Lezersvraag Forfaitaire percentages

Lezersvraag Forfaitaire percentages

Als gemeente passen wij jaarlijks onze gehanteerde aftrekpercentages voor de btw op overheadkosten aan. Recent zijn wij geconfronteerd met iemand die stelt op basis van ‘omzet’-verhoudingen de percentages veel sneller en jaarlijks eenvoudig te kunnen bepalen. Klopt dit en zo ja wat zijn de voor- en nadelen?

Toelichting

De gehanteerde methodiek bij het vaststellen van de percentages is al jaren dezelfde. Wij hebben bij de aanpassing van de percentages voor 2017 rekening gehouden met de wijzigingen van het Besluit Begroting en verantwoording (hierna: BBV). Het heeft ons de nodige tijd gekost om onze administratie BBV-proof te maken en te kunnen gebruiken voor het berekenen van de percentages en wij verwachten hier het nodige onderhoud voor te moeten plegen om de percentages jaarlijks te kunnen blijven vaststellen.

Antwoord

Sommige goederen en diensten die een gemeente als gemeente afneemt worden zowel voor btw-belaste, btw-vrijgestelde prestaties, als ook voor overheidsactiviteiten gebruikt. De te verwachten aanwending van die prestaties vormt de basis van de in uw administratie in eerste aanleg gehanteerde (forfaitaire) percentages (ook wel mengpercentage genoemd, hoewel deze term niet correct is), die bepalen welk deel van de btw op kosten verrekenbaar in de aangifte btw, compensabel in de declaratie bcf dan wel kostprijsverhogend is. Aan het eind van het jaar onderzoekt u of de gehanteerde forfaitaire percentages correct zijn, ook wel nacalculatie genoemd. In de praktijk blijkt dat de nacalculatie nog wel eens achterwege blijft, echter niet bij uw gemeente.

De aan u voorgelegde berekeningsmethodiek is op zichzelf een bekende en lijkt rechtstreeks voort te vloeien uit de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet OB). En ja, je kunt dus op basis van de aan u geschetste methodiek de percentages bepalen. Echter, als u zich bedenkt dat u de percentages “gemeente-breed” wilt vaststellen en de Wet OB niet is geschreven – laat staan de daaruit voorvloeiende methodiek – voor de zogenoemde overheidsprestaties (ofwel de daaraan toerekenbare omzet en hoe bepaal je die dan), dan moet degene die u dit voorstelt met goede argumenten komen de methodiek overeind te kunnen houden. Vooralsnog is deze discussie echter niet uitgediept.

De aan u voorgelegde zogenoemde pro-ratamethode is snel, maar volgt deze, dan wel geeft deze de werkelijkheid weer? Neen, naast het gegeven dat op geen enkele wijze de overhead op een juiste wijze tot uitdrukking komt, hetgeen vanuit BBV-technisch oogpunt nu weer wèl bij de forfaitaire berekeningsmethodiek het geval is, loop je ook de mogelijkheid mis die op basis van dezelfde berekeningen kan worden gehanteerd bij het toerekenen van kosten aan de zogenoemde vpb-clusters. Daarnaast hanteert het BBV een duidelijke definitie van het begrip “overhead”. Bij de berekening van de forfaitaire percentages kan nagenoeg geheel worden aangesloten bij dit begrip. Bij de berekening op basis van de pro-rata methode zullen bepaalde kosten die u nu rechtstreeks toerekent aan een taakveld voor de btw, worden gekwalificeerd als overhead. U zult uw administratie op dat punt dan moeten aanpassen.

Ook vanuit de Belastingdienst komen geluiden dat het toepassen van de pro-rata-methode voor gemeenten geen volledige steun vindt in de Wet OB.

Levert het de gemeente nu meer op? Dit hebben wij in een aantal situaties doorgerekend en het antwoord is: niet per sé. En als het wel meer zou opleveren, dan kan de Belastingdienst het standpunt innemen dat de berekening de werkelijkheid niet benadert en dus hiermee niet in overeenstemming is.
Wat nu te doen? Uiteraard ligt de keus altijd bij u. U kunt de snellere en ogenschijnlijk eenvoudigere methode vergelijken met de door u toegepaste methode. Bent u voordeliger uit, zult u zeker moeten weten dat de omzetkwalificaties/toerekeningen juist zijn. Dat kan nog best tot veel discussie leiden. Staat u sterk in uw argumentatie over de toerekening, dan is het afwachten op het oordeel voor de voor u bevoegde inspecteur. Gelet op de ons nu kenbare reacties verwachten wij hier vooralsnog nog niet veel van. Overigens moeten wij de eerste goedkeuring op dit gebied nog tegenkomen.

Kort samenvattend:

Voordelen pro-rata methodiek:
* Snel.

Nadelen:
* Sluit niet aan bij de werkelijkheid;
* Met de methodiek is het niet mogelijk toe te rekenen aan de vpb-clusters;
* U dient vast te stellen welke kosten op basis van de pro-rata methodiek kwalificeren als overhead. Dit sluit niet per definitie aan bij hetgeen BBV-technisch als overhead kwalificeert;
* Methodiek wordt vooralsnog niet geaccepteerd door de Belastingdienst.

Voordelen forfaitaire methodiek:
* Komt overeen met de werkelijkheid;
* U sluit aan bij hetgeen u BBV-technisch al moet doen in uw administratie;
* Geaccepteerde methodiek door de Belastingdienst.

Nadelen forfaitaire methodiek:
* Tijdsintensief. Echter, als de gemeente de BBV-regels op een juiste wijze doorvoert, is de stap naar de berekening van de forfaitaire methodiek niet heel groot meer;
* Jaarlijks onderhoud van de toerekening van de personeelslasten aan de verschillende activiteiten blijft noodzakelijk.

Wilt u hierover meer weten kunt u contact opnemen met Bert Nienhuis, Kelly Visser, Wilko Zuidersma of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.