Het ene bouwterrein is het andere niet

Dat een levering van een bouwterrein in de btw kan worden betrokken op basis van de Btw-richtlijn, wisten wij al sinds het Don Bosco-arrest uit 2009. Met een btw-belaste levering is tevens een vrijstelling overdrachtsbelasting beschikbaar. Hoe wonderlijk is het dat de Belastingdienst in een dergelijke situatie een aanslag overdrachtsbelasting oplegt? En toch is het gebeurd, maar het heeft ook tot een reactie van de staatssecretaris van Financiën geleid!

De casus

Recent heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan <klik hier> in een beroep betreffende een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd omdat het bouwterrein op grond van de Btw-richtlijn in de heffing van btw wordt betrokken en niet op basis van artikel 11, lid 1, letter a ten eerste van de Wet op de omzetbelasting 1968. In eerste instantie is dat standpunt niet eens zo gek, omdat in de vrijstellingsbepaling expliciet wordt verwezen naar het artikel uit de Wet op de omzetbelasting 1968 en niet naar de Btw-richtlijn.

Maar in tweede instantie wordt het bijzonder als je gaat nadenken over de consequenties van een dergelijk standpunt. Als geen btw is verschuldigd op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968, hoe kom je dan tot voldoening toe op basis van de Btw-richtlijn? Hoe moet dat? Is er een Europese btw-aangifte? Is de in rekening gebrachte en voldane btw op aangifte dan een onverschuldigde betaling? Moet de op (NL-)aangifte in aftrek gebrachte btw worden terugbetaald, omdat geen btw-belaste prestaties in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 worden verricht? Gelukkig behoeven deze vragen geen beantwoording.

De rechtbank oordeelt dat op basis van de bedoeling van de samenloopvrijstelling in bepaalde situaties cumulatie van btw en overdrachtsbelasting bij de overdracht van een onroerende zaak wordt voorkomen door de overdrachtsbelasting te laten wijken. Om recht te doen aan doel en strekking van de samenloopvrijstelling, zal de vrijstelling overdrachtsbelasting ook van toepassing moeten zijn als sprake is van een bouwterrein in de zin van de Btw-richtlijn en niet in de zin van de Nederlandse Wet op de omzetbelasting 1968.

Maar mogen wij hieruit afleiden dat de btw-belaste levering van een bouwterrein volgens de Btw-richtlijn nog geen btw-belaste levering hoeft te zijn in de zin van de Nederlandse Wet op de omzetbelasting 1968? Het antwoord hierop luidt bevestigend en wordt zelfs door de staatssecretaris van Financien onderschreven in zijn brief van 27 mei 2016 <klik hier>. Hij schrijft namelijk dat het begrip bouwterrein in de Wet op de omzetbelasting 1968 een beperkter toepassingsbereik heeft dan hetzelfde begrip in de zin van de Btw-richtlijn. Dit verschil betekent dat het soms gunstig is een beroep te doen op de Btw-richtlijn (zoals in onderhavige casus) en soms uitsluitend op de Nederlandse Wet op de omzetbelasting 1968.

Gemeentelijke praktijk

Het toepassen van de Btw-richtlijn en de daarop gebaseerde rechtspraak is mogelijk als de belastingplichtige zich hierop beroept. Wat opvalt is dat de Belastingdienst gewoon de engere Nederlandse wet blijft toepassen. Wij gaan ervan uit dat de bewindsman begrijpt dat als de Nederlandse wet niet wordt aangepast, dit verschil zal blijven bestaan.

Juist omdat het ene bouwterrein het andere niet is, adviseren wij voor uw specifieke situatie contact op te nemen met uw EFK-belastingadviseur of ons secretariaat 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl. Samen kan worden beoordeeld wat in uw situatie profijtelijk is.