Lezersvraag nieuwsbrief

Lezersvraag nieuwsbrief

Een werkgever moet zijn bedrijf laten inkrimpen. Hij is voornemens dit te doen door van een aantal met name oudere medewerkers afscheid te nemen. Nu heeft hj gehoord dat dit gepaard gaat met een extra eindheffing van 52%. Waarop is de eindheffing gebaseerd en kan deze worden voorkomen?

Waarom eindheffing

Met ingang van 1 januari 2006 is in het kader van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) het huidige artikel 32ba Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) ingevoerd, in de praktijk bekend als RVU (Regeling Vervroegd Uittreden). Het doel van de RVU is VUT-regelingen niet langer fiscaal te faciliteren, door de werknemersbijdragen niet langer aftrekbaar te laten zijn en een extra eindheffing voor de werkgever te introduceren. De RVU is zó ruim opgezet dat de uitkering wordt belast met een eindheffing van thans 52% als

  • het dienstverband wordt beëindigd vóór het bereiken van de AOW-of pensioengerechtigde leeftijd en
  • de (ex)werkgever de werknemer een eenmalige of periodieke uitkering

betaalt met (nagenoeg) uitsluitend als doel de overbrugging van de periode tot ingangsdatum AOW of pensioen.

Deze eindheffing vormt een extra last voor de werkgever, die niet op de werknemer kan worden verhaald.

Voorkomen eindheffing

De regeling is geen RVU en de 52% eindheffing is niet verschuldigd indien de regeling niet beoogt de periode tot het bereiken van de AOW of pensioen gerechtigde leeftijd te overbruggen. Hiertoe dient de regeling de kwalitatieve of de kwantitatieve toets te doorstaan.

De kwalitatieve toets houdt in dat geen sprake is van een RVU:

  • bij collectief ontslag bij reorganisatie en het lifo systeem dan wel het afspiegelingsbeginsel wordt gehanteerd, en
  • bij niet-leeftijd gerelateerd individueel ontslag, dus bij disfunctioneren, onenigheid met het te voeren beleid of met onverenigbaarheid van karakters.

Opgemerkt wordt dat een doelmatigheidsmarge van 10% op het afspiegelingsbeginsel is toegestaan. De werkgevers worden niet afgerekend op een minimale overschrijding van het aantal oudere werknemers.

De kwantitatieve toets houdt in dat geen sprake is van een RVU indien:

  • de uitkering eindigt voor het bereiken van de 55 jarige leeftijd; dan wel
  • de uitkering (inclusief een uitkering ingevolge sociale verzekeringen)

maximaal 70% van het laatstverdiende salaris bedraagt en eindigt maximaal 24 maanden voor het bereiken van de AOW- of pensioendatum.

Daarnaast is geen sprake van een RVU indien:

  • de werknemer tot het bereiken van de AOW- of pensioenleeftijd niet meer dan 50% korter gaat werken;
  • de werknemer direct voorafgaand aan de AOW- of pensioenleeftijd zijn verlofstuwmeer (maximaal 250 werkdagen) opneemt, of:
  • de eenmalige uitkering is gebaseerd op de kantonrechterformule en de werknemer niet gekort wordt indien hij tussentijds andere looninkomsten verwerft.

Ons advies

Zoals u ziet is er een aantal situaties waarin geen sprake is van een RVU en de 52% eindheffing niet verschuldigd is. Artikel 32ba Wet LB biedt de werkgever de mogelijkheid vooraf het standpunt van de Belastingdienst te vernemen door te verzoeken om afgifte van een beschikking geen RVU. Alvorens een dergelijk verzoek in te dienen adviseren wij u de mogelijkheden met onze specialist kort te sluiten. U kunt hiervoor contact opnemen met Ton van der Fits van ons kantoor. U kunt hem bereiken op 072-5350525 dan wel per e-mail info@ekfbelastingadviseurs.nl.