Niet alleen de sloper presteert bij slopen

Niet alleen de sloper presteert bij slopen

Niet alleen de sloper presteert bij slopen

Wat gebeurt er als een gemeente als ondernemer in de zin van de btw een opdracht tot sloop geeft aan een sloper en deze bij de opgaaf van de kosten al rekening heeft gehouden met het gegeven dat hij bepaalde vrijkomende sloopmaterialen – bijvoorbeeld metaalschroot – kan en op basis van de overeenkomst ook mag doorverkopen?

Op deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag is door het Hof van Justitie (HvJ) antwoord gegeven. De gemeentelijke praktijk zal met de uitkomst echter mogelijk niet blij zijn.

In het kort eerst de voor de gemeentelijke praktijk van belang zijnde voorgelegde vraag (door de redactie is de vraag omwille van de eenvoud geherformuleerd) en de in samenhang hiermee behorende casus. Voor de achterliggende procedure <klik hier>.

Een bedrijf verricht sloopwerkzaamheden voor een gemeente. In de sloopovereenkomst verplicht dit bedrijf zich de vrijkomende materialen te verwijderen en het afval juist af te voeren. Bij het bepalen van de prijs voor de werkzaamheden houdt het bedrijf rekening met het gegeven dat zij een deel van het vrijkomend sloopmaterialen weer kan verkopen, waardoor het bedrijf een concurrerende aanbieding heeft kunnen doen. De latere verkoop van het materiaal is onderdeel van het afvoeren van het sloopmateriaal en daarmee onderdeel van de overeenkomst. De gemeente is met een mogelijke opbrengst voor het bedrijf van het metaalschroot niet bekend en krijgt dan ook een all-in totaalprijs aangeboden.

De vraag die in de procedure voor het HvJ aan de orde is, is kortweg; als een sloper één enkele handeling verricht volgens de voorwaarden van de sloopwerkzaamheden en het sloopafval bevat door de sloper door te verkopen sloopafval, hoe gaan sloper en gemeente daar dan voor de btw mee om?

Samengevat luidt het antwoord van het HvJ dat de sloper voor de sloophandeling een factuur met btw dient uit te reiken, maar dat de gemeente, als zij als een zodanige belastingplichtige handelt, voor de waarde van de tegenprestatie, zijnde de waarde van het metaalschroot, ook een factuur dient uit te reiken. Bij dit antwoord is niet van belang dat de gemeente niet bekend is met het door het bedrijf geschatte bedrag voor de opbrengst van de sloopmaterialen, of de waarde waarmee de vergoeding voor de sloopwerkzaamheden is verlaagd. Daarbij is het ook niet van belang dat de waarde van het sloopmetaal niet overeen hoeft te zijn gekomen.

Dienen de gemeenten nu werkelijk zich iets aan te trekken van dit arrest?

Ja, gemeenten die in het kader van bijvoorbeeld binnenstedelijke herontwikkeling panden laten slopen kunnen worden geconfronteerd met situaties waarbij materialen vrijkomen die door de opdrachtnemer kunnen worden doorverkocht. In dat geval leveren zij sloopmaterialen waaraan een waarde kan worden toegekend, ook al zit deze verdisconteerd in de tegenprestatie zijnde de sloopprestatie. De gemeente dient wel te beoordelen of zij in dat geval handelt als belastingplichtige. Omdat hiervan veelal sprake is moet de vraag worden gesteld over welk bedrag btw dient te worden berekend en ook of wellicht een zogenoemde verleggingsregeling van toepassing is. Maar het staat vast dat de gemeente in deze situatie een factuur dient uit te reiken en een omzetbedrag op aangifte dient te melden. Of dat vakje 1a (omzet belast met 21%) of vakje 1e is (omzet niet bij mij belast) is afhankelijk van de omstandigheid of artikel 24bb van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 van toepassing is

Wilt u meer weten over de btw-gevolgen als een sloper bij uw gemeente sloopt, neemt u dan contact op met mr. D. Visser of uw adviseur via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.