Individueel Keuze Budget en de vrije ruimte

Met ingang van 1 januari 2017 is de invoering van het Individueel Keuze Budget (IKB) een feit. Realiseert de gemeente welke bijkomende financiële gevolgen de te maken keuzes met zich meebrengen?

Algemeen

Om die vraag te kunnen begrijpen is van belang eerst kort iets te melden over de per 1 januari 2015 van kracht zijnde werkkostenregeling. Onder de werkkostenregeling is het loonbegrip uitgebreid. Nu is loon al hetgeen uit een dienstbetrekking wordt genoten, daaronder begrepen verstrekkingen en vergoedingen gedaan in het kader van de dienstbetrekking. Dit is slechts anders, indien de werkgever bepaalde vergoedingen en verstrekkingen aanwijst als eindheffingsloon. Sommige verstrekkingen en vergoedingen zijn gericht vrijgesteld dan wel worden op nihil gewaardeerd. De overige komen ten laste van de vrije ruimte, zijnde 1,2% van de loonsom van kolom 14. Bij overschrijding van de vrije ruimte is de werkgever 80% eindheffing verschuldigd.

Invoering IKB

Het is de bedoeling dat het IKB voor de werkgever budgetneutraal is. De werknemer heeft vanaf dit jaar binnen het salarisgebouw de keuze bepaalde bronnen en doelen in te zetten. Naast een aantal voorgeschreven doelen heeft de gemeente de mogelijkheid zelf andere doelen aan te wijzen. Voor het ontvangen van een doel dient de werknemer dus een bron in te leveren. Met andere woorden: om in aanmerking te komen voor de vergoeding of verstrekking van bijvoorbeeld een fiets dient de werknemer brutoloon in te leveren ten bedrage van de waarde van de fiets. De fiets is niet gericht vrijgesteld en wordt evenmin op nihil gewaardeerd. De fiets komt dus ten laste van de vrije ruimte. Tot zover niets aan de hand. Echter door het inleveren van brutoloon verlaagt de werknemer de grondslag voor de berekening van de vrije ruimte. Ook nu lijkt er nog niets aan de hand. Een fiets van € 1.000 (inclusief btw) drukt namelijk slechts voor € 12 op de vrije ruimte. Maar hoe luidt de rekensom indien de vrije ruimte al volledig is benut? In dat geval is de werkgever 80% eindheffing verschuldigd, met ander woorden in plaats van budgetneutraal een extra kostenpost voor de werkgever van € 800.

Maar het kan nog erger. Stel dat de werkgever naast loon uit tegenwoordige dienstbetrekking ook loon uit vroegere dienstbetrekking betaalt. Wanneer het loon uit vroegere dienstbetrekking minder dan 10% van de totale loonsom bedraagt, telt het loon uit vroegere dienstbetrekking mee voor de berekening van de vrije ruimte. Echter met het verlagen van de loonsom voor de vergoeding van de fiets, stijgt het relatieve aandeel van loonsom vroegere dienstbetrekking en kan de 10% norm worden overschreden. Uitgaande van een loonsom uit vroegere dienstbetrekking van € 500.000 en een overschrijding van de 10% norm, wordt de grondslag ook € 500.000 lager. Het gevolg is een lagere vrije ruimte van 1,2% van € 500.000 ofwel € 6.000. Bij overschrijding van de vrije ruimte dus een extra last van 80% van € 6.000 of wel € 4.800. Alles bij elkaar een dure fiets voor de gemeente.

Wat betekent dit voor u als gemeente

Bovenstaande voorbeelden lijken extreem en zijn natuurlijk eerder uitzondering dan regel. Wel maken zij duidelijk dat het van belang is goed in de gaten te houden welke financiële gevolgen kunnen zijn aan het onbeperkt (laten) toepassen van het IKB. Daarom is het belangrijk uitgangspunten vast te stellen c.q. voorwaarden te formuleren waaronder de gemeente invulling gaat geven aan het IKB. Hierdoor is de gemeente in staat onverwachte extra financiële uitgaven te voorkomen.

Wij kunnen de gemeente hierbij adviseren en assisteren. Neem contact op met Ton van der Fits of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail aan info@efkbelastingadviseurs.nl.