Lezersvraag: Jachthaven

Lezersvraag: Jachthaven

De vraag is gesteld of de gemeente vanaf 2017 de jachthaven met btw kan gaan verhuren aan de watersportvereniging, dit gelet op de wetswijziging per 1 januari.

Antwoord:

Wij verwachten dat dit afhankelijk zal zijn van de al dan niet aanwezigheid van open water in de nabijheid van de jachthaven. Wij kunnen ons voorstellen dat dit een erg cryptisch antwoord is dat nadere toelichting verdient.

Vanwege de recente wetswijziging heeft het Ministerie van Financiën een lijst van veel gestelde vragen en antwoorden gepubliceerd voor ligplaatsen van vaartuigen <klik hier>. Uit de beantwoording leiden wij af dat een zeilboot wordt gebruikt voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening, waardoor het ter beschikking stellen van een ligplaats aan een lid van de watersportvereniging (tegen een vastgestelde contributie) valt onder de sportvrijstelling van artikel 11, lid 1, letter e van de Wet op de omzetbelasting 1968. De ligplaats voor een motorkruiser valt derhalve niet onder de sportvrijstelling en is in beginsel onderworpen aan de heffing van btw, tenzij de vrijstelling voor fondswerving toepasbaar is.

De jachthaven die aan of in de nabijheid van open water is gelegen, zal veel ligplaatsen voor zeilboten bevatten. Een jachthaven gelegen aan één van onze druk bevaren rivieren zoals de Maas, de Waal en de Rijn/Lek zal relatief weinig ligplaatsen bevatten voor zeilboten, maar des te meer plaatsen voor motorkruisers. Als het aantal ligplaatsen voor motorkruisers dan wel de omzet behaald met ligplaatsen voor motorkruisers 90% of meer van het totaal bedraagt, kunnen de gemeente en de watersportvereniging opteren voor btw-belaste verhuur. Op deze wijze heeft open (zeil)water invloed op het type boot dat in de jachthaven is gelegen en daarmee invloed op het btw-regime ter zake van de verhuur. Het btw-label kostprijsverhogend kan dus onder deze omstandigheden veranderen in btw-aangifte.

Risico

Maar de wetswijziging heeft mogelijk nadelige gevolgen voor bestaande huurcontracten. Tot 2017 verrichtten sommige watersportverenigingen uitsluitend btw-belaste prestaties omdat zij één of meerdere havenmeester(s) op de loonlijst hadden staan. Deze uitzondering op de vrijstelling is door de wetswijziging komen te vervallen. Als de vereniging vervolgens meer dan 10% ligplaatsen ter beschikking stelt voor zeilboten, dient de watersportvereniging de gemeente te melden dat zij niet langer kan opteren voor btw-belaste verhuur. Dan verandert het btw-label van btw-aangifte naar kostprijsverhogend en leidt de gemeente btw-schade. Partijen dienen dan met elkaar in overleg te treden over de financiële gevolgen van deze wetswijziging. Mogelijk dat het huurcontract al bepalingen bevat op welke wijze de btw-schade wordt afgewikkeld.

Heeft uw gemeente de eigendom van een jachthaven, is het sowieso verstandig te toetsen of het fiscaal regime op de verhuur van de jachthaven per 1 januari 2017 is veranderd of kan gaan veranderen. Zeker als de gemeente in de afgelopen tien jaar de jachthaven heeft aangelegd, is het zaak nog eens goed naar de plaatselijke situatie en het btw-regime te kijken.

Wilt u hierover meer weten neem contact op met uw EFK-adviseur of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.