Lezersvraag inzake verkiezingen: Lunchpakketten en maaltijdverstrekking compensabel?

Aan ons is de vraag voorgelegd of ter zake van de verstrekking van eten en drinken aan leden van het stembureau de btw voor compensatie in aanmerking komt en of het daarbij uitmaakt of gemeenteambtenaren zitting hebben op het stembureau.

Antwoord:

De btw welke aan een gemeente in rekening wordt gebracht voor een verstrekking aan een individuele derde, is uitgesloten van het recht op compensatie. Een uitzondering hierop wordt gevormd door verstrekkingen aan personeel van de gemeente. Echter, de vraag is of de ambtenaar werkzaam op het stembureau de werkzaamheden verricht in zijn hoedanigheid als personeelslid of als ‘vrijwilliger/derde”.

Volgens onze informatie dienen de leden van een stembureau onafhankelijk te zijn. De ‘gemeenteambtenaren’ hebben veelal een verlofdag op te nemen en krijgen zij een vergoeding/presentiegeld uitgekeerd welke zij zelf in hun IB-aangifte dienen te vermelden. Hun inzet wordt derhalve niet verloond zoals hun reguliere arbeidsbeloning. Dit impliceert dat zij niet als gemeenteambtenaar hun werkzaamheden verrichten en daarom als een onafhankelijke derde moeten worden gekwalificeerd. Uitsluiting van compensatie lijkt aan de orde te zijn.

Zorgplicht gemeente

Desondanks kan een bepaalde mate van zorg vanuit de gemeente voor de leden van het stembureau niet worden ontzegd. Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat deze zorg ook tot uitdrukking komt in het verstrekken van koffie en/of thee, lunchpakketten en maaltijden. En omdat de gemeenten ingevolge de Kieswet de (overheids)taak hebben te voorzien in stembureaus en de bemensing ervan, staan deze mensen – ondanks hun onafhankelijkheid – toch in een bepaalde relatie tot de gemeente. Vanuit dit perspectief zijn leden van een stembureau geen willekeurige derden en doemt een vergelijkbare zorgplicht op zoals een werkgever die kent ten aanzien van zijn personeel. Vanuit dit perspectief is uitsluiting van compensatie een niet voor de hand liggende logische conclusie.

Wij concluderen in ieder geval dat het onderscheid wel of geen gemeenteambtenaar niet relevant is voor de vraag of de btw-compensabel is. Wat wel relevant is of deze personen zich laten kwalificeren als personeel in de zin van de btw-bepalingen. Hierover is in de btw-rechtspraak weinig aanknopingspunten te vinden.

Invloed Wet op de loonbelasting 1964

Als daarentegen de gemeente gebruikmaakt van de ‘opting-in’-regeling van de Wet op de Loonbelasting 1964 (artikel 4, letter f) waardoor de leden van het stembureau geacht worden in dienstbetrekking te staan, zal niet ter discussie staan dat recht op compensatie bestaat. En als de gemeente deze loonbelasting-regeling alleen toestaat voor stembureauleden, die tevens gemeenteambtenaar zijn, zijn wij weer terug bij de vraagstelling of het verschil maakt of sprake is van een gemeenteambtenaar of niet. Maar dat onderscheid kan in wezen alleen worden toegepast als gebruik wordt gemaakt van de ‘opting-in’-regeling.

Gemeenteraadsverkiezingen 2021

Dit jaar staan de volgende verkiezingen geprogrammeerd. Voor de fiscaliteit rondom deze verkiezingen valt ook het nodige te kiezen, mede gelet op dit btw-artikel en het loonbelastingartikel van collega Ton van der Fits dat eveneens in deze nieuwsbrief is opgenomen. Het is raadzaam dat de gemeente de juiste keuzes maakt en aan de hand van die keuzes mede de juiste btw-labelling tot stand brengt en toepast op de te ontvangen facturen van derden.

Wilt u meer weten over de fiscale gevolgen verbonden aan het bemensen van stembureaus neem dan contact op met Ton van der Fits of Henk Zuidersma via 072-5350525 of stuur een mailbericht naar info@efkbelastingadviseurs.nl