Het gemeentelijke zwembad onder vuur?

In veel gemeenten wordt het zwembad geëxploiteerd door de gemeente zelf of een stichting. De ontvangsten zijn onderworpen aan het lage btw-tarief. Komt in het kader van de aangekondigde verruiming van de sportvrijstelling hier een einde aan?

Aanleiding voor deze vervelende vraag is de zaak London Borough of Ealing (Londense gemeente Ealing) waarover het Hof van Justitie een oordeel heeft te geven. Inmiddels heeft de Advocaat-Generaal (A-G) eind december 2016 een conclusie afgegeven<klik hier>. De zaak gaat inhoudelijk over de vraag of de Engelse Belastingdienst zomaar het standpunt kan innemen dat sprake is van mededinging als publiekrechtelijke lichamen diensten verrichten welke nauw samenhangen met het beoefenen van de sport, waarvoor geen btw-vrijstelling van toepassing is. Een typische Engelse zaak waarvan de uitkomst weinig rimpeling in het Nederlandse zwembadwater tot stand zal brengen. Maar in de conclusie van de A-G is een aantal uitgangspunten opgenomen, die zelfs het eenvoudigste chloorbad kunnen veranderen in een golfslagbad.

Zwembad-geschiedenis

Tot aan het einde van de jaren ’90 van de vorige eeuw zijn de meeste zwembaden die door niet-winstbeogende instellingen worden geëxploiteerd vrijgesteld van btw-heffing. In Bijlage B behorende bij het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 staat onder letter b, onderdeel 11 aangegeven dat de diensten van bad- en zweminrichtingen vallen onder de btw-vrijstelling van sociaal-culturele aard. In onderdeel 21 van dezelfde bijlage staat aangegeven dat niet winst beogende instellingen die zich bezighouden met het gelegenheid geven tot sportbeoefening, alleen voor deze prestaties een btw-vrijstelling kennen.

Via een wijziging van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 <klik hier> komt op 1 januari 1999 onderdeel 11 van de bijlage B te vervallen en wordt aan onderdeel 21 toegevoegd met uitzondering van bad- en zweminrichtingen. Hierdoor wordt de prestatie voor deze exploitanten in de heffing van btw getrokken. Het lage btw-tarief is van toepassing door deze te laten vallen onder het begrip ‘gelegenheid geven tot baden’ zoals opgenomen in Tabel I, post b3. Door introductie van het lage btw-tarief voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening, eveneens in Tabel I post b3, is inmiddels onderdeel 21 van bijlage B komen te vervallen.

Verruiming sportvrijstelling

Door de staatssecretaris is in meerdere parlementaire stukken aangekondigd dat de prestatie bestaande uit het gelegenheid geven tot sportbeoefening in de nabije toekomst alleen nog voorbehouden kan zijn aan winst beogende instellingen. Voor gemeenten en stichtingen zal vanaf het moment van wijziging de btw-vrijstelling gaan gelden. In het algemeen wordt hierbij aangenomen dat zwembaden niet hieronder zullen vallen, omdat die prestatie valt onder het gelegenheid geven tot baden.

De Ealing-zaak

De gemeente Ealing is een lokale overheid die sportfaciliteiten, zoals sportzalen en zwembaden, beheert. Zij heeft btw afgedragen die zij had geïnd over de entreegelden voor haar sportfaciliteiten (punt 13 van de conclusie). De vraag is of aan de btw-vrijstelling voor sportdiensten (artikel 132, lid 1 letter m BTW-richtlijn) van publiekrechtelijke lichamen de voorwaarde van artikel 133, eerste alinea onderdeel d BTW-richtlijn (de mededingingsvoorwaarde) kan worden opgelegd. De AG concludeert dat dit in beginsel mogelijk is. Hiermee wordt impliciet bevestigd dat het verlenen van toegang tot zwembaden tot de sportdiensten behoort waarvoor een btw-vrijstelling geldt. In onderdeel 68 wordt dit zelfs met name genoemd.

De gemeentelijke praktijk

Wij gaan ervan uit dat de verruiming van de sportvrijstelling niet alleen van toepassing zal zijn op buitensportaccommodaties en gymzalen, sportzalen en –hallen, maar ook betrekking zal hebben op zwembaden. Wij betwijfelen of in zowel de opgave van de G32 als in de berichtgeving van de staatssecretaris naar de Tweede Kamer over de btw-schade als gevolg van de verruiming de zwembaden zijn begrepen. Gelet op het uitgangspunt van het gelegenheid geven tot baden, alsmede de hoogte van het bedrag, lijken de zwembaden (ten onrechte) buiten de beschouwing te zijn gelaten.

Als u nadenkt over de gevolgen die de verruiming van de sportvrijstelling voor uw gemeente heeft, is het zeker raadzaam ook het plaatselijke zwembad niet te vergeten. Wilt u meer weten over de verruiming, neem dan contact op met Henk Zuidersma, Frans van den Eijnden of ons secretariaat via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.