Leegstand bij sportzalen, verrekening van btw?

Leegstand bij sportzalen, verrekening van btw?

Leegstand bij sportzalen, verrekening van btw?

Bij sportzalen die worden gebruikt door basisscholen en sportverenigingen is altijd sprake van leegstandsuren. In deze uren staat de sportaccommodatie niettemin ter beschikking voor belast gebruik. Dat zou dan betekenen dat deze leegstandsuren tot verrekening van btw op de kosten kunnen leiden. Niet als het aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ligt.

De casus

Een gemeente stelt sportzalen tijdens schooltijden zonder vergoeding ter beschikking aan onderwijsinstellingen in het primair onderwijs. Op deze wijze voldoet deze gemeente aan de plicht de ruimte ter beschikking te stellen voor bewegingsonderwijs en deze zelf te bekostigen. Voorafgaand aan het nieuwe schooljaar wordt het aantal klokuren waarop een school aanspraak maakt vastgesteld en een rooster van gebruik opgemaakt. Daarbuiten mogen sportverenigingen en scholen in het voortgezet onderwijs van de sportzalen gebruikmaken. De uren die dan nog overblijven probeert de gemeente zoveel mogelijk te vullen met verhuur aan derden ten behoeve van sportbeoefening. De zalen zijn van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 23.00 uur open. In haar aangiften omzetbelasting berekent de gemeente de aftrekbare voorbelasting voor de sportzalen aan de hand van de breuk Uren belast gebruik gedeeld door Uren totaal gebruik (belast en klokuren). De leegstand speelt hierbij geen rol.

Omdat de gemeente vindt dat de periode van leegstand als belast gebruik moet worden aangemerkt (de zaal staat immers ter beschikking voor belast gebruik, buiten de klokuren) gaat zij in bezwaar. Het bezwaar wordt afgewezen en beroep bij de rechtbank volgt, maar zonder succes voor de gemeente. En dan ligt de zaak ter beoordeling bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden <klik hier>. Dat hof beslist als volgt.

In dit geval verricht de gemeente naast economische prestaties (tegen vergoeding) niet-economische prestaties, namelijk het ter beschikking stellen van een sporthal om niet. Omdat regels ontbreken hoe in een dergelijke situatie toe te rekenen, ziet het Hof zich genoodzaakt een oplossing te vinden die past in het systeem van de omzetbelasting, dat wil zeggen een oplossing die leidt tot een nauwkeurige en op objectieve gegevens gebaseerde toerekening van de instandhoudingskosten aan de diverse activiteiten van de gemeente.

Het Hof stelt vast dat niet-permanent gebruik van sportzalen inherent is aan de exploitatie van dit type onroerende zaak en dat het geschil gaat over instandhoudingskosten, zoals water, elektriciteit en onderhoud, die een correlatie hebben met de mate van daadwerkelijk gebruik. De verhouding tussen het daadwerkelijk gerealiseerde aantal uren belaste verhuur en het totale aantal uren daadwerkelijk gebruik (verhuur plus terbeschikkingstelling aan de basisscholen) is onder deze omstandigheden een nauwkeurig en objectief criterium voor de omvang van het aftrekrecht.

Gemeentelijke praktijk

Veel gemeenten laten de leegstandsuren bij het bepalen van het aftrekpercentage buiten beschouwing. In de visie van het gerechtshof terecht. Wij weten niet of de gemeente cassatie instelt, maar zouden dit toejuichen. Omdat regels ontbreken bij het trekken van de scheidslijn economische activiteit/niet-economische activiteit is een uitspraak van de Hoge Raad op dit terrein meer dan welkom. En voor verrekening van btw op de leegstandsuren is ook zeker iets te zeggen. Een zaal wordt nu eenmaal in de avond niet gebruikt door scholen en staat daadwerkelijk voor gebruik ter beschikking. Het is jammer dat de rechter tot nu toe anders denkt over het recht op verrekening.

Voor nadere informatie kunt u ons bereiken via het secretariaat op 072 5350525 of
info@efkbelastingadviseurs.nl.