Lezersvraag over begraafplaatsen: kostprijsverhogend of wat anders?

Mijn gemeente heeft een bezwaarschrift ter behoud van rechten ingediend voor de btw/bcf behandeling van begraafplaatsen. Wat vindt EFK Belastingadviseurs hiervan?

Aanleiding om anders te gaan nadenken over de btw-technische behandeling van begraafplaatsen is de conclusie van de Advocaat-generaal (AG) inzake de procedure Krimpen aan den IJssel <klik hier>. In onderdeel 6 van die conclusie analyseert zij de vrijstellingsbepaling van artikel 11, lid 1, letter h van de Wet op de omzetbelasting. De AG concludeert dat de vrijstellingsbepaling geen betrekking kan hebben op de exploitanten van begraafplaatsen en crematoria.

In Nederland wordt echter goedgekeurd dat de diensten van een exploitant van een begraafplaats en een crematorium mogen vallen onder de diensten van lijkbezorgers. In het woord ‘goedkeuring’ ligt dan al opgesloten dat de vrijstellingsbepaling geen betrekking kan hebben op deze prestaties. In een tekstvoorstel voor de Zesde Richtlijn was zowel een vrijstelling voorzien voor begrafenisondernemingen (..) als een vrijstelling voor de levering en de diensten verleend aan instellingen die zijn belast met het aanleggen, het inrichten en het onderhouden van begraafplaatsen. Uiteindelijk hebben deze tekstvoorstellen het niet gehaald. De Btw-richtlijn gaat in beginsel uit van btw-belaste prestaties, maar de Lidstaten wordt de mogelijkheid geboden het lage btw-tarief toe te staan voor de diensten verricht door lijkbezorgers en crematoria, alsmede de daarmee verband houdende leveringen van goederen. Echter, Nederland kent dit lage btw-tarief (nog) niet ondanks dat de uitvaartbranche zich al jaren hiervoor sterk maakt en lobbyt.

De procedure Krimpen aan den IJssel is inmiddels ‘een stille dood’ gestorven en daarmee lijkt de fiscale strijdbijl te zijn begraven.

Waarheen leidt de weg, die wij (fiscaal) moeten gaan?
Het feit dat de Belastingdienst de bezwaren aanhoudt, wijst erop dat zij een nieuwe procedure afwacht. Hieruit kan worden afgeleid dat het een poging is de prestaties van een exploitant van een begraafplaats c.q. van een crematorium in de heffing van btw te betrekken. Omdat Nederland het lage btw-tarief niet kent voor deze prestaties, zal het algemene btw-tarief van 21% van toepassing zijn. Het bijzondere is, dat een dergelijk scenario zich in beginsel buiten het gezichtsveld van de uitvaartbranche afspeelt. De discussie wordt namelijk met gemeenten gevoerd over de vraag of zij recht hebben op compensatie van btw. Maar de enige veilige weg naar compensatie toe is het handelen als niet-ondernemer. En dat kan alleen als gemeenten geen vergoeding in rekening brengen voor het verlenen van een grafrecht of een crematieplechtigheid. Voor zover ons bekend brengt iedere gemeente als exploitant van een eigen begraafplaats of crematorium een substantieel bedrag in rekening aan de nabestaanden en is het handelen als niet-ondernemer daarmee ver weg.

Voor het handelen ‘als overheid’ met toepassing van het publieke recht, lijkt ook geen ruimte te bestaan. Er zijn in Nederland veel private exploitanten van begraafplaatsen en crematoria die op dezelfde wijze en onder dezelfde privaatrechtelijke verhoudingen als gemeenten handelen. De Wet op de lijkbezorging geeft aan dat gemeenten de zorgplicht hebben dat overleden burgers in hun eigen gemeente kunnen worden begraven. De gemeenten hoeven echter niet zelf een begraafplaats te hebben. In het zuiden van Nederland zijn meerdere gemeenten aanwezig waarin uitsluitend een rooms-katholieke begraafplaats aanwezig is (bijvoorbeeld genaamd Sint Barbara) en waar alle overleden inwoners kunnen worden begraven. Uitsluitend als een overledene geen nabestaanden heeft, heeft de gemeente een echte overheidstaak. In deze situatie wordt de burgemeester van de gemeente aangewezen om ervoor te zorgen dat de overleden inwoner wordt begraven.

Risico?

Nederland heeft btw-vrijstellingen toegepast op handelingen waarvan zij vindt dat de consument (in dit geval de nabestaanden) niet 21% btw hoeven te betalen. De huidige btw-vrijstelling kent haar oorsprong in de Wet op de omzetbelasting 1954 en deze vrijstelling is – met goedkeuring vanuit Europa – overgenomen in de Wet op de omzetbelasting 1968. Maar geldt dat ook voor de goedkeuring inzake begraafplaatsen?

Het lijkt erop dat de gemeenten die ten volle de btw wensen te compenseren en daarvoor de tijdvakken btw en bcf middels bezwaar open hebben staan, de spreekwoordelijke deksel op de neus kunnen krijgen en in het slechtste geval worden gehouden aan een voldoening van 21% btw over de ontvangsten onder aftrek van de btw op kosten en investeringen. Toch achten wij dit risico voor het verleden beperkt juist vanwege de eerder genoemde goedkeuring. Maar een goedkeuring kan zo maar worden ingetrokken en dan is het risico wel aanwezig.

EFK Belastingadviseurs is van mening dat dit risico niet in het belang is van de uitvaartbranche in het algemeen en voor gemeenten in het bijzonder. Immers een dergelijke wijziging zet de tarieven en daarmee de gemeentelijke financiën extra onder druk.

Bcf-plafond

Als de activiteit -hoewel wij het niet verwachten- toch tot compensatie van btw gaat leiden, zitten de gemeenten tezamen nog met het bcf-plafond. Uitbetaling van de compensabele btw zal in de gemeentelijke administratie mogelijk nog kunnen worden toegerekend aan de oude jaren (stelsel van baten en lasten), maar voor het Rijk geldt het jaar van uitbetaling (kasstelsel). Dit betekent een uitbetaling na het jaar waarin het bcf-plafond is vastgesteld. Als het (echt) tegenzit, wordt daardoor het plafond overschreden en worden de gemeenten geconfronteerd met een korting op hun uitkering uit het gemeentefonds.

Het leven gaat voort

Onder deze omstandigheden vinden wij het misschien niet eens zo gek dat de Nederlandse gemeenten (voor deze ene keer) tevreden zijn met een kostprijsverhogende activiteit en daarom hun bezwaarschrift intrekken.

Latere rechtspraak heeft dan alleen op de toekomst betrekking en creëert een nieuwe fiscale werkelijkheid. En deze constatering geeft wel de nodige zielenrust.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met H. Zuidersma of het secretariaat van EFK Belastingadviseurs 072-5350525 of een e-mail sturen naar info@efkbelastingadviseurs.nl.