Loonheffingen 2016

Op 22 december 2015 is het Belastingplan 2016 door de Eerste Kamer aangenomen. Met ingang van 2016 vindt een aantal wijzigingen plaats op het gebied van de loonheffingen. In deze nieuwsbrief bespreken wij de belangrijkste wijzigingen.

1. Gebruikelijkheidtoets werkkostenregeling wordt aangescherpt

Tot en met 2015 gold dat vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikkingstellingen die werden aangewezen als eindheffingsloon niet meer dan 30% mochten afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk was. Bedragen tot € 2.400 per werknemer per jaar werden als niet ongebruikelijk geduid.

Met ingang van 2016 wordt het gebruikelijkheidscriterium aangescherpt. Vanaf 2016 moet het aanwijzen van vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikkingstellingen van een bepaalde omvang gebruikelijk zijn, waarbij het voorts gebruikelijk dient te zijn dat de werknemer deze belastingvrij krijgt en de werkgever de belasting via eindheffing voor haar rekening neemt. Loonbestanddelen waarvan het ongebruikelijk is dat de werknemer deze belastingvrij ontvangt, zijn onder andere het maandloon, het vakantiegeld, een hoge bonus of een vergoeding van vermogensschade bij indiensttreding.

2. Rentevoordeel hypothecaire personeelsleningen niet langer onbelast

Mits aan een aantal voorwaarden was voldaan, werd het rentevoordeel van een hypothecaire personeelslening en de aan een dergelijke lening verbonden kosten gewaardeerd op nihil. Met ingang van 2016 vervalt deze nihilwaardering en dienen deze voordelen tot het loon van de werknemer te worden gerekend. Het rentevoordeel is het verschil tussen de aan de werknemer in rekening gebrachte rente en de marktrente op het moment dat de lening is afgesloten dan wel de rentevastperiode is ingegaan. Het rentevoordeel mag niet worden aangewezen als eindheffingsloon.

Het kan zijn dat het rentevoordeel ook na pensionering doorloopt. Omdat de oud-werkgever dan meestal verder geen loon meer verstrekt aan die werknemer, is het toegestaan dat de oud-werkgever met de pensioenverzekeraar overeenkomt dat de pensioenverzekeraar ter zake van het rentevoordeel als inhoudingsplichtige wordt beschouwd.

Het rentevoordeel van een personeelslening voor de aanschaf van een (elektrische) fiets of elektrische scooter wordt ook in 2016 gewaardeerd op nihil. Het kwijtschelden van (aflossingstermijnen van) de lening kan worden aangewezen als eindheffingsloon en komt dan ten laste van de vrije ruimte.

3. Fiscale bijtelling privégebruik auto

De percentages voor fiscale bijtelling voor het privégebruik van de (bestel) auto van de zaak veranderen. Voor auto’s die in 2016 voor het eerst op kenteken worden gesteld, gelden de volgende percentages:

  • 4% (0 gram CO2-uitstoot);
  • 15% (tot en met 50 gram CO2-uitstoot);
  • 21% (meer dan 50 gram en minder dan 107 gram CO2-uitstoot); en
  • 25% (meer dan 106 gram CO2-uitstoot).

De percentages gelden voor een periode van maximaal 60 maanden. Voor auto’s die vóór 2016 ter beschikking zijn gesteld, gelden de percentages zoals die bestonden in het jaar dat de auto op kenteken is gesteld, onder de voorwaarde dat of de eigenaar of de berijder in die periode dezelfde is gebleven.

4. VAR verklaringen gaan verdwijnen, invoering Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties

Het gevolg van de invoering van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties is (indien Eerste Kamer ermee instemt) dat VAR verklaringen vanaf 1 april 2016 niet meer geldig zijn. VAR verklaringen bieden de opdrachtgever na 1 april 2016 dus geen absolute vrijwaring meer. Vanaf 1 april 2016 vormt de tussen de opdrachtnemer en opdrachtgever gesloten overeenkomst en de feitelijke uitvoering daarvan de basis om te beoordelen of al dan niet sprake is van een (fictief) dienstverband. Indien achteraf blijkt dat sprake is van een (fictief) dienstverband, kan ook bij de opdrachtgever een naheffingsaanslag loonheffingen worden opgelegd.

5. WKA rekening vervalt

Degene die personeel inleent of werk uitbesteedt kan worden geconfronteerd met de inleners- en/of ketenaansprakelijkheid, indien de uitlener dan wel de uitvoerder van het werk niet aan zijn financiële verplichtingen jegens de Belastingdienst voldoet. De aansprakelijkstelling kan worden voorkomen door een deel van het factuurbedrag te storten op de G-rekening van de uitlener c.q. uitvoerder van het werk. Indien de uitlener c.q. uitvoerder van het werk niet beschikt over een G-rekening kon rechtstreeks worden gestort op een speciaal rekeningnummer bij de Belastingdienst, bureau WKA. Ook storting op deze rekening bood absolute vrijwaring. Vanaf 2016 vervalt deze mogelijkheid.

6. Hoger netto loon

Door een verlaging van de percentages in de tweede en derde tariefschijf van 42% naar 40,4% en een verruiming van de tariefschijven zal de werknemer die in 2016 in dezelfde omstandigheden verkeert als in 2015, bij een gelijkblijvend brutoloon een hoger nettoloon ontvangen. In eerste aanleg zou het tarief in de tweede en derde schijf worden verlaagd naar 40,15%. Dit percentage is verwerkt in de loonheffingstabellen. Per april 2016 zal dit in de loonheffingstabellen worden gecorrigeerd.

7. Ontslaguitkering loon uit vroegere dienstbetrekking, outplacementkosten geen eindheffingsloon

Een ontslaguitkering wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Het gevolg hiervan kan zijn dat het totale loon uit vroegere dienstbetrekking meer bedraagt dan 10% van de loonsom. In dat geval mag over het totale loon uit vroegere dienstbetrekking geen vrije ruimte worden berekend.

Additioneel gevolg is dat de vergoeding of verstrekking van outplacementkosten betaald na het ontslag eveneens kwalificeert als loon uit vroegere dienstbetrekking. Vergoedingen of verstrekkingen van outplacementkosten kunnen in dat geval niet worden aangewezen als eindheffingsloon en vormen op basis van het huidige loonbegrip belast loon. Dit is anders indien het outplacement traject wordt aangeboden op het moment dat de werknemer nog in dienst is (het gaat immers om het begeleiden van een huidige naar een nieuwe baan). In dat geval valt de vergoeding of verstrekking onder de gerichte vrijstelling.

8. Aan oud-werknemer verstrekt kerstpakket ten laste van de vrije ruimte

Het is niet ongebruikelijk oud-werknemers een kerstpakket te geven dan wel oud-werknemers uit te nodigen voor een kerstdiner. Onder de werkkostenregeling vormen dergelijke verstrekkingen belast loon uit vroegere dienstbetrekking. Voor zover het verstrekkingen betreft die ook aan reguliere werknemers worden aangeboden kan een dergelijke verstrekking als eindheffingsloon worden aangewezen. De integrale kosten kunnen dan ten laste van de vrije ruimte worden gebracht. Indien het Kerstdiner plaatsvindt op de werkplek kan worden volstaan met de fiscale waardering van € 3,20 per persoon. Wordt de vrije ruimte overschreden dan is de werkgever over het meerdere 80% eindheffing verschuldigd.

9. Informatieplicht bij aan derden verstrekt loon

Onder de werkkostenregeling vormen vergoedingen en verstrekkingen loon. Dit betekent dat een aan een derde, bijvoorbeeld een uitzendkracht, verstrekt kerstpakket loon is voor deze derde dan wel onder de vrije ruimte van de werkgever van de derde valt, indien deze de verstrekking aanwijst als eindheffingsloon. Om de werkgever van de derde hiertoe in de gelegenheid te stellen, is de verstrekker verplicht de werkgever van de derde hierover te informeren.

Overigens kan de verstrekker ervoor kiezen de belastingheffing voor zijn rekening te nemen. In dat geval dient hij de derde daarover te informeren.

Voor nadere informatie over deze wijzigingen kunt u contact opnemen met Ton van der Fits via info@efkbelastingadviseurs.nl of het secretariaat op nummer 072 5350525.