Nieuwe bouwstenen vennootschapsbelasting en gevolgen voor overheden

Nieuwe bouwstenen vennootschapsbelasting en gevolgen voor overheden

Nieuwe bouwstenen vennootschapsbelasting en gevolgen voor overheden

Om de zoveel jaar wordt het Nederlandse belastingstelsel getoetst op mogelijke verbeteringen en vereenvoudigingen. In dit kader is op 18 mei 2020 het rapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’  <klik hier> verschenen waarin voorstellen met betrekking tot de vennootschapsbelasting zijn aangedragen die relevant zijn voor overheden.

Voor beperkt belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting zoals overheden, maar ook stichtingen en verenigingen, geldt dat de verhuur van vastgoed veelal niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting. De huurinkomsten zijn dan niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen, maar het komt regelmatig voor dat de huurder wel de huurpenningen ten laste kan brengen van zijn (belaste) resultaat. Hiermee dreigt uitholling van de grondslag (opbrengsten niet belast, kosten wel aftrekbaar). Daarnaast ontstaat ten opzichte van de verhuur van vastgoed door een BV (altijd onderworpen) een ongelijke behandeling.

Om aan deze punten tegemoet te komen is als beleidsoptie een terbeschikkingstellingsregeling in de vennootschapsbelasting voorgesteld. Dit betekent dat de inkomsten uit verhuur van vastgoed worden belast in de vennootschapsbelasting. Bij een brede terbeschikkingstellingsregeling worden huurinkomsten dan belast ongeacht het type vastgoed of partij waaraan wordt verhuurd. Bij de invoering van een dergelijke terbeschikkingstellingsregeling is de discussie of exploitatie van vastgoed een ondernemingsactiviteit is of normaal vermogensbeheer niet meer relevant.

Het vastgoed dat door overheden wordt verhuurd en dat onder deze terbeschikkingstellingsregeling valt omvat onder meer woningen, gronden/terreinen, sportaccommodaties, buurthuizen, MFA’s, scholen en culturele gebouwen. Ook verhuurde delen van gemeentehuizen zullen dan hieronder vallen. Bij het meest vergaande idee dient dan ook aandacht te worden besteed aan eigen ruimte (gemeentehuis) die ter beschikking wordt gesteld aan belastingplichtige onderdelen van de gemeente.

Vastgoed in eigen gebruik van een beperkt belastingplichtige dat niet wordt gebruikt binnen een eigen onderneming blijft wel buiten de belaste sfeer. Denk bijvoorbeeld aan het deel van het gemeentehuis dat wordt gebruikt voor de overheidstaken. Dit kan bij een brede terbeschikkingstellingsregeling mogelijk anders worden voor het zogenoemde ‘indirect eigen gebruik’. Dit betreft dan de terbeschikkingstelling van ruimte tussen verschillende onderdelen binnen één lichaam. Denk daarbij aan het deel van het gemeentehuis dat wordt gebruikt ten behoeve van de (huisvesting) van het grondbedrijf (een veelal aan de heffing van vennootschapsbelasting onderworpen onderdeel).

Naast het verschuldigd worden van vennootschapsbelasting over de huurpenningen dienen de betreffende panden vermoedelijk ook te worden opgenomen in de fiscale aangifte als zijnde (verplicht) ondernemingsvermogen. Dit gebeurt dan niet tegen de (BBV) boekwaarde, maar tegen de (fiscale) waarde in het economische verkeer op het moment dat een dergelijk voorstel als wet wordt ingevoerd.  Ook op het moment dat een dergelijk pand wordt verkocht dient dan voor de vennootschapsbelasting te worden afgerekend.

Let wel dat het rapport voorstellen bevat en dit thans nog geen geldende wetgeving is. Het is daarnaast ook niet zeker of de voorstellen ook daadwerkelijk worden ingevoerd en op welke termijn. Het voorstel zal nader worden uitgewerkt en worden getoetst op uitvoerbaarheid. Dat het voorstel een grote impact kan hebben op overheden lijkt wel duidelijk te zijn.

Heeft u vragen over dit rapport neem dan contact op met uw eigen EFK belastingadviseur via 072-5350525 of stuur een mailbericht naar ons secretariaat via info@efkbelastingadviseurs.nl