw in rekening brengen.

Afhankelijk van de contractuele verhoudingen en de wijze van inzet van het vervoer door de gemeente is al dan niet btw verschuldigd die bij de gemeente tot een kostenpost kan leiden.

Als u vragen heeft over de duiding van uw vervoersovereenkomst(en) en of de vervoerder u terecht of ten onrechte btw in rekening brengt, neem dan contact op met uw adviseur, bel 072 5350525 of stuur een email naar info@efkbelastingadviseurs.nl